Een lang hoofdstuk

Vanuit de Verenigde Staten schrijft over wat haar opvalt. Vandaag: hoe het coronavirus de sociale ongelijkheid op school in New York nog wat verergerde.
Illustratie Eliane Gerrits

Een scheikundetoets doen op je mobiel, terwijl je met je kleine broertje aan de hand wc-papier afrekent in de supermarkt. Dat overkwam een leerling van Kimberly Dempsey, docent scheikunde op de East Side Community High School in New York City. Een zogenaamde high-need school, wat wordt uitgedrukt in het deel kinderen dat recht heeft op een gratis schoollunch. In dit geval twee van de drie. Het is voor hen vaak de enige voedzame maaltijd van de dag. Normaal is de lunch op school, nu moeten de kinderen die ergens ophalen.

Het coronavirus eiste een grote tol in de stad. Kimberly, een jonge vrouw die me zoomt vanaf een bankje in een park, vertelt dat er een kolom is toegevoegd aan de namenlijst van de leerlingen. Daar staat een kruisje als ze te maken hebben met verlies door Covid-19 in de directe familie. Naast bijna iedere naam staat een kruisje.

„Wij hadden gelukkig de mogelijkheid om voor iedereen een computer te regelen”, zegt ze. „Wel op het nippertje: we hoorden pas zondagmiddag dat we de volgende dag dichtgingen. Maar daarmee waren we nog niet uit de problemen. Lang niet iedereen heeft thuis internet. Of zelfs maar een veilige plek om te werken.”

„Het klaslokaal is de grote gelijkmaker”, zegt ze. „Nu zie je ineens de verschillen. Nou ja, zien, meer horen. Kinderen zetten de video niet aan, vaak uit schaamte voor de armoede thuis. En voor hun ongeknipte haar – het blijven tenslotte pubers. Maar de gesprekken op de achtergrond zeggen genoeg: ruziënde huisgenoten, krijsende baby’s. Vanochtend hoorde ik een leerling tegen een zusje zeggen: ‘Moet je nu alweer? Je had net toch al geplast.’” Maar Kimberly prijst ook de weerbaarheid van haar leerlingen, die zich overal zo goed en zo kwaad mogelijk doorheen slaan.

Ze vertelt over een meisje uit de eindexamenklas die een maand onbereikbaar was. Toen kwam ze erachter dat ze ’s nachts in de supermarkt werkte en overdag lag te slapen. Ze was opeens kostwinner toen haar moeder ziek werd.

Ze houdt haar hart vast voor de kinderen die instromen als het nieuwe schooljaar begint. „Het belangrijkste is het opbouwen van vertrouwen met een kind”, zegt ze. „En juist dat is zo moeilijk via Zoom. En dan heb ik het nog niet eens over de bezuinigingen in het onderwijs hier. Juist nu we meer docenten nodig hebben, meer schoonmakers, meer sociaal werkers. Maar zelf klaag ik niet. Ik ben 27 en heb alleen mezelf. Ik hoef niet ook nog mijn eigen kinderen te onderwijzen, zoals velen van mij collega’s.”

Covid-19 was al een ramp in New York City, maar sinds de moord op George Floyd komen vele leraren aan lesgeven nauwelijks toe. Kinderen en docenten gaan samen de straat op om te protesteren. Zij hebben grote behoefte hun verhalen te vertellen en hun ervaringen te delen. Elk schoolvak kan een aanleiding zijn. Het officiële lesmateriaal moet dan soms maar even wachten. De actualiteit biedt genoeg stof. Zoals een leerling opmerkte: „Ik heb nu al medelijden met mijn kinderen als ze over twintig jaar in de geschiedenisles het jaar 2020 gaan behandelen. Dat wordt een laaaaang hoofdstuk!”

Reacties naar pdejong@ias.edu