Industriële CO2-uitstoot kan eenvoudig omlaag

Energiebesparing De Nederlandse industrie kan makkelijk besparen op CO2-uitstoot. De techniek is er, maar bedrijven en handhavers zijn er onvoldoende mee bezig.

Wijk aan Zee met op de achtergrond de hoogovens van Tata Steel. Bijna een derde van de landelijke uitstoot komt uit een fabrieksschoorsteen.
Wijk aan Zee met op de achtergrond de hoogovens van Tata Steel. Bijna een derde van de landelijke uitstoot komt uit een fabrieksschoorsteen. Foto Lex van Lieshout/HH

Nederlandse fabrieken kunnen nog veel klimaatwinst boeken door energiebesparende maatregelen. Dat blijkt uit een rapport van twee ingenieursbureaus. Volgens de bureaus houden bedrijven die die maatregelen niet nemen, zich daarmee niet altijd aan de wet. Het onderzoek is medegefinancierd door het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK).

Door maatregelen te nemen die technisch mogelijk en rendabel zijn, kunnen fabrieken de komende jaren 3 miljoen ton CO2 besparen. Dat is 1,6 procent van de totale uitstoot van Nederland. Het is meer dan, bijvoorbeeld, het komende decennium bespaard kan worden met elektrisch autorijden.

De industrie is van alle economische sectoren de grootste uitstoter van broeikasgas in Nederland. Bijna een derde van de landelijke uitstoot komt uit een fabrieksschoorsteen. De afgelopen vijf jaar is geen enkele progressie meer geboekt bij de verlaging van die industriële uitstoot.

Toch is er nog veel laaghangend fruit te plukken in de industrie, blijkt uit het rapport van Royal HaskoningDHV en PDC. Het onderzoek is geschreven in opdracht van industriële brancheverenigingen FME en VEMW, het ministerie van EZK betaalde mee aan het project.

Terugverdienen

De twee bureaus rekenden in een dik rapport een lijst technische maatregelen door, en kwamen tot een selectie van ingrepen die praktisch haalbaar zijn en zich binnen vijf jaar terugverdienen. Deels zijn die technieken al „behoorlijke tijd” beschikbaar, zoals aanpassing van elektromotoren. De belangrijkste typen kostenefficiënte ingrepen uit het rapport zijn optimaliseren van regeltechniek via ict, zuiniger omgaan met warmte zoals via een warmtepomp, installeren van hybride ketels die op gas én stroom werken, en vervangen van verouderde onderdelen in elektromotoren.

Het zijn ingrepen die zonder hindernissen in veel fabrieken kunnen worden toegepast, van de chemische tot de voedingsindustrie. Zulke ingrepen leiden tot vermindering van de CO2-uitstoot in de industrie zelf, of indirect bij elektriciteitscentrales omdat de fabrieken minder stroom gebruiken.

Het is niet de eerste keer dat blijkt dat fabrieken veel kunnen besparen met relatief goedkope maatregelen. In 2017 concludeerde de VEMW na uitgebreid onderzoek van consultants van McKinsey dat de Nederlandse industrie in de volgende vijf jaar 5 miljoen ton CO2 zou kunnen besparen met „energie-efficiëntiemaatregelen die dichtbij een positieve business case zitten”. In dat onderzoek werden deels dezelfde technische grepen genoemd als nu. Sindsdien is de CO2-uitstoot echter niet gedaald.

Aandeelhouders

Volgens voorzitter Gertjan Lankhorst van branchevereniging VEMW heeft de Nederlandse industrie de afgelopen vijf jaar wel degelijk CO2-uitstoot vermeden. De industriële productie is tussen 2015 en 2019 met 8,5 procent toegenomen, terwijl de uitstoot van broeikasgas gelijk bleef.

Dat de CO2-uitstoot niet is afgenomen, wijt hij aan meerdere factoren. Volgens de VEMW-voorzitter is een terugverdientijd van vijf jaar voor bedrijven met „internationale aandeelhouders” geen overtuigend argument. „Het moet concurreren met investeringen die zich sneller terugverdienen.”

Daarnaast schort het aan uitwisseling van kennis tussen fabrikanten. Dat signaleren ook de onderzoeksbureaus. „Fabrikanten wachten tot anderen door schade en schande wijs zijn geworden”, aldus Lankhorst. Volgens hem is de afgelopen jaren bezuinigd op overheidsprogramma’s voor zulke voorlichting, en is ook zijn vereniging zelf „niet hard aan de slag gegaan” met het rapport, toen in de herfst van 2017 het huidige kabinet aantrad. De sector was sindsdien meer bezig met de onderhandelingen voor het klimaatakkoord. „Dat heeft voor bedrijven ook tot de nodige onzekerheden geleid, wat nooit gunstig is voor investeringen.”

Hoewel 3 miljoen ton CO2-reductie niet onaanzienlijk is, was meer verwacht van het project. Vorig jaar nam ondernemersvereniging FME het initiatief tot ‘Project 6-25’: 6 miljoen ton CO2 besparen in de industrie in 2025. „Voor meer dan 3 miljoen ton in 2025 zou ik mijn hand niet in het vuur steken”, aldus Lankhorst. Daarbij komt dat een deel van die besparing niet in de industriesector wordt bereikt, zoals het project beoogde, maar in de elektriciteitsproductie.

Initiatiefnemer FME van het onderzoek reageert via een woordvoerder dat het met het doel van 6 miljoen ton CO2 „de lat hoog [wil] leggen”. Om het doel toch te halen, vraagt de vereniging om „extra inspanning van bedrijven en de overheid”.

Financiële prikkels

De twee onderzoeksbureaus concluderen dat er onvoldoende technische opties zijn om 6 miljoen ton CO2 te besparen, en dat het met name schort aan financiële prikkels. De Nederlandse CO2-heffing die in 2021 ingaat, zou zo’n prikkel kunnen vormen. De hoogte van die heffing is nog niet vastgesteld, en in de studie is niet uitgerekend welk effect zo’n heffing zou hebben. Ook met een eventuele verhoging van de Europese CO2-prijs is geen rekening gehouden.

EZK schreef in april dat vanwege het Urgenda-vonnis „bekeken [zal] worden hoe de financiering van grootschalige energiebesparingsprojecten in de industrie kan worden versneld”. Daarbij werd Project 6-25 expliciet genoemd. Concretere plannen heeft het ministerie nog niet bekendgemaakt. Wel maakte het vorige week bekend dat er vanaf september 28 miljoen euro subsidie beschikbaar komt voor CO2-besparende systemen in de industrie.