Foto Kees van de Veen

Interview

‘Ik voel me het gelukkigst wanneer mijn hobo begint te zingen’

Klassieke muziek Op ‘The Notes are Swallows’ bezingt Pauline Oostenrijk op hobo én piano de poëzie die mens en natuur verbindt. „Ik hou van de eindeloze horizon.”

Tijd blijft een vreemd verschijnsel, vindt ze. Achter ons ligt een weg waarop we niet kunnen terugkeren en voor ons doemt een doolhof op. Alleen in muziek kan hoboïste Pauline Oostenrijk even met de tijd samenvallen. „Dan verdwijnen alle vragen.” En dan voelt ze – zoals in het gedicht ‘Aquarium’ van Johan Andreas dèr Mouw – hoe buiten de grenzen van haar ik het mysterie van de eeuwigheid trilt.

Dat wat voorbijgaat, maar toch blijft, loopt als een rode draad door haar nieuwe album The Notes Are Swallows, de noten zijn zwaluwen, eveneens een beeld uit de poëzie van Dèr Mouw: van vogels zittend op vijf telegraafdraden die doen denken aan een notenbalk. Elf van zijn gedichten waarin natuur zich verbindt met levensbeschouwing staan in het boekje bij de cd.

Verstrengeling van mens en landschap kenmerkt evenzeer de muziek: vergeten miniaturen van Bernard van den Sigtenhorst Meyer en Alexander Voormolen over bloemen, vogels, betoverde wouden en verre einders. The Notes Are Swallows verwoordt en verklankt de verwondering van drie Nederlandse kunstenaars die bloeiden in de eerste helft van de vorige eeuw. En die verwondering vindt in Oostenrijk een warm en zangerig vertolker.

Midlife-geval

Twee jaar geleden nam ze, na een kwart eeuw, afscheid als eerste hoboïste van het Residentie Orkest. Een midlife-geval, noemt de 52-jarige musicus die keuze. Ze wilde wat anders – wat wist ze nog niet. De hobo zou blijven, daarmee is ze vergroeid, maar Oostenrijk studeerde ook nog piano en Nederlands. Op een dag belde het Gronings conservatorium met de vraag of ze wat uren wilde lesgeven. En de hoboïste werd bovendien in het nabijgelegen Aduard artistiek leider van een muziekfestival. Het betekende een terugkeer naar het landschap van haar jeugd.

En zo, dichtte Dèr Mouw,

vind je soms, als je oud wordt, plotseling

diep in je ziel een kleine herinnering

van toen je een kind was, alles warmte en zon.

Vanuit Delft reist ze tegenwoordig twee dagen per week naar de muziekschool in Zuidhorn, het dorp waar ze opgroeide. En hoort ze hoe haar jonge leerlingen „de ontroerende doedelzakklank” voortbrengen die beginners kenmerkt. Ze herinnert zichzelf als een kind dat alles wilde leren en kunnen. „Ik was gevoelig voor de natuur, vogels, bomen, weidebloemen. Nog steeds. Het emotioneert me om kleine planten te zien die zich dapper aan een rots vastklampen. En dan was er in het vlakke Groningen nog die eindeloze horizon, waarachter zich zoveel beloften en werelden verscholen.”

Al die ‘belangrijke’ mannen wisten zo goed welke weg ik moest volgen

Op de muziekschool in Zuidhorn studeerde ze de eerste Landelijke Miniaturen van de componist Van den Sigtenhorst Meyer. De andere twee series vond ze op haar eigen zolder in de nalatenschap van hoboïst Koen van Slogteren, de leraar van haar late tienerjaren. „Niet genoeg muziek voor een album”, zegt ze, „daarom besloot ik te onderzoeken of hij solostukken voor piano had geschreven.”

Dat instrument had Oostenrijk naast hobo gestudeerd aan het Conservatorium van Amsterdam. „Ik ben voor mezelf altijd piano blijven spelen. Wat Van den Sigtenhorst Meyer daarvoor schreef, durfde ik wel aan. Ik ken mijn plek in de muzikale hiërarchie hoor, maar met het ouder worden bekruipt me vaker de gedachte: ‘Wat geeft me vreugde?’ Nou dit dus. ”

De tijd is rijp voor de laat-romantische componisten Van den Sigtenhorst Meyer en Voormolen, zegt ze. „Het mag weer. In mijn conservatoriumtijd, in de jaren tachtig, werden zulke stukken oubollig gevonden. Want de modernisten, daar ging het om: mannen als Boulez, Stockhausen en Andriessen, die trouwens een prachtig werk voor me schreef. Ze fascineerden me, maar ik voelde ook diepe verbondenheid met deze betoverende en speelse melodieën. Waarom mochten en konden we die muziek niet gewoon omarmen?”

Tweespalt

Het conservatorium vormde in meerdere opzichten een beproeving, want in die jaren regeerde tweespalt de hobowereld. „Ging je voor een heldere en zangerige klank, zoals mijn held Han de Vries, of voor een brede en donkere kleur? In dat krachtenveld zat ik als beginner. Dan kreeg ik van medestudenten te horen: ‘Jij klinkt te licht, te Han de Vries-achtig, dus jij krijgt nooit een orkestbaan.’ Daar sta je dan op je zeventiende. Mag ik kiezen voor wat ik mooi vind of rekenen ze me daarop af? Een eenzame worsteling, want ik wilde liefst iedereen behagen. Maar ik voel me het gelukkigst wanneer mijn hobo begint te zingen. Dan trilt alles in me mee, en weet ik mijn gehoor het diepst te raken. Ik besloot: dat is mijn pad.”

Talent is in haar ogen een zegen en een vloek. „Want iedereen vindt wat van je. Al die ‘belangrijke’ mannen wisten zo goed welke weg ik moest volgen. Slechts een enkeling vroeg me wat ik zelf wilde. Tegen mijn leerlingen zeg ik steevast: ‘Je hebt een eigen stem, die gaan we samen zoeken en ontwikkelen.’ Dat is de kern van het musiceren.”

Na het conservatorium groeide Oostenrijk uit tot nationaal en mondiaal gevierd solist. Zo kreeg ze, als eerste hoboïst, de Nederlandse Muziekprijs, de hoogste staatsonderscheiding voor een klassiek musicus. „Plotseling stond ik vlak na mijn dertigste voor mijn gevoel op een enorm voetstuk, keek naar beneden en dacht: ‘Nu kan het alleen nog maar misgaan.’ Een lange strijd. Ik moest leren anders naar mezelf te kijken: niet telkens over de brede valkuil van perfectie springen, maar terug naar het meisje uit Zuidhorn dat ervan genoot om mooie klanken aan de hobo te ontlokken. Nadeel van talent is dat je in je hoofd precies hoort hoe het zou kunnen. Dat geeft je een ideaal om naartoe te werken, maar je kunt jezelf er ook eindeloos mee kwellen. Als ik goed voorbereid – en zonder klankbeeld in mijn hoofd – het podium betreedt, nieuwsgierig naar wat er zal gebeuren, dan pas val ik met de tijd samen, dan pas kan de echte magie ontstaan.”

Notes are Swallows. Dutch Landscape Miniatures. Pauline Oostenrijk (hobo en piano). Muziek Bernard van den Sigtenhorst Meyer & Alexander Voormolen. Gedichten Johan Andreas dèr Mouw. Cobra Records. Inl: paulineoostenrijk.nl