Reportage

Curaçao snakt naar de toeristen

Toerisme Sinds 1 juli vliegen toeristen weer naar Curaçao. Maar voor het hotel bij de golfbaan en het openluchtbordeel kwamen ze te laat.

Als de toeristen wegblijven, kraakt heel Curaçao.
Als de toeristen wegblijven, kraakt heel Curaçao. Foto Prince Victor

Curaçao, zegt Marcel Scholten uit Spanbroek, „dat is thuiskomen bij dertig graden”. Zijn vrouw Anja vult aan: „Het is relaxt, het is altijd warm, en alles is in het Nederlands.” Met hun twee zoons zitten ze de komende drie weken in een van de resorts in Jan Thiel, een vast adresje. Met een biertje aan het strand, slenteren door Willemstad, een dagje klifduiken langs de kust.

Een voor een heropenen restaurants en souvenirwinkels in het centrum van Willemstad hun deuren. Op de autowegen die de uiteinden van Curaçao verbinden, zwellen gestaag de files weer aan. Je merkt het tot in de Albert Heijn in Jan Thiel, de witte strandexclave van Nederlandse toeristen, waar de zonnebrand sinds een paar dagen weer in trek is: de toeristen zijn terug.

Sinds 1 juli zijn reizigers uit Nederland en een handjevol andere landen weer welkom op Curaçao. Op het eiland werd lang uitgekeken naar die datum. Curaçao draait op toeristen. Hun afwezigheid in coronatijd was dan ook een gigantische tik voor de eilandbevolking. Nu is de hoop dat hun terugkeer het begin van het economisch herstel zal inluiden.

Snel zal het niet gaan. Curaçao, dat weinig besmettingen telde maar uit voorzorg wel een zware lockdown afkondigde, ziet Nederland nog steeds als een land met een risico, zij het beperkt. Wie naar Willemstad wil, moet papierwerk invullen en een coronatest doen. De Curaçaose regering heeft voorlopig een maximum vastgesteld van tienduizend reizigers per maand, een aantal dat de vliegmaatschappijen voorheen soms in een week vervoerden.

Toeristen op Papagayo beach in Curaçao Prince Victor

Gemaakt voor toerisme

De opluchting op het eiland is er niet minder om. „Laat ze maar aanrukken”, zegt Jane Weststrate. Ze stuurt een golfkarretje over de groene kortgeknipte grasvlakte. Weststrate, blond haar onder een petje, is de manager van Old Quarry Golf, een van de drie golfbanen op Curaçao. Verderop, voorbij de wuivende palmbomen, rijzen rotsformaties uit het blauwe water van de Caribische Zee. „We zijn hier voor toerisme gemaakt.”

In normale tijden, zegt Weststrate, vormen toeristen 80 procent van haar golfpubliek. Een bonte verzameling: cruisepassagiers, resorttoeristen, soms een golffanaat met een bucketlist. Tot maart. „Eerst leek hier nog niet veel aan de hand. Het volgende moment werd de ene na de andere vlucht geannuleerd en gingen we in lockdown. Het hele eiland stroomde leeg, het ging heel snel.”

Voor corona had de Curaçaose economie al fikse klappen gehad. De politieke en economische crisis in het nabijgelegen Venezuela maakte een einde aan de stroom van Venezolaanse luxetoeristen en dreef grote groepen vluchtelingen naar het eiland. Problemen bij de Isla-raffinaderij, die andere grote inkomstenbron, houden ook al maanden aan. Maar alles werd erger toen de wereld door corona tot stilstand kwam.

Lees ook: Regering Curaçao niet akkoord met voorwaarden voor Nederlandse coronasteun

Als de toeristen wegblijven, kraakt heel Curaçao. Hun afwezigheid zorgde er de afgelopen maanden niet alleen voor dat hotels en restaurants het zonder klandizie moesten stellen. Het betekende ook: geen wasgoed voor de wasserettes, geen opdrachten voor de op de toerismemarkt gerichte reclamebureaus, geen passagiers voor de taxichauffeurs en geen huurders voor de huurauto’s.

Aangewezen op voedselhulp

Tienduizenden Curaçaoënaars – op een bevolking van 160.000 inwoners – kwamen zonder baan te zitten. Een groot deel is aangewezen op voedselhulp. Dat laat sporen na. Het hotel dat bij het golfresort van Jane Weststrate hoort, heeft het niet overleefd. Het personeel staat op straat. Een fors aantal restaurants en hotels is hetzelfde lot beschoren. Het fameuze openluchtbordeel Campo Alegre heeft de deuren gesloten, mogelijk voorgoed.

Intussen wacht de toeristenbranche een nieuwe uitdaging. De regering van premier Eugene Rhuggenaath staat voor een enorme bezuinigingsopgave om de begroting onder controle te krijgen en om in aanmerking te komen voor noodleningen uit Nederland. Dinsdag keerde Rhuggenaath zich tegen een nieuw noodpakket vanwege de strenge strenge voorwaarden waaronder Nederland bereid is tot de leningen.

Tot veel openlijke onrust leidt de onvrede nog niet, al kwam het twee weken geleden tot een botsing tussen de oproerpolitie en een klein groepje demonstranten. Volgens de demonstranten – ontevreden ambtenaren, arbeiders en jongeren – schuift de regering de rekening van de crisis onevenredig af op de volksklasse. Sindsdien patrouilleren Nederlandse militairen rond Fort Amsterdam, het regeringscentrum in Willemstad.

Onderwijzers demonstreren vrijdag tegen de slechtere arbeidsvoorwaarden die de Curaçaose regering doorvoert.

Foto Prince Victor/ANP

Nieuwe beelden van relschoppers, is de vrees op het eiland, kan de prille terugkeer van de toeristen weleens dwarsbomen. Een aantal hotels kreeg lastminute met nieuwe annuleringen te maken. Niet de familie Scholten, zegt moeder Anja. Ik dacht: als de toeristen komen, dan blijft het wel rustig. Het toerisme is toch waar het geld mee verdiend wordt.”

Onvrede uiten of de rust bewaren: dat is een spagaat. „We zijn hier allemaal de dupe van de politieke beslissingen van onze regering”, zegt Jezus (zijn tweede naam), tot voor kort chef bij een van de strandresorts. Nu is hij werkloos. Hij kon de afgelopen maanden hooguit wat klusjes in de bouw bijeensprokkelen. „Ik ben vóór hulp uit Nederland, maar dan moet het geld goed terechtkomen. En dat gebeurt nu niet.”

Hij was er zelf niet bij toen het twee weken geleden misging, maar Jezus steunt de demonstranten van harte. „Wij zijn blij met de toeristen, we willen dat ze komen. Heel graag. Maar we kunnen ons niet laten tegenhouden om onze mening te geven over deze regering.”