Belastingdienst en UWV voorzien problemen bij uitvoering zzp-verzekering

Arbeidsongeschiktheid Zzp’ers krijgen een verplichte verzekering tegen arbeidsongeschiktheid, is afgesproken in het pensioenakkoord. Dat wordt lastig, zeggen de beoogde uitvoerders.

Minister Koolmees (Sociale Zaken, D66) hoopt begin volgend jaar een wetsvoorstel te presenteren voor een „uitvoerbare, betaalbare en uitlegbare” verzekeringsplicht.
Minister Koolmees (Sociale Zaken, D66) hoopt begin volgend jaar een wetsvoorstel te presenteren voor een „uitvoerbare, betaalbare en uitlegbare” verzekeringsplicht. Foto Bart Maat/ANP

Het plan voor een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zzp’ers is in de huidige vorm waarschijnlijk niet goed uitvoerbaar. Dat verwacht de Belastingdienst. Ook uitkeringsinstantie UWV voorziet dat de uitvoering „ingewikkeld” wordt. Het bezwaar van beide instanties wordt vermeld in een brief die minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken, D66) maandag naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

In het pensioenakkoord spraken kabinet, werkgeversorganisaties en vakbonden vorig jaar af dat er een verzekeringsplicht komt voor zelfstandigen zonder personeel. In maart presenteerden de sociale partners een gedetailleerd advies voor zo’n verplichte regeling. De Belastingdienst zou de premies innen en het UWV zou de uitkeringen betalen. Koolmees wil dat advies overnemen, schrijft hij aan de Tweede Kamer. Tegelijk wijst hij op de bezwaren van de beoogde uitvoerders.

Lees ook: Geen verzekerplicht voor ondernemer mét personeel

De regeling is te ingewikkeld, vinden Belastingdienst en UWV, omdat zzp’ers allerlei keuzemogelijkheden krijgen. Zo kunnen zij ervoor kiezen om – tegen een hogere premie – al na een half jaar arbeidsongeschiktheid een uitkering te krijgen, in plaats van na een jaar. Wie twee jaar ‘wachttijd’ kiest, betaalt juist een lagere premie. Ook kunnen zzp’ers er via een ‘opt-out’ voor kiezen hun verzekering zélf, bij een private verzekeraar, te regelen.

Wrevel over verplichting

Zulke keuzes zijn bedoeld om draagvlak te creëren onder zzp’ers: een diverse groep met verschillende wensen. Veel zzp’ers hadden kritiek op de nieuwe verplichting: zij zien het als inperking van hun ondernemersvrijheid. Bovendien is er wrevel over de manier waarop zij hiertoe verplicht worden: op verzoek van de vakbonden, als ‘wisselgeld’ voor werknemerssteun aan het pensioenakkoord.

Maar al die keuzemogelijkheden maken de uitvoering complex, waarschuwen de Belastingdienst en het UWV. Volgens de Belastingdienst is het door de „opeenstapeling” van variabelen „niet te verwachten” dat de regeling door hen „goed kan worden uitgevoerd”, zo schrijft de instantie aan Koolmees, die de brief als bijlage aan de Kamer heeft gestuurd.

Zelfs een sterk versimpelde verzekerplicht zal nog veel druk leggen op de schaarse ict-capaciteit, schrijft de Belastingdienst. De fiscus kampt al jaren met haperende ict-systemen en wil zo weinig mogelijk nieuwe opdrachten krijgen van de politiek. Nu er toch een taak bij komt, moet de politiek rekening houden met „onzekerheid” over „het moment van invoering”. Oftewel: veel vertraging.

Complex en foutgevoelig

Als de regeling níét versimpeld wordt, voorziet de Belastingdienst meer problemen. Onder meer door de opt-out voor mensen die al privaat verzekerd zijn. En doordat zzp’ers kunnen kiezen uit drie verschillende ‘wachttijden’ en dus drie verschillende premiehoogtes. Iedere extra uitzondering en keuzemogelijkheid maakt het systeem complexer en foutgevoeliger, is de boodschap van de fiscus.

Ook het UWV adviseert de minister om de regeling simpeler te houden. Want de keuzemogelijkheden voor zzp’ers leiden tot allerlei „afbakeningskwesties”, waarschuwt de uitkeringsinstantie. Bij de opt-out bijvoorbeeld. Een zzp’er die een eigen, commerciële verzekering afsluit, moet minstens dezelfde dekking hebben als de UWV-verzekering, staat in het advies van de sociale partners. Maar dan moeten er wel heldere criteria komen waaraan zo’n commerciële verzekering moet voldoen, én een instantie die deze criteria toetst. Het UWV wil dat niet doen, omdat het zichzelf als uitvoerder van de publieke verzekering geen onafhankelijke partij vindt.

Hoge premie dreigt

Daarnaast is het onder particuliere verzekeraars gangbaar om een ‘eindleeftijd’ van zestig jaar te hanteren, ruim zes jaar voor de AOW-leeftijd. Houden zzp’ers nú hun private verzekering aan, zoals in het advies mogelijk is, dan is de kans dus groot dat zij tegen hun zestigste alsnog voor een verzekering bij het UWV moeten aankloppen. Juist als hun risico op arbeidsongeschiktheid het hoogst is - en dus het duurst voor het UWV. Dat leidt tot een hogere premie bij het UWV, en een lagere bij commerciële verzekeraars.

Koolmees schrijft aan de Tweede Kamer dat hij de komende tijd in gesprek zal gaan met werkgeversorganisaties, vakbonden, verzekeraars en de twee beoogde uitvoeringsinstanties. Hij hoopt begin volgend jaar een wetsvoorstel te presenteren voor een „uitvoerbare, betaalbare en uitlegbare” verzekeringsplicht.