Opinie

De tanden van Dave of het vraagstuk van de uniciteit

Maxim Februari

Dave Roelvink heeft nieuwe tanden. Ik las het bericht in de wachtkamer van de tandarts, dus ik gaf het wat meer aandacht dan ik zou hebben gedaan in gewone omstandigheden. Dave Roelvink, een mediapersoonlijkheid die vooral bekend is geworden als zoon van volkszanger Dries Roelvink, heeft in Turkije zijn tanden laten afvijlen om er kronen op te laten zetten.

Toen ik er midden in viel was de kwestie al uitgegroeid tot ‘neptanden-gate’. Iets met gratis PR en de kans op afsterven van het gebit. Luchtig nieuws. Entertainment rondom de luimen van onduidelijke sterren. Het grote Niets, maar dan wel Niets waaraan een naam is verbonden, liefst een familienaam, de Hiltons, de Kardashians, de Roelvinkjes, zodat je er met elkaar over kunt praten. Dat deze 26-jarige man zijn gezonde tanden had laten halveren was Niets en Niet Niets tegelijk, precies wat je soms nodig hebt.

Het is een illusie van de jeugd dat ons uiterlijk ons innerlijk weerspiegelt. De aanschaf van een perfect namaakgebit veroorzaakte daarom milde spot onder degenen die er in de commentaarsectie op reageerden. Geamuseerd, goedmoedig. Omdat het inderdaad niet slim is van Dave, die neptanden, maar dwaasheid is geen bron van verwijt. „Je kan veel over hem zeggen maar het is een jongen die zich potverdorie niet laat ketenen door cognitief vermogen”, schreef Jeffrey. „Goed voor Dave!”

Zo gauw ik meelas, deed ik al aan het roddelen mee. Ik was immers niet van plan iets aan de situatie te doen, er had zich geen ramp voltrokken, ik hoefde nu eens niet in allerijl toe te treden tot een denktank. Ik las gedistantieerd hoe Dave vlak voor zijn bezoek aan de tandarts een Lamborghini aan flarden had gereden.

Over die Lamborghini was Lodewijk Asscher hoogstpersoonlijk op het Binnenhof in gesprek geraakt met vader Dries Roelvink, die daar kennelijk politiek verslaggever is. „Duur speelgoed, ja”, had Asscher gezegd. „Ik rij in een Passat, dat is toch net anders.” En het was vooral net anders omdat wij, die verstandiger zijn, en onze eigen tanden nog hebben, ons niet kunnen veroorloven Lamborghini’s total loss te rijden. Nee, we moesten mededogen hebben met Dave, maar nou ook weer niet te veel.

Mijn aandacht dreef weg van de familie zodra de verslaggever van Nu.nl opmerkte dat je met de keuze voor een volledige set kronen kiest voor tanden „die er precies zo uitzien als de tanden van iedere andere beroemdheid”. En daarmee lag opeens de paradox van de glamour op tafel, het raadsel dat je je kunt onderscheiden door op ieder ander te lijken, het raadsel van de uniciteit en de uniformiteit.

Met dit raadsel vers in mijn hoofd belandde ik in de tandartsstoel. De tandarts maakte een afbeelding van mijn eigen, unieke gebit met haar nieuwe 3D-scanner; ze liet me het plaatje enthousiast zien. Aan de hand van dit plaatje was ik te identificeren, zei ze, en ik stelde me voor dat de politie het bij haar zou opvragen zodra ik van iets werd verdacht. Om vrij man te blijven moest ik misschien ook mijn tanden maar vervangen. Ik kon dezelfde tanden nemen als Dave Roelvink, dan kon ik in geval van nood zijn activiteiten als mediapersoonlijkheid overnemen, en hij de mijne.

Tegelijk drong de vraag zich op of je eigenlijk wel zo uniek bent met je eigen, oorspronkelijke tanden. Of is ook dat een illusie: de droom dat er van nature geen ander is zoals jij? Wislawa Szymborska heeft daar ooit een gedicht over geschreven. ‘Gedachten die in drukke straten bij me opkomen’ heet het. Het suggereert dat we uniformer zijn met ons toevallige uiterlijk dan we denken.

We gaan ervan uit dat elk van de miljarden gezichten op deze aarde anders is dan alle andere, zegt ze. Anders dan alle gezichten die er al zijn geweest en die er ooit nog zullen zijn. Maar dat hoeft helemaal niet zo te wezen. Het is goed denkbaar dat de natuur ideeën herhaalt en ons afscheept met een gezicht dat ze eerder in de geschiedenis al eens heeft gegeven aan een ander.

Het is mogelijk dat Archimedes je op een dag voorbij loopt in jeans. Of dat een van de farao’s langs komt met een bril op. Je komt er nooit achter, zegt Szymborska. Ook niet of jouw gezicht van jou is en niet dat van een ander. En daarop concludeerde ik dat dat ook gold voor mijn gebit: het kon best zijn dat ergens een heilige rondliep met mijn tanden.

Buiten op straat schaamde ik me vreselijk voor het misbruik dat ik had gemaakt van Dave Roelvink, gewoon om mijn gedachten af te leiden tijdens mijn eigen tandartsbezoek.

Immanuel Kant zou me verwijten dat ik de jonge man had behandeld als middel en niet als doel in zichzelf. Maar ja, zulke nobele filosofische inzichten krijg je natuurlijk altijd pas als het te laat is.

Maxim Februari is jurist en schrijver, www.maximfebruari.nl.