Opinie

Een reportage over lynchen

Frits Abrahams

Mijn dochter wees me op een indrukwekkende reportage van Martha Gellhorn (1908 – 1998), de vermaarde Amerikaanse journaliste, uit haar verzamelbundel The View from the Ground, in de vertaling van Kees Helsloot en Leo Huisman Van de grond af gezien geheten. Het verhaal zou weer relevant zijn geworden in het licht van de recente gebeurtenissen in Amerika.

Het bleek inderdaad een indringend, zelfs schokkend artikel, voor het eerst gepubliceerd in het tijdschrift The Spectator van augustus 1936. Het verhaal heet Justice by night (Rechtspraak in de nacht).

Gellhorn beschrijft hoe zij met metgezel Joe autopech krijgt in Mississippi en vervolgens mag meerijden met twee witte mannen die met hun vrachtwagen op weg zijn naar een lynchpartij. „Ik vroeg bedeesd: ‘Wie gaat er gelyncht worden?’” „Een of andere verdomde neger, Hyacinth heet-ie, geloof ik”, zegt de chauffeur.

Hyacinth, 19 jaar oud, zou een witte vrouw hebben verkracht. Het bewijs klinkt mager en Joe stelt kritische vragen waarop een van de mannen zegt: „Luister, jochie, dit gaat jou ook geen ene klotemoer aan.” Ze arriveren op een afgelegen plek, er staan vooral mannen van middelbare leeftijd, „huisvaders, hoofden van gezinnen, betrouwbare mensen”.

Hyacinth wordt naar een grote boom geleid. „Zijn handen waren gebonden en er hing een touw om zijn middel. Ze sleepten hem voort, zijn benen hingen slap onder zijn lichaam en het leek alsof zijn hoofd zo zwaar was dat het los op zijn nek stond.” Hij wordt op het dak van een auto gehesen en aan een boom opgehangen, waarna iemand het lichaam met een fakkel in brand steekt. De chauffeur van de vrachtwagen zegt: „Nou, er zullen in deze contreien voorlopig geen brutale negers meer zijn.”

Gellhorn schreef het knap op, maar toch klonk in mijn binnenste een argwanend stemmetje: „Zou het ook helemaal waar zijn dat ze het zelf heeft meegemaakt?” Ik ging op zoek naar de ontstaansgeschiedenis en kreeg een ontnuchterend antwoord. In haar biografie Martha Gellhorn: A Life uit 2003 constateert Caroline Moorehead dat Gellhorn in dit verhaal iets doet wat ze al haar hele leven had gedaan: feiten en fictie vermengen.

In een brief aan presidentsvrouw Eleanor Roosevelt, een vriendin, bekende Gellhorn dat ze haar ervaring had verzonnen. Ze had twee gebeurtenissen samengevoegd: een ontmoeting met een dronken vrachtwagenchauffeur die terugkeerde van een lynchpartij en een gesprek met een man wiens zoon was gelyncht. Roosevelt adviseerde haar erover te zwijgen, want het verhaal werd inmiddels gebruikt voor een anti-lynch campagne tegen de Ku Klux Clan. Gellhorn schaamde zich en weigerde een uitnodiging om te getuigen voor een senaatscommissie in verband met wetgeving over anti-lynchen.

Vele jaren later bevestigde ze publiekelijk dat ze niet zelf getuige was geweest van het lynchen van Hyacinth. Haar vijanden bleven het haar tot na haar dood nadragen. Gellhorn had gruwelen beschreven die wel degelijk gebeurden, maar ze had er meer journalistieke eer mee willen inleggen dan haar toekwam. Het zou haar nu haar journalistieke reputatie hebben gekost, maar het was toen niet zo ongewoon. George Orwell deed in 1931 vermoedelijk iets dergelijks in het verhaal A Hanging over een executie in Birma en zou daarmee Gellhorn geïnspireerd kunnen hebben.