OM: ontvoeringen voor martelingen in zeecontainers verijdeld

Criminaliteit Volgens justitie wilde een groep verdachten vermomd als arrestatieteam slachtoffers ontvoeren en martelen in recent ontdekte Brabantse martelcellen.
In de zeecontainers waren handboeien opgehangen.
In de zeecontainers waren handboeien opgehangen. Foto Openbaar Ministerie

De politie heeft eind juni zes verdachten aangehouden die volgens het Openbaar Ministerie ontvoeringen hadden voorbereid, waarbij het doel was mensen te martelen in daarvoor geprepareerde martelkamers. Daarvoor had de groep een aantal zeecontainers met martelwerktuigen ingericht en geluiddicht gemaakt. Voor de ontvoeringen zelf had de groep materiaal klaarliggen waarmee ze zich als politie konden voordoen. Met de arrestaties van de zes verdachten zijn deze ontvoeringen verijdeld.

Eerder was informatie over de martelkamers al door NRC naar buiten gebracht, nu maakt het Openbaar Ministerie verdere details openbaar. De politie kreeg de martelcellen in het Brabantse Wouwse Plantage op het oog via de hack van de cryptofoons van het Canadese EncroChat, waardoor ze wekenlang konden meelezen met communicatie in de onderwereld. Daaruit blijkt dat een aantal aanstaande ontvoeringen nauwkeurig was voorbereid. De groep had politiekleding, busjes, stopborden en kogelvrije vesten ingeslagen. In de martelcellen hadden de criminelen camera’s opgehangen.

Lees ook: Politie vindt in zeecontainers martelkamers van onderwereld

Snoeischaar en scalpels

De hoofdverdachte in de groep van zes is een 40-jarige man uit Den Haag, die de politie in eerste instantie onderzocht vanwege voorbereidingen op een liquidatie. De loods waarin de zeecontainers met gevangeniscellen en martelkamers stonden, kwam in beeld via zijn financiële gegevens. De recherche zag dat er dagelijks in de loods werd gewerkt, onder andere door twee handlangers van 43 en 44 jaar oud. In de martelcellen lagen werktuigen zoals een snoeischaar en scalpels, en zwarte katoenen zakken om over de hoofden van slachtoffers te trekken.

De mannen hadden een tweede loods in Rotterdam vlak naast de A16. Dit was een uitvalsbasis voor een nep-arrestatieteam, dat beschikte over snelle auto’s en kogelwerende vesten. In deze loods lagen zeven handvuurwapens en een automatisch geweer. Vanwege de onderschepte berichten van EncroChat wist de politie wie de criminelen op het oog hadden voor hun ontvoeringen. Deze mensen werden gewaarschuwd en geholpen met onderduiken. Daarna arresteerde de politie de verdachten, op het moment dat de martelkamers nagenoeg klaar waren.

Bij de aanhouding van een van de verdachten is ook 24 kilo MDMA gevonden in een woning in Rotterdam. De groep van zes wordt ontvoering, gijzeling, zware mishandeling en afpersing en deelneming aan een criminele organisatie ten laste gelegd. Twee van hen worden ook vervolgd voor verboden wapenbezit.

Foto Openbaar Ministerie