Cinema in superformaat: de comeback van 70mm-film in de bioscoop

Filmcultuur 70mm is een grandioos filmformaat: buitengewoon helder, scherp, diep en levendig. Maar ook ongekend onpraktisch en duur om te projecteren. Toch is er een heropleving.

John David Washington in ‘Tenet’ van Christopher Nolan.
John David Washington in ‘Tenet’ van Christopher Nolan. Foto Melinda Sue Gordon

‘Een heel dom idee, al met al. En Frank heeft het bedacht”, grinnikt Jan de Vries. Zijn kompaan Frank Groot van de Rotterdamse bioscoop KINO is de drijvende kracht achter hun grote project van de lockdown: de installatie van de Rolls-Royce onder de filmprojectoren, de Philips DP70, doopnaam Mathilda. Een projector voor 70mm-film, het meest grandioze én onpraktische filmformaat ooit. Groot: „Philips gaf in 1965 honderd jaar garantie op dit apparaat, dus wat kan er misgaan?”

70mm-film, een rage uit de jaren vijftig en zestig, maakt in Nederland een comeback. In de Benelux kon tot voor kort alleen het Amsterdamse Eye Filmmuseum nog 70mm draaien, nu kan KINO dat ook en volgt straks het Filmhuis Den Haag, dat eveneens een gerestaureerde Philips DP70 liet installeren. „Ons 70mm-project lag even stil door de lockdown”, zegt Leendert de Jong. „Maar in december beginnen we.”

70mm-film is het mooiste filmformaat, daarover zijn kenners het eens: ongekend helder, scherp, diep en levendig. Is bij digitale projectie 4K-resolutie al heel wat, bij het analoge 70mm is dat 16K. Maar 70mm-film is kwetsbaar en loeizwaar: 2 uur en 49 minuten Interstellar, de eerste film die KINO woensdag 1 juli in 70mm vertoonde, weegt bijna 280 kilo. Goedkoop is het niet: Mathilda kostte al met al ruim 50.000 euro. Voor de cabine van dit gietijzeren bakbeest van 600 kilo offerde KINO achttien stoelen op.

Frank Groot zocht een jaar naar een projector – de Philips DP70 ging in 1965 uit productie – op internetfora en eBay, in Delft, Italië, Duitsland en China. Tot hij er drie in prima conditie vond in het Brabantse Geldrop. Daar overtroeven de filmtechnici Ton Beetz en Emiel de Jong elkaar al jaren met het restaureren van antieke projectors. Groot: „Beetz had deze DP70 onder zijn trap staan in puntgave conditie, hij liet hem elke week even draaien. Hij wilde hem alleen verkopen als wij hem echt in gebruik namen.”

De lens was het laatste puzzelstuk. Groot: „Die mag geen enkel krasje of barstje hebben. We lieten allerlei Russische en Chinese mail vertalen voordat er een in Duitsland opdook.”

Nostalgie

Waarom al die moeite? In de jaren tien ging de Nederlandse bioscoop over op digitaal. Film wordt sindsdien naar harde schijven gestraald, niet langer in zware blikken bij de achterdeur afgeleverd. 35mm-projectors, het universele formaat voor celluloidfilm, konden naar de schroothoop, ‘operateur’ werd een nostalgisch beroep als kantklosser of mandenvlechter.

Maar op innovatie volgt nostalgie, en 70mm geldt als het hoogtepunt van de celluloidfilmcultuur. Het filmformaat maakte in 1955 zijn debuut met musical Oklahoma!. De komst van de televisie drukte toen het bioscoopbezoek; bioscopen investeerden dus in ‘beleving’: Technicolor, 3D, stereogeluid en breedbeeldformaat als Cinerama, CinemaScope, VistaVision.

70mm bood vooral beeldkwaliteit. Kan je 35mm-film met speciale lenzen tot breedbeeld opblazen, 70mm ís breedbeeld. Filmkenner Ronald Rosbeek vindt het „ongelofelijk” dat ondernemer Michael Todd indertijd de bioscoopwereld wist over te halen het formaat te adopteren. „35mm was de universele standaard. 70mm was superieur, maar ook enorm duur, zwaar en lastig. In Nederland kostte een 70mm-projector je al snel 6.000 gulden.” (Tegenwoordig zou dit circa 20.000 euro zijn).

Maar dan openbaarde zich ook een „nieuwe dimensie in hoogte, scherpte, helderheid en stereogeluid”, zo heette het. Nederlandse bioscopen staken – schoorvoetend en laat – na 1958 geld in Hollywoods ‘road shows’: exclusieve 70mm-voorpremières met dure tickets waarbij het publiek zich op z’n zondags kleedde. Net als de opera kende zo’n roadshow een pauze en een muzikale ouverture, soms tot chagrijn van het ongeduldige publiek. Aan de kassa werden souvenirboekjes verkocht. Het 35mm-plebs moest weken, soms maanden wachten voordat zo’n film ook op hun formaat uitkwam.

70mm was een episch formaat, bedoeld voor panoramisch spektakel als Spartacus, Cleopatra of 2001: A Space Odyssey. Begin jaren zeventig kwam de klad erin. Wat daarna in 70mm-film werd vertoond, betrof vooral ‘opgeblazen’ 35mm, waarbij veel detail verloren ging. De laatste echte 70mm-film was in 1996 Kenneth Branaghs Hamlet. IMAX had het formaat al obsoleet gemaakt.

Tot drie filmgrootheden in de jaren tien voor een heropleving zorgden: Paul Thomas Anderson, Quentin Tarantino en – het meest fanatiek – Christopher Nolan. Anderson nam in 2012 The Master op in 70mm, Nolan zijn sf-drama Interstellar in 2014 in 35mm (op aarde) én 70mm (in de ruimte). Tarantino haalde het concept van de ‘road show’ in 2015 eenmalig uit de mottenballen met 70mm-voorpremières van zijn – curieus genoeg – claustrofobische berghutwestern The Hateful Eight.

Grote namen, maar met z’n drieën niet eens goed voor een film per jaar. En de trouw van Paul Thomas Anderson is twijfelachtig. Doet 70mm er eigenlijk wel toe, peinsde hij hardop. „Het is zonder twijfel het beste filmformaat. Is dat je ding dan merk je het verschil. Maar weet je, ik zag laatst drie mannen in een garage helemaal opgaan in Saving Private Ryan op een piepkleine zwart-wit-tv. Ik hou van films die ik op mijn telefoon heb gezien en van films die ik op 70mm heb gezien.”

Snobisme

Is de comeback van 70mm dus vooral snobisme? Frank Groot van Kino vergelijkt het met vinyl. Het verschil: anders dan langspeelplaten zijn er bar weinig 70mm-films in omloop. Antieke 70mm-films zijn verkleurd; in Geldrop hield Ton Beetz Mathilda jarenlang in conditie met een oude, roestbruine kopie van rampenfilm Krakatoa: East of Java (1968).

De analoge filmprojector DP70 van Philips, 600 kilo zwaar, in staat beelden tot 16K te projecteren. Foto Philips Company Archives

Er zijn wat frisse kopieën. Eye Filmmuseum draait nu een 70mm-versie van Joker, Christopher Nolans sf-thriller Tenet gaat binnenkort in Nederland in liefst twee 70mm-kopieën uit. Maar het aanbod is schraal, het maken van één 70mm-kopie kost volgens Frank Groot tienduizenden euro’s. „Godsgruwelijk duur” dus; KINO zag af van een 70mm-voorfilmpje van 13 seconden toen dat 15.000 euro moest kosten.

Groot verzamelt op een excel-sheet alle beschikbare 70mm-films: hij komt uit op ruim zeventig titels. Er ligt een en ander in de kluizen van het Eye, bij Park Circus, dat de catalogi van de Hollywoodstudio’s beheert, bij de Cinémathèque française en het Russische Mosfilm. Het was lang zoeken naar een 70mm-versie van Interstellar. Groot: „Soms denk ik ook: waar ben ik mee bezig? Een digitale kopie regel je binnen een uur.” Hij vermant zich. „Maar al die moeite, dat is nou juist de charme. Het is een historisch ding.”

Joker is op 70mm te zien in Eye Filmmuseum in Amsterdam op 11 en 12 juli. Inl: eyefilm.nl

Interstellar draait op 70mm in Kino in Rotterdam t/m 18 juli, Dunkirk 17-22 juli. Inl: kinorotterdam.nl