Opinie

Báf, daar lig ik over dat gasfornuis

Joyce Roodnat Joyce Roodnat zag een meedraadse theatervoorstelling, en daar werd ze niet blij van: wat een bak clichés. Terwijl de nu vergeten Alice Guy-Blaché al in 1906 liet zien dat het anders kan.

Joyce Roodnat

Het is een machtig beeld, uit een film van Chantal Akerman: een vrouw laat zich voorover vallen op een gasfornuis. Ze kan niet meer, ze wil niet meer. Akerman bediende zich meestal van juist níét-pregnante, monotone beelden (die dan leidden tot heftige filminstallaties), maar dit is expliciet en het hakt erin. Ik zie het op de tentoonstelling Chantal Akerman – Passagesin het Eye Filmmuseum. Het is het slot van haar filmSaute ma ville (1968) en symboliseert de totale vermoeidheid over achterlijkheid die maar doorgaat en doorgaat. Vermoeidheid over hoe vrouwen zouden zijn en wat ze zouden moeten (altijd moeten ze iets). Over „ja, maar vrouwen zijn onderling óók zo solidair niet”. Over „ja, maar vrouwen willen zélf… [etcetera en vul maar in].”

Ik fiets van Eye naar een theater voor Alleen samen, een voorstelling van De Warme Winkel. Ze spelen in Peepshow Palace, een houten arena met een draaischijf als speelvloer en het publiek veilig social-distanced in hokjes.

Het stuk begint. En báf, ik lig over dat gasfornuis.

De Warme Winkel was lang goed voor tegendraadse voorstellingen vol surrealistische uitwassen, gek en geil. Dit is meer een meedraadse voorstelling. Provocerend theater van eergisteren, met soloseks en kontgatnaakt, maar vooral met één jonge vrouw in mini en twee oudere mannen in witte jassen. Die twee oudere acteurs laten hun broeken zakken en bespringen elkaar – olala want homoseks, maar ook zorgvuldig retro-mannelijk stoer. Die ene jonge actrice mag wijdbeens in bloed en dunne stront liggen. Verder wordt ze aangehijgd en weggecijferd. Ja, ik snap het, dit is een peepshow. Maar dat betekent nog niet dat ik mee hoef te gaan in deze bak clichés. Jeeminee Warme Winkel, bedenk even wat er meer te doen is met een actrice, je kunt het, je deed het al vaak.

En zo moeilijk is dat niet, in 1906 lukte het de pionier-filmmaakster Alice Guy-Blaché al door mannen vrouwen te laten spelen en omgekeerd maar zónder travestie. Simpel en met een waanzinnig resultaat. Zo goed dat Sergej Eisenstein haar navolgde. Ook Alfred Hitchcock bewonderde haar.

Alice Guy vond in 1896 de speelfilm uit (La Fee aux Choux), doordat ze zich als eerste realiseerde dat je met die nieuwe techniek een verhaal kon vertellen, en ook dat film iets anders was dan theater. Ze maakte tientallen films, vond de close-up uit, bedacht de kleurenfilm en synchroon geluid. En werd compleet vergeten. Hoe dat kan? Doordat ze niet telde als vrouw – ik kan er niks anders van maken, ik zie het gebeuren in de documentaire Be Natural: the untold story of Alice Guy-Blaché.

En in dat Peepshow Palace telt een vrouw nog steeds niet.

Báf!