ECB-directielid Isabel Schnabel: „Een sterk Europees herstelfonds is absoluut cruciaal voor Europa als geheel.”

Foto ECB

Interview

ECB-bestuurder tegen Nederland: wees soepeler bij EU-herstelfonds

Isabel Schnabel | Directielid Europese Centrale Bank Het Duitse ECB-directielid Isabel Schnabel vreest dat de eurolanden economisch uit elkaar groeien. „Het is heel onwaarschijnlijk dat de Nederlandse economie zal bloeien als grote delen van Europa in zwaar weer blijven zitten.”

Het is de grootste test voor de Europese monetaire unie sinds de eurocrisis van begin jaren tien: de coronapandemie. De eurozone, een kwetsbaar bouwwerk van negentien landen, is getroffen door de diepste recessie sinds de lancering van de euro in 1999.

Als reddingsbrigade is de Europese Centrale Bank uitgerukt. De bank in Frankfurt heeft ongekend zwaar monetair geschut ingezet, waaronder een ‘pandemie-noodopkoopprogramma’ van 1.350 miljard euro.

Het gezicht van de centrale bank is Christine Lagarde, de Française die eind vorig jaar de Italiaan Mario Draghi afloste als ECB-chef. Als vrouw valt zij op binnen de mannenwereld van centrale bankiers. Maar er zit nóg een vrouw in de zeskoppige directie: Isabel Schnabel, een Duitse econoom die sinds januari bij de ECB werkt.

Schnabel staat bekend om haar open stijl. Ze blogt en houdt vraag- en antwoordsessies op Twitter (hashtag: #AskECB). Voor de ECB, die vaak nogal star communiceert, is zoiets nieuw. De Duitse stemt direct in met een interview met NRC, want, zo zegt ze tijdens het videogesprek, in Nederland wordt de ECB nogal eens kritisch bekeken. „We moeten veel meer doen om burgers te bereiken. Ik heb dat tot deel van mijn missie gemaakt.”

Schnabel, die het als hoogleraar vaak publiekelijk opnam voor de ECB, werd door de Duitse regering naar voren geschoven voor de functie bij de bank. Dit gebeurde na een periode van spanningen tussen Duitsland en de ECB onder Draghi. De ultralage rentes maken de Duitse spaarder arm, luidde de kritiek van Duitse media en politici.

Vlak voor het interview vorige week werd bekend dat een pijnlijk conflict tussen Duitsland en de ECB voorlopig is bezworen. Het Duitse Constitutionele Hof oordeelde in mei dat de ECB onwettig handelt door onvoldoende uit te leggen waarom de massale opkoop van staatsobligaties sinds 2015, bedoeld om de inflatie op te hogen, „proportioneel” is. Allerlei bijwerkingen, zoals de lage spaarrente voor burgers, zou het Hof negeren.

De uitspraak lag heel gevoelig voor de ECB: haar onafhankelijkheid dreigde te sneuvelen als zij zou luisteren naar nationale rechters. Na intensief diplomatiek overleg met de Duitse autoriteiten besloot de bank toch uitgebreid op de zaak in te gaan. Zij deed dit terloops, in vergadernotulen, zonder het Hof ook maar één keer te noemen. Zo hoefde de ECB formeel haar onafhankelijkheid niet op te geven. Daarmee is de zaak opgelost, verklaarde de Duitse Bondsdag vorige week, die zich daarmee achter de ECB schaarde.

Lees ook: Opeens schaart de Duitse politiek zich massaal achter de ECB

Bent u tevreden met de oplossing die nu is gevonden?

„Ja, ons stelt deze oplossing tevreden, vooral omdat de onafhankelijkheid van de ECB niet is geschaad. Wij hebben ons constructief opgesteld. Wij vallen niet onder de juridische bevoegdheid van het Duitse Hof, maar we wilden de situatie niet laten escaleren.”

U zegt dat de onafhankelijkheid van de ECB niet geschaad is. Maar in de notulen van de vergadering van 4 juni staat een lange discussie over de proportionaliteit van de opkoop van obligaties. Was dit niet een reactie op de uitspraak van het Duitse Hof?

„We hebben altijd discussies gehouden over de effectiviteit en bijwerkingen van onze maatregelen. Gezien de Duitse rechterlijke uitspraak is het logisch dat op die vergadering een extra intensieve en gedetailleerde discussie gevoerd is.”

Is de spanning tussen Duitsland en de ECB nu weggeëbd? Minder dan een jaar geleden was de sfeer nog heel giftig. Draghi werd in de Duitse pers ‘Draghila’ genoemd.

„De euro geniet juist een hoge mate van vertrouwen in Duitsland en het vertrouwen in de ECB is er zelfs boven het eurozonegemiddelde. En sinds de vorige crisis is de algemene houding in Duitsland ten opzichte van de ECB, zoals ik die waarneem, beter geworden. Velen zien en waarderen wat de ECB in de huidige crisis doet. Je kunt dat wellicht ook zien aan hoe de Duitse regering en het parlement met de uitspraak van het Constitutionele Hof zijn omgegaan.”

Ziet u verbetering van de relatie tussen de Duitse publieke opinie en de ECB als uw persoonlijke missie?

„De communicatie tussen de ECB en het grote publiek is heel belangrijk, zoals president Lagarde benadrukt. Maar dit gaat verder dan Duitsland alleen. Ik ben niet ‘de Duitse’ binnen de ECB-directie. Voor zover ik kan zien, hebben veel Nederlanders ook een tamelijk kritische houding over het ECB-beleid. Ik wil hen ook bereiken en beter uitleggen wat we doen.”

In Nederland begrijpen veel mensen niet wat de ECB doet. Een van de pijnpunten is de eindeloos aanhoudende lage rente die de pensioenfondsen raakt. De dekkingsgraden zijn dramatisch, pensioenkortingen dreigen.

„Die zorg moeten we heel serieus nemen. De lage rente heeft een sterke impact op pensioenfondsen en ook op spaargeld. Maar het is een misverstand dat de centrale bank in haar eentje de rente kan bepalen. De rente wordt vooral gedreven door economische en maatschappelijke langetermijnontwikkelingen, zoals vergrijzing en lage productiviteitsgroei. Daarom zie je die lage rente niet alleen in Europa, maar ook in de VS en Japan.

„Dit blijft nog wel een tijd zo, waarschijnlijk. Alle financiële actoren moeten hiermee leren leven. Het Nederlandse pensioenstelsel is zich al aan het aanpassen: van vastgestelde pensioenuitkeringen naar vastgestelde premies. En de structuur van beleggingsportefeuilles verandert.”

Maar de centrale bank heeft toch beslissingsruimte? Zij kan de rente verder of minder ver laten zakken, daar zijn ook altijd discussies over binnen het bestuur.

„Ja, maar men moet niet vergeten dat ons monetair beleid ook gunstige effecten voor de pensioenfondsen heeft. Onze maatregelen hebben goed uitgepakt voor de economie als geheel en ze hebben de bedrijfsbalansen versterkt. Dit is gunstig voor de premie-inkomsten van pensioenfondsen.”

De ECB-prognoses in juni waren heel somber: in het basisscenario voorziet de ECB dit jaar 8,7 procent economische krimp in de eurozone. Kunnen we nog somberder prognoses verwachten?

„De laatste weken zagen enkele vertrouwensindicatoren er positief uit, wat erop lijkt te wijzen dat de recessie wat milder kan uitvallen dan verwacht. Maar over het geheel genomen zitten we in de buurt van ons basisscenario. Belangrijker is wat er op de middellange termijn gebeurt. Hoe krachtig en snel zal het herstel zijn? Dat hangt sterk af van het politieke antwoord. Een sterk Europees herstelfonds is absoluut cruciaal voor Europa als geheel.”

Nederland wil een kleinere omvang van het herstelfonds dan de 750 miljard euro die de Commissie voorstelt. En het wil leningen in plaats van subsidies.

„De Nederlandse regering moet wellicht haar positie herzien. Niet alleen uit solidariteit, maar ook uit eigenbelang. Het is heel onwaarschijnlijk dat de Nederlandse economie zal bloeien als grote delen van Europa in zwaar weer blijven zitten. Als het grootste deel van het fonds uit leningen bestaat, ontstaan extra staatsschulden die na de crisis achterblijven. Dat zou weer tot nieuwe problemen kunnen leiden.”

Bent u bezorgd dat landen als Italië en Spanje, die toch al harder door de pandemie zijn geraakt, ook minder snel herstellen?

„Exact. Landen binnen de eurozone kunnen verder uit elkaar gaan groeien.”

Het EU-herstelfonds wordt nog in elkaar gezet, maar nu al zijn velen ontevreden

Voordat de ECB op 19 maart het pandemie-noodopkoopprogramma (PEPP) lanceerde, schoten de rentes op Zuid-Europese staatsschulden omhoog. Het renteverschil tussen Italië en Duitsland, en in mindere mate dat tussen Spanje en Duitsland – de zogeheten spread – liep op. Die spreads vormden dé stressindicator tijdens de vorige eurocrisis. De ECB greep in, met het PEPP. Door veel schuld op te kopen, hoofdzakelijk staatsleningen, houdt de ECB de spreads binnen de perken.

Was er in maart angst binnen de ECB voor een nieuwe schuldencrisis in de eurozone?

„Zover zou ik niet gaan. De spreads lagen ver onder de niveaus die we hebben gezien in de eurocrisis die z’n piek had in 2011-2012. Maar we hebben van eerdere ervaringen geleerd dat je vroeg in actie moet komen als er een zichzelf versterkende, negatieve spiraal dreigt.”

De ECB moest dus de leenkosten van Italië en Spanje gaan drukken?

„De eerste doelstelling achter het PEPP is tegengaan van risico’s omtrent de inflatieverwachting op de middellangetermijn. Daar heeft de crisis een drukkend effect op.” Schnabel heeft het over het inflatiedoel van de ECB van vlak onder de 2 procent. Dat is bedoeld als buffer tegen deflatie, een gevaarlijke negatieve prijsspiraal. Nu ligt de inflatie in de eurozone op slechts 0,3 procent.

„Het tweede doel is het risico op fragmentatie binnen de eurozone tegengaan. In crisistijd kun je een snelle, negatieve dynamiek krijgen: kapitaal vlucht van kwetsbare landen naar ‘veilige’ landen als Duitsland. Leenkosten in een land als Italië kunnen dan snel stijgen, niet alleen voor de overheid, maar ook voor burgers en bedrijven. Dat zou een probleem vormen voor de ECB, want wij moeten ervoor zorgen dat ons monetair beleid de hele eurozone bereikt.

„We zeggen overigens niet: Italiaanse of Spaanse spreads mogen niet boven een bepaald niveau stijgen. De rentes op staatsleningen verschillen tussen eurolanden, omdat de economische basisfactoren per land verschillen. Dat willen we niet veranderen. Maar als ergens in de eurozone leencondities plotseling erg verslechteren, moeten we dat tegengaan.”

Maakt dat de ECB een bijzondere centrale bank? Alle centrale banken grijpen nu grootscheeps in om de crisis te lijf te gaan, maar u moet ook nog de euro bij elkaar houden.

„Zeker. Wij zitten in een speciale positie. De eurozone is een unie van grotendeels soevereine landen met een gemeenschappelijk monetair beleid. Dat betekent dat wij iets anders moeten opereren dan andere centrale banken.”