Susan Lenderink in de Johan Cruijff Arena.

Foto Lars van den Brink

Interview

‘Ajax rijk? Het geld vliegt er hier ook het hardst uit’

Susan Lenderink, financieel directeur Ajax Susan Lenderink is de eerste vrouwelijke directeur ooit bij Ajax. Ze moet de club door een financieel lastige tijd leiden, nu inkomsten wegvallen. „Ik werd meteen de operatie ingezogen.”

Het zweet sloeg in haar handen, die koude avond in de Johan Cruijff Arena, december 2019. „Ik had gedacht dat ik dat als rationeel persoon makkelijker naast mij zou neerleggen.” Maar de spanning kreeg vat op haar. Susan Lenderink, dan net vijf maanden financieel directeur bij Ajax, werd „meegezogen in het sentiment” rond het cruciale Champions League-duel tegen Valencia.

Ajax verloor, werd uitgeschakeld, en miste zo een premie van bijna tien miljoen euro voor plaatsing voor de volgende ronde. Lenderink: „Ik dacht niet: dit lopen we nu mis. Al speelt het in je achterhoofd wel mee. Maar het waren pure gevoelens. Vond ik mooi, had ik niet verwacht dat ik dat zo zou ervaren. Ik sliep er echt slecht van.” Na de uitschakeling in de Europa League, in februari tegen Getafe: precies hetzelfde.

De vraag was of ze moest wennen aan de grilligheid van het voetbal en hoe de prestaties op het veld van invloed zijn op de rest van de bedrijfsvoering. Zestien jaar werkte ze bij de Bijenkorf, de laatste zeven jaar als financieel directeur, tot ze vorige zomer overstapte naar Ajax. Lenderink (42), uit Hengelo in Gelderland, volgde Jeroen Slop op, die ruim twee decennia financieel directeur was.

Bij de Bijenkorf kende ze ook „piekmomenten”, een paar cruciale weken waarin een groot deel van de omzet moest worden behaald. „Hier is elk duel een moment dat het moet gebeuren. Maar het is niet zo dat als ik nu op de tribune zit en denk: volgende ronde, tsjing-tsjing, ik hoor de kassa rinkelen.”

Transfer Matthijs de Ligt

Lenderink is de eerste vrouwelijke directeur ooit bij Ajax, dat met juriste Marjan Olfers eerder wel een vrouwelijke commissaris had. Ze is Voetbal International gaan lezen, waarvan ze aanvankelijk dacht dat het een soort Linda voor mannen was. „Maar ik was onder de indruk”, zei ze in Het Parool. „Er staan af en toe echt leuke artikelen in.” Haar man, een Ajax-fan, is blij dat hij nu mee kan naar wedstrijden in plaats van naar modeshows.

Ze zit voor het interview in het kantoor van algemeen directeur Edwin van der Sar, om praktische redenen – de beschikbaarheid van een ruime vergadertafel. Ze was direct geïnteresseerd, toen een headhunter haar benaderde voor de functie. „Hoe combineer je een beursnotering, met een sterk merk, terwijl je in de eerste plaats gewoon een voetbalclub bent?” Ze vindt het belangrijk om te werken in een omgeving die „tot de verbeelding spreekt”, zegt ze. „Dat is hier het geval.”

Ze heeft net het boekjaar 2019-2020 afgesloten. Het vormde het slot van een turbulent eerste jaar. Net begonnen, in juli 2019, was ze betrokken bij de transfer van Matthijs de Ligt naar Juventus van 75 miljoen euro. In november presenteerde ze bij de aandeelhoudersvergadering recordcijfers – 200 miljoen euro omzet, 52 miljoen nettowinst, 210 miljoen eigen vermogen. En de afgelopen maanden was het vooral crisismanagement – ze zit bij Ajax in het ‘corona-kernteam’.

U had nauwelijks tijd om te wennen.

„Nee. Terwijl juist die eerste weken waardevol zijn als nieuwkomer. Waar anderen vanzelf bedrijfsblindheid krijgen, wilde ik die afstand houden, en met consultantogen kijken. Maar ik werd meteen de operatie ingezogen. Ajax is een voetbalclub en een beursgenoteerde onderneming, maar als je naar de cijfers kijkt heeft het veel meer weg van een mkb-bedrijf. Maar met een enorme exposure.”

Vindt u het financiële model van Ajax sterk genoeg? Jullie zijn, zoals bijna alle clubs, erg afhankelijk van transfers.

„Dat is zo. Als je naar het operationeel resultaat kijkt: dat is best wel een flinterdun resultaat. Zelfs in de jaren dat we Champions League spelen, heb je transferinkomsten nodig. Die maken dat we over het algemeen een zeer goed renderende en winstgevende organisatie zijn. We willen Ajax als wereldmerk terug op de kaart zetten, zoeken continu naar mogelijkheden om dat speelveld te verbreden. Zodat je minder afhankelijk bent van alleen de sportieve prestaties.”

Is dat flinterdunne lijntje té dun?

„Het kan altijd beter. Ik heb er aan moeten wennen dat het bij het voetbal zo gaat. Als we bij de Bijenkorf de voorwaarden goed hadden, was de uitkomst automatisch hetzelfde. Maar bij voetbal is dat niet zo. Daar kunnen alle voorwaarden goed zijn, maar als je net die ene bal mist, kan het financieel enorme gevolgen hebben. Dat is iets waar ik als controlfreak aan moest wennen. Dat maakt het ook wel weer heel leuk.”

Susan Lenderink

Foto Lars van den Brink

Ze is in een periode ingestapt dat Ajax financieel de vlucht naar voren heeft genomen. De begroting was voorheen „zonder risico en defensief”, zei Van der Sar in december in VI. „We speelden meer balletjes breed dan vooruit.” In 2018 is een andere koers ingezet, minder spaarzaam, met een begroting op Champions League-niveau, en meerdere spelerssalarissen van naar verluidt vier tot vijf miljoen euro. Het spelersbudget (salarishuis) groeide in twee jaar van 25 naar 55 miljoen.

Lenderink onderschrijft die transformatie. Het is een strategie die – mits de resultaten goed zijn – doorwerkt in de hele voetbalketen van Ajax. „We hebben een hele goede jeugdopleiding. Als je die spelers het Europese podium kan geven, dan gaat dat vliegwiel werken. Dat hebben we gezien met een aantal grote transfers. Dat is heel succesvol gebleken.”

Hoe was dat voor u, die miljoenentransfers?

„Bij de Bijenkorf had ik miljoenen transacties van honderden euro’s, hier tientallen transacties van miljoenen euro’s. Een hele andere dynamiek. Vind ik bijzonder. Zeker omdat ik niet uit deze wereld kom. Ik heb een goede chemie met [directeur voetbalzaken] Marc Overmars. Hij weet alles van voetbal, ik ga over de betalingstermijnen, belastingen en de voorwaarden.”

Met Overmars en Van der Sar heeft u twee oud-wereldspelers aan uw zijde.

„In een bepaalde omgeving merk ik dat mensen daarop reageren. Op Schiphol zocht ik Edwin een keer. Aan het gefluister om mij heen hoorde ik waar hij was. Ik heb die gevoeligheid verder niet, ik ben nuchter de voetbalorganisatie ingestapt. Natuurlijk heb ik heus wat met voetbal, ik ben ook opgegroeid met Studio Sport op zondagavond. Maar ik sliep niet onder een dekbed van Marc Overmars.”

Lees ook dit verhaal over financiële steun aan het betaald voetbal

De nieuwe financiële koers wordt doorgezet, ook in crisistijd. Lenderink gaat ervan uit dat dit „een tijdelijke dip” is. Dat neemt niet weg dat Ajax kritisch naar de kosten kijkt, nu het voetbal sinds begin maart stilligt, en ook de drie fanshops dicht waren. Tientallen zzp’ers uit de flexibele schil zijn al naar huis gestuurd.

Ajax (374 fte’s) maakt gebruik van de NOW-regeling, waarbij de overheid een groot deel van de loonkosten overneemt van bedrijven die een omzetdaling van minstens 20 procent hebben. De club vroeg dit alleen aan voor het kantoorpersoneel, niet voor de spelersgroep.

Aan Ajax kleeft het stigma: rijke club, forse salarissen, daar hoeven ze niet te zeuren.

„Ik zeg dan: een eigen vermogen [262 miljoen bij de laatste halfjaarcijfers] en een bankrekening zijn twee verschillende dingen. Op papier heb je eigen vermogen, maar geld zit in de spelersgroep. Nu in coronatijd komen geen inkomsten binnen, maar de salarissen moeten we wel iedere maand betalen. We hebben dan misschien wel een buffer, maar het gaat er hier ook het hardst uit, in absolute zin.”

Hoe gaat u te werk bij het terugdringen van de kosten?

„Dat noemen we ook wel ‘zero-based budgeting’. Niet denken: ik had vorig jaar een ton, dan doe ik er een beetje indexatie over, en heb ik dit jaar een budget van bijvoorbeeld 105.000 euro. Nee: wat zat er vorig jaar in die ton, en heb je dat echt nodig? Met het idee: we weten niet wat ons boven het hoofd hangt. En: het operationele resultaat vóór transfersommen, dat is best dun. Dat hoort bij het model dat we afhankelijk zijn van transferinkomsten. Maar hoe gaat die transfermarkt er de komende maanden uitzien? Dat is ook een hele onzekere factor.”

In hoeverre is het ethisch nog verantwoord om nu grote transfers te doen?

„Dat doen we voorlopig toch niet. Als er geen corona was geweest, zouden we offensief zijn, en haal je waarschijnlijk alvast die of die speler. In deze tijden doe je dat gewoon niet. Je bent toch afwachtend.”

Hoe zorgt u dat de begroting voor volgend seizoen op Champions League-niveau blijft?

„We willen koste wat kost die kwaliteit van de spelersgroep overeind houden. Ons speelveld is Nederland, maar je wil ook blijven meedoen op Europees topniveau. Dat is waar ons businessmodel op geënt is. Dat betekent dat je heel kritisch naar alles gaat kijken. Er zijn geen heilige huisjes.”

Een van de heilige huisjes die doorbroken moet worden, zijn de spelerssalarissen. Begin mei sloot het betaald voetbal een collectief akkoord voor een reductie, waarbij topverdieners tot 20 procent afdragen over het hoogste deel van hun salaris. De spelersgroep van Ajax kondigde destijds aan „vanzelfsprekend” bereid te zijn tijdelijk in te leveren. Maar nu, bijna twee maanden later, is er nog geen akkoord bij de club. „We zijn daarover nog in gesprek met de spelersraad”, zegt Lenderink.

Als we bij de Bijenkorf de voorwaarden goed hadden, was de uitkomst automatisch hetzelfde. Maar bij voetbal is dat niet zo

Spelers uit het topsegment zouden tijdelijk tonnen moeten inleveren. Het AD schreef dat de (buitenlandse) zaakwaarnemers van Dusan Tadic en André Onana het spel hard spelen richting Ajax. Ook speelt mee dat enkele spelers deze zomer een transfer willen maken, het loonoffer wordt daarbij soms gebruikt in de onderhandelingen. Lenderink, in algemeenheid: „Er spelen natuurlijk individuele belangen in dat collectieve. Dat maakt het lastig. Uiteindelijk gaan we daar wel uitkomen, ik hoop ergens in de komende weken.”

Ajax zal waarschijnlijk geen gebruik maken van overheidssteun via het deltaplan, dat de KNVB in Den Haag heeft ingediend. Waarom niet?

„Omdat we dat niet nodig hebben. Tegelijkertijd, een dergelijk overheidssteunplan, dat zie je nu aan KLM, daar zitten heel veel voorwaarden aan. Dat beperkt je ook in je bewegingsvrijheid. Je wil niet dat je geremd wordt in bepaalde keuzes. Zolang we redelijk autonoom ons beleid kunnen uitvoeren, heeft dat absoluut de voorkeur.”