Necrologie

Ennio Morricone (91), de man van die onvergetelijke harmonica

Ennio Morricone 1928-2020 Westerns als ‘Once Upon a Time in the West’, ‘A Fistful of Dollars’ en ‘The Good, the Bad and the Ugly’ zijn niet alleen filmisch briljant, ze zullen ook worden herinnerd door de vernieuwende muziek die Ennio Morricone ervoor schreef.

Componist Ennio Morricone tijdens een optreden in maart 2018.
Componist Ennio Morricone tijdens een optreden in maart 2018. Foto Luca Bruno

Miljoenen mensen kennen de muziek van Ennio Morricone, de Italiaanse filmcomponist die maandag op 91-jarige leeftijd overleed, aan de gevolgen van een val. Alleen al van de soundtrack van Once Upon a Time in the West (1968) werden zo’n tien miljoen exemplaren verkocht. Die spaghettiwestern – Morricone had een hekel aan dat woord – van Sergio Leone betekende zijn wereldwijde doorbraak. In totaal werkte hij zeven keer samen met Leone, met wie hij op de lagere school zat.

Hoewel misschien atypisch voor zijn gehele oeuvre, van rond de 500 werken, was de muziek die Morricone voor de westerns van Leone componeerde zeer vernieuwend. Dat zat hem vooral in de onorthodoxe instrumentatie die de maestro gebruikte: een elektrische gitaar, woordloos zingende sopraan, fluitende man en groot zangkoor. Zijn gebruik van de harmonica in Once Upon the Time in the West is onvergetelijk, evenals de operateske climax van The Good, the Bad and the Ugly: sopraan Edda Dell’Orso, met wie hij veelvuldig samenwerkte, brengt dan L’Estasi dell’oro ten gehore.

In The Good, the Bad and the Ugly imiteert daarnaast een piccolofluit het gehuil van een coyote, in A Fistful of Dollars (1964) incorporeert Morricone zweepslagen in zijn muziek.

Begrafenisklassieker

Ook zijn traditionelere filmmuziek is zeer geliefd, met dank aan Morricones gave voor melodieën met een melancholiek randje. De weemoedige lyriek van het thema ‘Gabriel’s Oboe’ uit The Mission (1986) werd bijvoorbeeld een begrafenisklassieker. De concerten waarin Morricone de hoogtepunten uit zijn oeuvre tot op hoge leeftijd uitvoerde, in 2017 nog in Rotterdam, werden massaal bezocht, met tot tranen toe geroerde fans.

‘Gabriel’s Oboe’ uit The Mission, gedirigeerd door Morricone zelf

Hoewel zijn muziek vele prijzen in de wacht sleepte, kreeg hij pas na vijf Oscarnominaties in 2007 (eindelijk) een ere-Oscar voor zijn onmiskenbare bijdrage aan de filmmuziek. In 2016 volgde de eerste ‘echte’ Oscar, voor The Hateful Eight van Quentin Tarantino. Tarantino had in zijn eerdere films al bestaande muziek van Morricone gebruikt, wat de populariteit van de Italiaanse componist nog meer vergrootte.

Morricones hoge productiviteit, met jarenlang tussen de 10 en 15 films per jaar, lichtte de maestro toe met de uitspraak dat hij „filmmuziek schreef zoals anderen brieven schrijven”. Dat verklaart ook dat niet al zijn muziek even goed is, sommige brieven zijn nou eenmaal zorgvuldiger geschreven dan andere. Soms zijn Morricones ‘brieven’ schaamteloos sentimenteel, het muzikale equivalent van een kauwgumbal, soms kort en bondig maar doeltreffend. Soms herhaalde Morricone zichzelf, zelfplagiaat was hem niet vreemd.

Over zijn vak zei hij in een interview uit 2015 met NRC: „In de rol van filmcomponist moet je verschillende gezichtspunten samenbrengen. Je moet allereerst de aanwijzingen van de regisseur volgen. Je dient te begrijpen waar de film over gaat. En als derde moet je de bedoeling, de boodschap ervan goed snappen. Een goed componist realiseert zich dit allemaal.”

The Hateful Eight

Morricone werd op 10 november 1928 geboren in Rome. Zijn vader speelde trompet in een jazzorkest en al op jonge leeftijd bleek Ennio muzikaal begaafd. Na de Tweede Wereldoorlog ging hij studeren aan het conservatorium van Santa Cecilia, waar hij in 1956 afstudeerde in de richtingen trompet, compositie, orkestratie, koormuziek en dirigeren. Een van zijn belangrijkste docenten was componist Goffredo Petrassi. Net als Petrassi interesseerde Morricone zich voor de toen opkomende avant-gardistische muziek. Zijn voorliefde voor modernistische muziek kon hij kwijt in de in 1964 opgerichte Gruppo Improvvisazione Nuova Consonanza, waar hij trompet speelde. Ook in sommige van zijn filmmuziek zitten atonale elementen; net als John Cage zag Morricone geen principieel verschil tussen geluid en muziek.

Al op het conservatorium schreef hij kamermuziek. Om geld op de plank te krijgen, ging hij arrangementen maken voor zangers als Paul Anka, Gianni Morandi en Rita Pavone. In totaal maakte hij zo’n 500 arrangementen, naast zijn eigen popcomposities (waaronder het beroemde ‘Chi Mai’ uit de film Maddalena) die onder anderen zijn uitgevoerd door zangeres Milva. Ook zijn composities voor de concertzaal, rond de 5 procent van zijn oeuvre, beslaan vele pagina’s in het door Nederlanders samengestelde naslagwerk The Ennio Morricone Musicography.

Pseudoniem

Hij maakte zijn debuut als filmcomponist in 1961, met de score van Il federale. Voor de muziek van A Fistful of Dollars (1964), zijn eerste samenwerking met Sergio Leone, gebruikte hij het pseudoniem Dan Savio. Een pseudoniem dat hij nooit meer hoefde te gebruiken toen de soundtrack van die film enorm aansloeg.

A Fistful of Dollars

Hoewel Morricone altijd herinnerd zal worden om zijn opvallende westernmuziek, naar zijn schatting minder dan 10 procent van zijn oeuvre, componeerde hij muziek voor allerlei filmgenres, van komedies tot thrillers. Ook ging hij memorabele samenwerkingen aan met diverse regisseurs, onder wie naast Leone ook Pier Paolo Pasolini, Elio Petri, Henri Verneuil, Giuseppe Tornatore. Pas eind jaren zeventig ging Morricone, die geen Engels sprak, muziek maken voor Amerikaanse films, zoals de prachtige pastorale lyriek die hij componeerde bij Terrence Malicks Days of Heaven (1978).

Ennio Morricone was ruim zestig jaar getrouwd en laat vier kinderen na, onder wie componist Andrea Morricone, die samen met zijn vader het liefdesthema van Nuovo Cinema Paradiso (1989) schreef.