Recensie

Recensie Vormgeving

Hoogbouw op traditioneel bouwblok biedt hoop voor Leiden

Gebouw In heel Nederland wordt nu hoogbouw gepland. Neutelings en Riedijk weten in Leiden de gebruikelijke tekortkomingen te vermijden.

De Lorentz van Neutelings Riedijk Architecten in Leiden
De Lorentz van Neutelings Riedijk Architecten in Leiden Daria Scagliola & Stijn Brakkee

Nederland schiet de lucht in. Niet alleen in de grote Randstadsteden maar ook in steden als Arnhem en Apeldoorn verrijzen nu kantoor- en vooral woontorens van 70 meter en hoger. En als de komende coronacrisis, anders dan de financiële crisis van 2008, niet ook leidt tot een bouwcrisis, zullen er het komende decennium nog vele torens volgen. Alleen al Rotterdam heeft plannen voor achttien woontorens, Amsterdam wil er in de nieuwe Sluisbuurt zelfs meer dan twintig bouwen.

Ook Leiden heeft een centrumplan dat ruim voorziet in hoogbouw. Naar een stedenbouwkundig ontwerp van PosadMaxwan moeten in het stationsgebied van Leiden uiteindelijk een stuk of twaalf grote, hoge gebouwen komen die maximaal zeventig meter worden.

Stadsplannen als die voor het stationsgebied van Leiden staan of vallen met de uitvoering. Heel vaak gaat het mis: de geschiedenis van hoogbouw in Nederland kent vele plannen die op papier redelijk oogden, maar uiteindelijk resulteerden in stedelijke woestenijen. Zo wilde architect Pi de Bruijn als ontwerper en supervisor van de Zuidas in Amsterdam in de jaren negentig dat dit een ‘gezellige’ en ‘bruisende’ kantoor- en woonwijk werd, met hoge gebouwen aan pleintjes en parkjes waar zou worden gewoond, gewerkt én uitgegaan. Vijfentwintig jaar later bestaat de Zuidas voornamelijk uit somber stemmende kantoorkolossen en is de wijk op de duurste grond van Nederland ’s avonds leeg en verlaten.

Maar misschien komt het in Leiden nu wel goed. In ieder geval biedt de Lorentz, een gebouw van Neutelings Riedijk Architecten waarvan het eerste deel onlangs werd opgeleverd, hoop op een goede afloop. Want al moet het tweede deel (met kantoortoren) nog worden gebouwd, nu al is de Lorentz een rijk stadsgebouw dat ruimte biedt aan woningen, winkels, kantoren én horeca.

Bovendien hebben Willem-Jan Neutelings en Michiel Riedijk, die eerder in Leiden de schitterende vernieuwing van het Naturalis Museum hebben ontworpen, de tekortkomingen van veel hoogbouw in Nederland weten te vermijden. Zo staan de twee woontorens – en straks ook de kantoortoren van 70 meter – niet in de open ruimte, maar zijn ze geplaatst op een ‘sokkel’ die in feite een traditioneel bouwblok is met ongeveer dezelfde hoogte als de oude gebouwen in het centrum. Het hart van het bouwblok is niet een binnenhof maar een van buiten onzichtbare parkeergarage van vijf verdiepingen met ondergronds een immense fietsenstalling. Het binnenhof is teruggekeerd als dak van het plintgebouw waar een tuin is aangelegd voor de bewoners van de torens.

De Lorentz van Neutelings Riedijk Architecten in Leiden Foto Daria Scagliola & Stijn Brakkee

Ook de rest van de vormgeving wijkt af van die van de gebruikelijke hoogbouw in Nederland. Niet uit armzalige, glazen panelen bestaan de gevels van het plintgebouw, maar grotendeels uit robuuste, roodbruine betonnen balken en panelen met reliëf die de sokkel een stenig voorkomen geven dat bij het oude Leiden past. En de twee torens, 45 en 52 meter hoog, zijn geen simpele, staande balken met gladde, glazen gevels, maar hebben een gekartelde vorm gekregen, waardoor het lijkt alsof ze uit verschillende smalle delen zijn opgebouwd. Bovendien zijn ze bekleed met geribbeld aluminium in ijle champagnetinten, die mooi contrasteren met de aardse kleuren van de sokkel. En de toppen van de torens bestaan niet uit enkele armetierige doosjes waarin installaties zitten, maar hebben, net als de eerste wolkenkrabbers in Chicago en New York, een ornamentele afsluiting in de vorm van metalen panelen met een patroon van cirkels, een ode aan de Leidse natuurkundige Hendrik Lorentz. Zo zijn in de Lorentz twee oude gebouwtypes – het traditionele Europese bouwblok en de driedelige oude Amerikaanse wolkenkrabber – op ingenieuze wijze met elkaar versmolten tot een modern-klassiek gebouw.