Opinie

Alsof leven een vorm van binnenhalen is

Marjoleine de Vos

Het is onder makelaars een clichézinnetje: „Een logeerkamer? Dat zijn de duurste vierkante meters van het huis.” Menige aspirant-koper knikt dan blij: dat is waar! Zo’n kamer staat maar leeg, zonde eigenlijk. Niet dat het huis duurder wordt als je ergens een logeerbed zet. De redenering gaat uit van gebruik, iets wat je veel gebruikt is zijn geld meer waard dan iets wat je weinig gebruikt. Het heeft met een idee van overbodige luxe te maken: kun je je veroorloven om een huis te kopen waar niet elke vierkante meter intensief gebruikt wordt? Is dat wel slim?

Het kan een prettig zorgeloos gevoel geven om wel een logeerkamer te hebben, zoals het zorgeloos kan zijn om een reservewiel te hebben in de auto, rijst en tomatensaus in de voorraadkast, een paar kaplaarzen voor als het regent. Niet allemaal steeds nodig, maar niemand beschouwt die dingen als ‘duur’ – dat doe je alleen maar als je alles omzet in een waarde in geld die wordt afgezet tegen nut – als je van alles economie maakt kortom. Het aangename gevoel van ruimte of reserve levert niets op in zulke sommen.

Ziekenhuizen met leegstaande bedden, ‘overcapaciteit’ op ic’s, dat alles is in deze redeneringen ook alleen maar duur, want het moet allemaal ‘mean and lean’ zijn in het taaltje van de kostenberekenaars. Alles, elk bestaan, kan worden omgezet in een kostenpost of een verdienmodel. Een ziekenhuis is qualitate qua een kostenpost, maar aangezien we met dat idee niet meer kunnen leven, zijn de ziekenhuizen omgetoverd in verdienmodellen. En doet het vreemde feit zich voor dat de ziekenhuizen, nu ze heel veel zorg moeten en kunnen leveren, precies waar ze voor zijn, ‘verlies’ hebben geleden.

We zijn gewend geraakt aan die manier van praten. Een krant is ‘een merk’, wat eigenlijk een belachelijke manier is om over een krant te spreken, zelfs menig mens is ‘een merk’ geworden. Niemand trekt daarbij zijn wenkbrauwen meer op.

Zo wordt nu ook steeds over ‘fair innings’ gesproken als het gaat om uiteindelijke selectie bij noodsituaties in de zorg. Oudere mensen hebben hun ‘innings’, al gehad, die hebben van alles in het leven kunnen binnenhalen, jongere mensen nog niet en dus moeten jongere mensen voorgaan.

In het ‘Draaiboek pandemie’ van de Federatie Medisch Specialisten en de Nederlandse Vereniging voor Intensive Care wordt ook voorgesteld om ‘matig kwetsbare’ mensen van 65 (!) en ouder niet meer te helpen bij overbelasting van de zorg. Bijvoorbeeld iemand van 67 die hulp nodig heeft bij traplopen en douchen en niet meer alleen naar de winkel kan.

Dat begrip ‘fair innings’ bevalt me helemaal niet. Dat jonge mensen voor ouden moeten gaan in geval van nood is niet onverdraaglijk – kinderen, twintigers, dertigers, zij hebben nog zo veel minder geleefd dan de ouderen, en leven, dat is precies waar het om gaat. Zo dachten en handelden we toch al, mensen boven de 80 gingen vooral thuis dood aan corona en op de ic’s lagen juist mensen onder de vijftig. Maar dat dat leven een vorm van binnenhalen zou zijn, hoezo eigenlijk? Misschien is een belangrijke kant van het leven ook wel een kwestie van geven, iets proberen te betekenen of gewoon van bestaan, het licht van de zon zien – dat heeft zo weinig met ‘innings’ te maken.

Is alle vreugde uit het bestaan verdwenen voor iemand die slecht ter been is, soms duizelig, wel wat zwak? Ethische afwegingen als er niets ethisch meer aan de situatie te ontdekken valt, zoals bij overstromende ziekenhuizen het geval is, zijn onmogelijk. Het is geen oplossing om ethiek óók te verpakken in economische taal.

Marjoleine de Vos is redacteur van NRC.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.