Opinie

Miljarden voor KLM? Knijp een oogje dicht

Menno Tamminga

De vraag stellen is ’m beantwoorden. Is KLM in de kern een gezond bedrijf? Het is de verplichte gezondheidsverklaring als de overheid een onderneming steun wil geven. Bij KLM is dat een achtergestelde lening van 1 miljard euro en een staatsgarantie van 90 procent op een bankkrediet van 2,4 miljard euro. Het risico voor de belastingbetaler is daarmee maximaal 3,16 miljard.

‘Is KLM in de kern gezond’ was dan ook een van de schriftelijke vragen vóór het debat in de Tweede Kamer vorige week. Inkoppertje, toch? Wie besteedt anders miljarden aan één onderneming? Het antwoord van ministers Wopke Hoekstra (Financiën, CDA) en Cora van Nieuwenhuizen (Infrastructuur en Waterstaat, VVD): „KLM was een gezond bedrijf in een zeer competitieve sector, met daarom lage winstmarges.”

Woorden doen ertoe. Hier is, met opzet mag je aannemen, gekozen voor de verleden tijd. De ministers nemen verder het woord ‘kern’ niet over. Wat is de betekenis daarvan?

Lees ook dit achtergrondverhaal: Al die miljarden, hebben Kamerleden daar wel grip op?

Het criterium dat een onderneming in de kern gezond moet zijn om steun te krijgen, gold ook bij de redding van banken in 2008 en 2009. Toen zag je al dat het criterium dubbelzinnig is. Is een bedrijf in de kern gezond en krijgt het daarom steun? Of krijgt het steun om te bewijzen dat het in de kern gezond is? Bij bank en verzekeraar SNS Reaal bleek dat tweede het geval: wél steun maar later volgde nationalisatie om faillissement te voorkomen.

Bij KLM wagen de ministers zich niet eens aan de bevestiging van ‘in de kern gezond’. Wat speelt daar?

In het debat over KLM ging het vorige week vooral over de vraag welk deel van het personeel hoeveel moet inleveren. Maar de 15 procent reductie van de beïnvloedbare kosten die het kabinet met KLM heeft afgesproken c.q. afgedwongen, stond niet ter discussie. Waarom geen 10 procent? Of 20?

De ministers én de banken van KLM hebben echter heel andere prioriteiten. De banken schuiven de risico’s naar de overheid. Zij lenen KLM 2,4 miljard euro, krijgen 90 procent staatsgarantie en KLM lost met het geld meteen een oude banklening van 655 miljoen euro af. Dus de banken lenen wel extra geld uit aan KLM, maar grotendeels zonder risico.

De overheid probeert de extra risico’s te beheersen door de KLM-top onder curatele te stellen, zoals banken dat doen als ze een wankele klant hebben met een groot krediet. Hoe gaat dat? Begrens je eigen financiële risico’s en probeer, bijvoorbeeld bij de kostenstructuur, het bedrijfsbeleid wat bij te sturen om sneller herstel te krijgen.

KLM moet elke maand becijferen hoeveel inkomsten het tekort komt voor de bedrijfsvoering. En alleen dat geld kan KLM bij de banken opnemen. Verder moet KLM een herstructureringsplan maken met een externe adviseur, maar die partij wordt aangesteld door de overheid, schrijven Hoekstra en Van Nieuwenhuizen aan de Kamer. Dat is in lijn met Hoekstra’s prioriteit in het Kamerdebat: blijven hameren op de hoge kosten en pilotenbeloningen. En dan is er als derde maatregel de state agent die namens het kabinet toeziet op de uitvoering van de steun. Geen geld naar Parijs.

Het lijkt wel alsof de overheid nu KLM, toch een particulier bedrijf én een dochter van een buitenlandse onderneming, in de kern gezond wil helpen maken. Dat krijg je als een bedrijf niet echt voldoet aan je eigen criterium voor steun. Het geeft een déjà vu. Op 26 juni, de dag dat het kabinet de KLM-miljardensteun bekendmaakte, stuurde de Algemene Rekenkamer zestien lessen van eerdere steunoperaties naar de Tweede Kamer. Bij les 14 staat: beland niet op de stoel van de ondernemer. Maar wat gebeurt er? Het kabinet gaat er met één bil opzitten en de Kamer knijpt een oogje dicht.

Menno Tamminga schrijft op deze plaats elke dinsdag over ondernemingsbeleid en economie.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.