Het was zoeken naar de accentverschillen tijdens het CDA-debat

Debat CDA-lijsttrekkerschap De CDA-kandidaten hielden het maandagavond beschaafd. Het bloedbad in 2016, toen de PvdA een leider zocht, is niet vergeten.

Hugo de Jonge, Mona Keijzer en Pieter Omtzigt in debat op de avond dat de stembus voor CDA-leden openging.
Hugo de Jonge, Mona Keijzer en Pieter Omtzigt in debat op de avond dat de stembus voor CDA-leden openging. Foto's ANP/Jeroen Jumelet

Voor een partij die nog geen maand geleden dacht dat de partijleiderskwestie zich als vanzelf had opgelost nadat een van de twee kroonprinsen zich terug had getrokken, stonden er deze maandag wel veel kandidaten op het toneel. Hugo de Jonge, Mona Keijzer en Pieter Omtzigt gingen met elkaar in het debat in de Jaarbeurs Utrecht op de avond dat de stembus voor CDA-leden openging. In de zaal zaten tientallen CDA-ers, online kon worden meegekeken.

Debat is misschien niet het goede woord. Kandidaten konden niet direct op elkaar reageren, alleen na aanwijzing van de presentator. In de praktijk kwam het erop neer dat ze afwachtten totdat ze een vraag kregen. Ieder onderwerp werd ingeleid, in precies negentig seconden (er was een timer) door één van de kandidaten. Dat deed De Jonge bij ‘zorg’, Keijzer bij ‘economie’ en Omtzigt bij ‘veiligheid en rechtsstaat.’ Achter de schermen was vooraf nogal wat over de opzet gekibbeld. Eigenlijk wilde de partij dat de kandidaten onderling met elkaar in debat zouden gaan, óók één op één. Maar niet alle kandidaten gingen daarmee akkoord. Het leverde een avond op waar het zoeken was naar accentverschillen.

Lees ook: het oude schisma in het CDA - stad versus platteland - is weer terug

Wat hij/zij zegt

Toen bleek dat er meerdere gegadigden waren voor het lijsttrekkerschap werd er onderling een afspraak gemaakt: we vallen elkaar niet aan. Een verbaal bloedige strijd zoals tussen Lodewijk Asscher en Diederik Samsom in 2016 in de strijd om het PvdA-lijsttrekkerschap - dát wilde het CDA niet meemaken. De afgelopen dagen, tijdens hun afzonderlijke campagnes, deden De Jonge, Keijzer en Omtzigt hun best om zich aan die afspraak te houden. Dat was deze maandag nog steeds zo. Steeds weer beaamden de kandidaten wat een van de anderen daarvoor had gezegd.

Inhoudelijk waren er maandag weinig verrassingen. Alle kandidaten hadden vooraf een verhaal bedacht. Mona Keijzer richtte zich nadrukkelijk op jongeren die zich zorgen maken over hun toekomst en de ouders van die jongeren. Ze sprak over de woningnood, over schulden en drugsgebruik.

Pieter Omtzigt presenteerde zich als de kandidaat met een grote dossierkennis. Hij verwees meermaals naar eigen successen: naar de toeslagenaffaire, waar vooral Nederlanders met een migratieachtergrond slachtoffer van waren. Die noemde hij een „schandvlek” die Nederland „niet siert” en hij zei dat instituten die „niet eerlijk zijn, gestraft moeten worden”. De andere kandidaten complimenteerden hem daar uitgebreid voor. Pas toen hem gevraagd werd hoe hij van het CDA een diverse partij wil maken, begon hij over zijn privéleven: hij noemde zijn Syrisch-Orthodoxe vrouw een belangrijke drijfveer.

Hugo de Jonge noemde de demografische ontwikkeling van Nederland een grote zorg. Hij pleitte ervoor dat Nederland daar „grip” op moet krijgen. Die discussie probeert hij al langer aan te zwengelen, in januari deed hij dat in een interview met NRC. „Ik sta open voor groei, we zijn nu eenmaal een migratieland. Krimp is desastreus. Vraag maar aan Japan. Maar we moeten wel groeien op een manier die de samenleving niet overvraagt.” En ja, dat betekent wat hem betreft ook dat het vrije verkeer van personen in de EU ter discussie kan worden gesteld.

De debatleider probeerde De Jonge, die gitaar speelt en ook graag zingt („jazz, maar ook koorzang”), nog even te verleiden tot een optreden. Maar De Jonge sloeg het aanbod handig af. „Voor ik het weet word ik hier een spreading event.”

Campagne

De afgelopen dagen hadden de kandidaten al campagne gevoerd. Omtzigt sprak zaterdag met leden in CDA-bolwerk Tubbergen, De Jonge toerde honderden kilometers door het land en Keijzer sprak met CDA-vrouwen. Al meteen na de voordracht door het bestuur had het campagneteam van De Jonge provinciale appgroepen opgericht met CDA-leden. De eerste instructie: neem een filmpje op. „Beeld staand gebruiken (want mooiste om af te spelen op telefoon!).” De filmpjes mochten „max 15 seconden zijn”. En dan de tekst: „Ik ben (naam) en voor mij is Hugo de Jonge de ideale lijsttrekker voor het CDA omdat.”

In de dagen daarna was te zien hoe CDA’ers zich daar strikt aan hielden. De ene na de andere endorsement van De Jonge verscheen. Van de Kamerleden die hun steun uitspraken voor een van de kandidaten, kreeg De Jonge veruit de meeste steun. Keijzer werd alleen openlijk gesteund door Kamerlid Madeleine van Toorenburg. Voor Omtzigt kwam er, in elk geval publiekelijk, geen steun vanuit de fractie.

Minister van Financien Wopke Hoekstra, lange tijd als kroonprins gezien, maakte in juni bekend het lijsttrekkerschap niet te ambiëren. Hij heeft zich nog niet achter een van de kandidaten geschaard. Hij was niet aanwezig bij het debat, maar wist eerder op de dag wel de aandacht op zich te vestigen door op Instagram vragen van volgers te beantwoorden.

Lees ook: het NRC-interview met Pieter Omtzigt over zijn ambitie om CDA-leider te worden