Opinie

Schrap niet in Gooische vrouwen 2, maak deel 3 beter

Film Een comedy ontdoen van stereotyperingen helpt het racismedebat niet verder, betoogt .
De vier Gooische vrouwen.
De vier Gooische vrouwen. Foto Roy Beusker

Het ziet er naar uit dat de witte mensen hard bezig zijn hun ‘witte huiswerk’ te maken. Laatste stand van zaken: RTL gaat ongepaste scènes uit de film Gooische vrouwen 2 schrappen vanwege stereotypering. Het betreft twee scènes tussen Claire, een van de vier ‘Gooische vrouwen’, en haar Afrikaanse minnaar Komo. „Hoewel stereotypering is toegepast op alle personages vindt de regisseur de scènes over Komo ongepast”, staat in de verklaring van RTL.

In 2011 maakte ik in NRC gehakt van de stereotypering in de eerste film Gooische vrouwen. Die was wel erg karikaturaal, en zonder creatieve draai. Ik beschreef hoe Cheryl Morero en haar vriendinnen (sociale klimmers) een schadelijk wereldbeeld propageren waarbij autoriteiten – wetenschap, doktoren, leraren – gewantrouwd worden. Désanne van Brederode heeft dit systematisch belachelijk maken van de intellectueel in de populaire cultuur eens als ‘modern dedain’ gekapitteld.

Schrapcultuur

Met de recente schrapcultuur dreigt een akelig misverstand te ontstaan: dat wanneer je losse scènes met donkere personages die stereotiep zijn, gaat schrappen, de film niks meer met kleur van doen heeft en je een waardevolle bijdrage levert aan het (anti)racismedebat.

In zijn baanbrekende studie White (1997) heeft Richard Dyer laten zien hoe het wel moet. Zijn werk dateert uit de bloeitijd van de identiteitsstudies van de jaren negentig, toen aan universiteiten gender studies, black studies, gay studies opgezet werden. Op de steeds luidere roep om niet alleen ‘de ander’ te bestuderen, maar ook de norm onder de loep te leggen volgden white studies, hetero studies, mannenstudies. Witheid bij Dyer – hij bekeek onder meer cowboy- en vampierfilms – is steevast gekoppeld aan genre, gender, klasse, natie en religie. Hij laat zien wat tegenwoordig volkomen over het hoofd lijkt te worden gezien in het huidige racismedebat: dat zwart en wit méér zijn dan huidskleuren. Het zijn ideologische constructies – die per land en tijd anders worden ingevuld en een samenspel aangaan met ideeën over klasse, sekse, religie, leeftijd. De term ‘wit privilege’ is inmiddels, helaas, zo plat als een dubbeltje. Wie een witte huidskleur heeft, geniet automatisch voordeel. Punt. En wie een nuance aanbrengt op dit standpunt krijg al gauw kritiek.

Het is jammer, want de automatische koppeling tussen huidskleur en vooronderstelde maatschappelijke positie doet de antiracistische strijd meer kwaad dan goed. De roep om nuance en meer precisie zonder het probleem van racisme te ontkennen is een terechte; om bijvoorbeeld klasse, religie, cultuur, sekse, seksualiteit en leeftijd mee te nemen in een gesprek en identiteit niet te reduceren tot een benauwend tweekleurenlandschap met daders en slachtoffers, bevoordeelden en benadeelden.

Lees ook dit opiniestuk over racisme in films: De Hof van Eden is een hel van wit privilege

Zwarte cliché’s

Een mooi voorbeeld van de complexiteit rondom ‘wit’ en ‘zwart’ is de roman Erasure van Percival Everett uit 2001. Zijn hoofdpersoon is een zwarte intellectuele professor van gegoede afkomst die van vissen en houtbewerken houdt, maar met zijn moeilijke boeken nauwelijks aandacht krijgt. Totdat hij besluit alle zwarte cliché’s in één boek te stoppen (getto’s, ongewenste tienerzwangerschappen, gewelddadige en afwezige vaders, slang) en dat Fuck noemt. Hij wint een grote prijs en wordt geprezen om zijn authentieke verhaal van pijn. In alle talkshows mag hij aanschuiven. Maar hij ervaart het als zijn ‘dood’, figuurlijk, als de ‘dood van de schrijver’.

Steeds als ik Nederlandse talkshows zie over racisme of homofobie denk ik aan Everett. Als het bij M gaat over homogeweld is dat enerzijds heel emancipatoir maar gaat het anderzijds steeds weer over de pijn en de ervaring: vertel ons eens, hoe je in elkaar werd geslagen? Vertel nog eens, Splinter, hoe je uit de kast kwam? En als vier donkere mannen (Akwasi, Glen Faria, Gideon Everduim, Jerry Afriyie) aan tafel zitten bij Beau, blijft deze aanhoudend vragen naar hun persoonlijke ervaringen met racisme, ook als Everduim duidelijk aangeeft dat hij hier wel klaar mee is en graag een wat (theoretischer) gesprek wil voeren over systematische uitsluiting.

Afkeer van complexiteit

Dat is de wet van de media: kijkcijfers gaan over emotie, pijn en authenticiteit. Maar het is ook het immer nog aanwezige moderne dedain, de afkeer van complexiteit en kennis in de populaire cultuur – waaronder de talkshow – en die zit de emancipatie van het individu in de weg. Maar: nu is het moment om die kennis te gaan delen. Kom op academici, laat van je horen! Verrijk het racismedebat door al die karrenvrachten proefschriften, nuance, complexiteit en kennis in te brengen. Praat een avond lang over de grens van de stereotype grap – wanneer is die kwetsend, wanneer slecht, wanneer geslaagd? Met cabaretiers en wetenschappers samen, zodat het gesprek over racisme niet blijft hangen in partij kiezen tussen Akwasi of Derksen.

‘Wit’ is gedifferentieerd, ‘zwart’ is dat ook. Stereotypen gaan over vertogen, verhalen en beelden die stelselmatig worden herhaald. En die rammelen nu op hun grondvesten. Dat is fantastisch nieuws – voor alle verhalenvertellers, grappenmakers en schrijvers. Het betekent namelijk dat je/er iets kan veranderen.

Schrap geen scènes uit Gooische vrouwen 2, leer liever kritisch kijken. Wees dapper, wees creatief. Maak Gooische vrouwen 3, waarin Komo bijvoorbeeld terug kan praten, en de vier Gooische vrouwen het moderne dédain op geestige wijze van zich afschudden.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.