Voor sommige studenten is de pabo vier keer duurder

Onderwijs en zorg Wie zich wil omscholen tot leraar of verpleegkundige, maar al een diploma heeft in onderwijs of zorg, betaalt flink meer collegegeld.

Door een oude regeling worden studenten ontmoedigd om zich om te scholen. „Zonde als hierdoor mensen afhaken.”
Door een oude regeling worden studenten ontmoedigd om zich om te scholen. „Zonde als hierdoor mensen afhaken.” Foto Marco de Swart / ANP

Na een dag meelopen op een basisschool, een open dag en flink wat uitzoekwerk, wist Emma Feringa (27) het zeker: ze wil zich omscholen tot basisschoolleerkracht. De deeltijdopleiding aan de Hogeschool van Amsterdam kwam als „ideaal” uit de bus. Eén dag stage en één dag studeren – dan kan ze nog drie dagen werken. Omdat ze al een universitaire master op zak heeft, kan het in 2,5 jaar. Kosten: zo’n 5.000 euro, werd haar verteld.

Maar toen ze het werkelijke bedrag zag, schrok ze: het collegegeld bedraagt 8.600 euro per jaar. Vier keer zoveel als het wettelijke tarief.

Het is het ongelukkige gevolg van een oude regeling die minister Ingrid van Engelshoven (Onderwijs, D66) niet wil aanpassen. In 2009 schrapte toenmalig minister van Onderwijs Ronald Plasterk (PvdA) de overheidsbijdrage voor een tweede studie. Sindsdien betalen studenten voor een tweede opleiding een flink hoger bedrag, dat door de hogeschool of universiteit wordt bepaald (uiteenlopend tussen de 4.000 en 30.000 euro per jaar). Een uitzondering werd gemaakt voor tweede studies in de gezondheidszorg of het onderwijs. Daarvoor geldt nog steeds het wettelijke collegetarief (komend studiejaar is dat 2.153 euro).

Behalve, en hier zit het probleem, voor mensen die al een diploma in onderwijs of zorg hebben. Feringa studeerde bewegingswetenschappen, wat als zorgopleiding wordt gezien. Ze werkt niet in de zorg. „Het is een onderzoeksstudie.”

Het probleem geldt ook voor Mariette Blankenbijl (51). Zij deed ruim 25 jaar geleden een opleiding tot logopedist. Ze oefende dat vak drie jaar uit en ging daarna als stewardess aan de slag bij een Nederlandse luchtvaartmaatschappij. Daar werkt ze nog steeds, in deeltijd. De afgelopen maanden besloot ze dat ze komend jaar daarnaast de opleiding tot verpleegkundige wil gaan doen.

„Het zat al langer in mijn achterhoofd”, zegt ze. „Het lijkt me echt fijn om een nieuw vak te leren. Mijn kinderen zijn nu wat ouder. Door de coronacrisis dacht ik: misschien is dit het moment.” Maar, ontdekte ze: dat gaat haar 7.000 euro per jaar kosten. Vanwege die studie logopedie.

Lees ook: Er zijn wel leraren, maar ze staan niet voor de klas

Tweede Kamerlid Lisa Westerveld (GroenLinks) diende sinds 2018 vier keer tevergeefs een motie in om de „onbegrijpelijke regeling” te veranderen. „Ik krijg hier regelmatig mails over”, zegt ze. „Niet alleen worden zo mensen geweerd die hard nodig zijn: het druist ook in tegen het idee van een leven lang leren, dat de overheid stimuleert.”

Om hoeveel mensen het gaat, is niet bekend. Westerveld vermoedt tientallen tot honderden.

Op schriftelijke vragen van Westerveld antwoordde Van Engelshoven begin april niet aan de regeling te tornen omdat ze „niet met schaarse publieke middelen concurrentie” wil stimuleren tussen zorg en onderwijs.

Er is inmiddels een wirwar aan subsidieregelingen rond collegegeld ontstaan. Leraren die een tweede onderwijsbevoegdheid willen halen, krijgen een eenmalige korting van 3.500 euro, zo maakte Van Engelshoven in februari bekend. Het collegegeld van de eerste twee jaar van de pabo is gehalveerd en universiteiten maakten maandag bekend dat zij de lesbevoegdheid in bètavakken voor academici financieren. Dan investeren het Rijk en gemeenten ook nog eens miljoenen in de opleidingen van zijinstromers in onderwijs.

Lees ook: Zij-instromer lost lerarentekort niet snel op

Gevoel van onrecht

Bij Feringa roept het hoge collegegeld de vraag op hoeveel de overstap haar waard is. „Ik woon in Amsterdam, heb hoge vaste lasten en ik kan naast de studie nog maar drie dagen werken. Ik vind het echt heftig om dan zoveel te betalen: je hoort overal dat er tekorten zijn. Ik heb besloten dat onderwijs echt iets is voor mij, maar anderen waren allang afgehaakt.” Ook, zegt ze, omdat het een hele speurtocht was om te achterhalen waarom het collegegeld voor haar überhaupt zo hoog uitvalt.

Blankenbijl ervaart vooral een gevoel van onrecht. „Terwijl een grote groep wordt uitgenodigd zich om te scholen, wordt het voor een kleine groep onaantrekkelijk gemaakt. Dat voelt oneerlijk. Ik betaal straks drie keer zoveel collegegeld als degene die naast me zit. Maar ik begin straks weer onderaan de ladder, met dito salaris.”

Beiden denken de tweede studie alsnog te gaan doen. Maar ze benadrukken hun voorrecht. „Ik werk parttime en heb een man die werkt. Een alleenstaande zou dit niet kunnen”, zegt Blankenbijl.

Feringa: „Ik vind het echt zonde als hierdoor mensen afhaken en het onderwijs goede kandidaten misloopt.”