Samen met de andere regionale vervoerders beginnen Transdev en Arriva juridische procedures om te strijden tegen het gebrek aan mededinging op het spoor.

Foto Marcel van den Bergh / ANP

Interview

Vervoerders zijn boos: ‘De oude arrogantie van NS is terug’

Dat NS tot 2035 het vervoer op het hoofdrailnet mag verzorgen, zien de concurrenten als het bewijs dat er geen martkwerking is.

De concurrenten van NS zijn boos. De topmannen van twee grote vervoersbedrijven, Pier Eringa van Transdev en Anne Hettinga van Arriva, voelen zich overvallen door het kabinetsbesluit van een maand geleden om het vervoer op het hoofdrailnet (intercitynetwerk) tot 2035 aan NS te gunnen.

Ze zijn boos op het kabinet omdat meer marktwerking op het spoor met tien jaar wordt uitgesteld. Dat is in strijd met Europees beleid. Ze zijn ook boos op NS, omdat het staatsbedrijf volgens hen geen stukje spoor aan andere partijen gunt. Samen met de andere regionale vervoerders Qbuzz, Keolis en EBS beginnen Transdev en Arriva juridische procedures over het gebrek aan mededinging. In een hotelzaaltje op Schiphol lichten Eringa en Hettinga hun grieven toe.

Lees ook dit artikel over de gunning aan NS

Jullie zagen het kabinetsbesluit niet aankomen?

Eringa: „Nee. Sinds de start van dit kabinet, met de in het regeerakkoord geformuleerde ambities voor meer marktwerking op het spoor, is er op onverklaarbare wijze iets veranderd. En nu wordt er zonder fundament naar een conclusie geredeneerd. Dit onderwerp verdient een serieuze politieke discussie. Onder het mom van corona en meer zekerheid voor NS is dit besluit erdoorheen gejaagd. Gelukkig is het Kamerdebat uitgesteld tot na de zomer.”

NS presteert de laatste jaren goed. Dan is het toch begrijpelijk dat hun recht op exploitatie van het hoofdrailnet wordt voortgezet?

Hettinga: „Die verbeterde prestaties van NS zijn te danken aan concurrentie. Op de regionale spoorlijnen heeft een revolutie plaatsgevonden, dankzij commerciële vervoerders. Die hebben een succes gemaakt van de lijnen die NS twintig jaar geleden wilde afstoten omdat ze onrendabel waren.

„Die vervoersbedrijven hebben bijgedragen aan de betere prestaties van NS. Ze hebben daar honderden miljoenen in geïnvesteerd en worden nu afgestraft omdat marktwerking beperkt blijft tot de regionale lijnen aan de rand van het land. Het hoofdrailnet gaat op slot.”

Eringa: „NS gedraagt zich als rupsje-nooitgenoeg. Ze willen het hoofdrailnet, ze willen de internationale lijnen en ze willen weer terugkomen in de regio. En de stations willen ze ook. Ze willen alles. De overheid zou moeten zeggen: we willen gezonde competitie, dus we gunnen anderen ook wat. Maar dat gebeurt niet.”

In het regeerakkoord is sprake van het „openhouden van de optie voor meer marktopening”. Dat klinkt heel voorzichtig. Waren jullie verwachtingen over meer marktwerking niet te hoog gespannen?

Eringa: „Meer concurrentie biedt veel voordelen, maar politiek gezien is het geen makkelijk onderwerp. Den Haag durft het niet aan. Het is gebrek aan durf en gebrek aan kennis. Het spoor wordt niet radicaal anders als je anderen wat meer ruimte geeft. We hebben het niet over 23 vervoerders op het spoor. Wij willen NS niet van het net afknikkeren. Laat NS zich vastbijten in de intercity’s en de Randstad en laat enkele regionale vervoerders een feeder zijn voor dat landelijke net. Daar heeft iedereen baat bij.”

Met de gunning van het hoofdrailnet aan NS raken jullie niets kwijt. Jullie krijgen er alleen niets bij.

Hettinga: „We dreigen wel degelijk iets te verliezen. Als NS weer mag meedingen naar regionale lijnen blazen ze ons weg, door hun dominante positie. Na de aanbestedingsfraude in Limburg, vijf jaar geleden, was NS eventjes bescheiden. Ze moesten orde op zaken stellen. Nu zie ik de oude arrogantie terugkeren. Kijk maar naar hun claim op de lijn Den Haag-Heerlen-Aken, vanaf 2025. Dat NS die exploitatie nu al opeist, is absurd.”

Lees ook over het aanstaande banenverlies bij NS

Klopt het beeld dat NS zoveel groter is wel? Arriva is onderdeel van Deutsche Bahn, Transdev is een groot Frans concern, actief in zeventien landen.

Hettinga: „Wij vertegenwoordigen grote bedrijven, we zijn geen Calimero. Maar het feit dat we een moeder achter ons hebben zitten, betekent niet dat je hun geld hier onbeperkt kunt inzetten. Zij zitten daar, wij hier. We moeten onze eigen broek ophouden.”

Wat hebben jullie de Nederlandse reiziger te bieden dat NS niet biedt?

Eringa: „In de regio kunnen wij spoor- en busvervoer beter op elkaar afstemmen. Wij kennen die gebieden beter, weten beter hoe we aan de vraag van reizigers kunnen voldoen. Daarnaast zijn er stukken van het hoofdrailnet waar een regionale vervoerder tussendoor kan rijden. NS heeft een aantal lange lijnen die ze doortrekken naar het eindpunt, maar daar zit geen kip meer in de trein. Een regionale vervoerder kan daar met ander materieel rijden. Dat is efficiënter voor NS, en beter voor de reiziger.”

Is dat wel zo? In Engeland heeft meer marktwerking geleid tot een versnippering van het aanbod en dure treinkaartjes.

Eringa: „Het is een beetje raar en makkelijk om Engeland te framen als hét voorbeeld van marktwerking. Het probleem is daar dat de spoorbeheerder niet goed functioneert. De betrouwbaarheid en de prijs van de infrastructuur is in Engeland een groter probleem dan het grote aantal vervoerders. Kijk liever naar Scandinavië, of naar het regionale vervoer in Duitsland. Daar heeft meer concurrentie de reiziger veel opgeleverd.”

Hettinga: „Als we in Nederland de helft kunnen realiseren van wat in Duitsland aan liberalisering is doorgezet, maken we hier een gigantische stap vooruit. NS profiteert trouwens ook behoorlijk van dat geliberaliseerde spoor in Duitsland, met dochterbedrijf Abellio.”

Jullie vinden dat NS de andere vervoerders iets moet gunnen. Zo werkt het toch niet in een concurrerende markt?

Hettinga: „In elke sector geldt het principe dat alle partijen erbij gebaat zijn als je elkaar iets gunt. Dat betekent niet dat je iets weggeeft, maar wel dat je niet alles opeist. Dat je ruimte laat voor anderen. Je kunt alleen grote slagen vooruit maken als je de druk van een concurrent voelt.”

Eringa: „De vraag is: wil je al je concurrenten kapot of wil je ze ook laten leven? Als al je concurrenten kapot gaan, gaat het systeem kapot waar je van leeft. Als Ajax zo groot wordt dat ze geen spelers voor andere clubs overlaten, kunnen ze in Nederland geen goede competitie meer spelen, zich niet ontwikkelen en niet in Europa mee blijven doen.”