Reportage

‘Wat staan er veel woorden in de corona-app’

Op 15 juli wil minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid, CDA) de knoop doorhakken over de veelbesproken corona-app. Het personeel van sociale werkplaats De Ster mocht de app alvast proberen.

In de ‘Experivan’ testen onderzoekers van de University of Twente (UT) hoe diverse bevolkingsgroepen de corona-app van de overheid zullen gaan gebruiken. Foto Eric Brinkhorst
In de ‘Experivan’ testen onderzoekers van de University of Twente (UT) hoe diverse bevolkingsgroepen de corona-app van de overheid zullen gaan gebruiken. Foto Eric Brinkhorst

Vijf medewerkers van sociaal café en werkervaringsplek De Ster zijn de uitverkorenen; zij mogen de Nederlandse corona-app als een van eersten testen. Hun collega’s die niet met het onderzoek meedoen, liggen later jolig languit op de bank van de ‘Experivan’, een testlab in een bestelbusje van onderzoekers van de University of Twente (UT). De andere medewerkers – allen met een verstandelijk beperking – hadden de app ook wel willen testen, maar mogen tenminste even de bus in. In het busje onderzoeken masterstudent gedragswetenschappen Joris van Gend (26) en promovendus Peter Slijkhuis (26) hoe diverse bevolkingsgroepen de corona-app van de overheid zullen gaan gebruiken.

Door het gebruik onder zoveel mogelijk bevolkingsgroepen te testen – van hoog- tot laagopgeleiden, van statushouders tot ouderen en mensen met een verstandelijke beperking – probeert het Twentse onderzoek bij te dragen aan de wens van de overheid om de corona-app zo ‘gebruikinclusief’ mogelijk te maken. Dus verruilden ze vorige week vrijdag hun laboratorium op de campus voor de Experivan om ook op locatie in Borne, tussen Almelo en Hengelo, onderzoek te doen.

Slijkhuis: „Het gaat om dingen als: Welk lettertype gebruik je, hoe groot zijn de letters, kloppen de gebruikte symbolen met de tekst? We hebben ook een soort nagebouwde App Store getest om te kijken of mensen dit daadwerkelijk op hun telefoon zetten. Snappen ze wat er van hen gevraagd wordt?”

Net als rond de veertig andere mensen doorliepen de medewerkers van De Ster tijdens het onderzoek de hele gebruikscyclus van de app: van installatie via een nagemaakte App Store tot het doorgeven van hun (gesimuleerde) besmetting. „Dé Nederlander bestaat niet”, zegt onderzoeker Slijkhuis. „Daarom is het belangrijk om de obstakels om de app te installeren voor zoveel mogelijk groepen weg te nemen.” Een deelnemer – die vanwege deelname aan het onderzoek anoniem moest blijven – gaf bijvoorbeeld aan dat er soms erg veel woorden in de app stonden. „Dat was bijna niet te lezen.”

Besmettingen werden tijdens de test gesimuleerd. Een onderzoeker die deed alsof hij van de GGD was, belde deelnemers en deelde hen mee dat ze positief getest waren op het coronavirus. Een andere deelnemer: „We moesten doen alsof we écht geschrokken waren, dat was nog niet zo makkelijk, want ja, we wisten dat het telefoontje zou komen.”

Als de corona-app er komt – het ministerie van Volksgezondheid houdt nog altijd een slag om de arm – is het een GGD-medewerker die na een positieve test vraagt of de persoon de app gebruikt heeft en of hij zijn besmette ‘contactcodes’ wil delen met de rest van het systeem. Andere gebruikers downloaden dan automatisch die codes van een centrale server, zodat zij voor een eventueel risicovol contact gewaarschuwd kunnen worden.

Dat uitgerekend deze servers bij de Belastingdienst - dat kampt met beschuldigingen van etnisch profileren na de toeslagenaffaire - komen te staan, deed ook bij de twee onderzoekers de wenkbrauwen fronsen. „Maar ze zijn de meest ervaren bouwers van de overheid,” zegt Slijkhuis. „En ik moet zeggen: ze nemen onze feedback en die van de gebruikers uit ons testpanel écht serieus.” Het serverpark van de Belastingdienst beschikt volgens het ministerie van Volksgezondheid over de beste papieren. Als veel mensen de app gaan gebruiken en er veel besmettingen zijn, moet het systeem die vraag aan kunnen. Daarnaast heeft de Belastingdienst een 24-uurs Security Operations Centre (SOC), dat eventuele cyberaanvallen snel kan detecteren.

Sneller contactonderzoek

De corona-app wordt door het ministerie gepresenteerd als een aanvulling op het bron- en contactonderzoek van de GGD, al jaren het middel om nieuwe infectieziekten in kaart te brengen en nieuwe bronnen te isoleren. Promovendus Slijkhuis denkt dat de app kan helpen dat onderzoek te versnellen. „Het bron- en contactonderzoek zou met deze app al in twee dagen kunnen en ook mensen in beeld brengen die je misschien niet eens gezien hebt. Denk aan iemand die een stoel achter je in de trein zit. Hoe sneller men van een mogelijke besmetting op de hoogte is, hoe kleiner de kans dat mensen anderen blijven infecteren.”

Belangrijk is wel dat de app het risico op besmetting goed kan inschatten. Daarvoor zendt het bluetooth-signalen uit, die andere telefoons dan weer opvangen. Door te rekenen met de signaalsterkte en de duur van het contact, probeert de app het risico op besmetting in kaart te brengen. Dat lukte de Nederlandse corona-app in ongeveer drie op de vier gevallen, deelde het ministerie vorige week mee. Een begeleidingscommissie van wetenschappers bekijkt nu of dat goed genoeg is.

Lees ook: De nieuwe corona-app: een balanceeract tussen ‘te streng’ en ‘te soft’

De twee Twentse onderzoekers konden na een week onderzoek vrijdagmiddag nog niet aan het bier. Van Gend: „Voor de veldtests starten moeten we onze analyses aan de appbouwers hebben gestuurd. Die werken écht 24 uur per dag door om dit voor elkaar te krijgen.”

In de praktijk gebruiken

Er wordt flink doorgewerkt om de deadlines te halen. Al tijdens het onderzoek deelden onderzoekers feedback met de app-ontwikkelaars, die daar direct mee aan de slag gingen. Op 15 juli wil minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid, CDA) kunnen besluiten over de inzet van de corona-app. Na de gebruikerstesten start woensdag een grootschalige veldtest onder zo’n vijfhonderd Twentenaren, uitgevoerd door onderzoeksbureau Ruigrok NetPanel. Deelnemers zullen een werkende versie van de app daadwerkelijk op hun telefoons installeren en een week in de praktijk gebruiken. Tijdens die week zullen ze twee keer naar hun ervaringen gevraagd worden. De resultaten kunnen ook nog gebruikt worden om de nauwkeurigheid van de app te verbeteren.

Naast de technische tests en de resultaten van de onderzoeken in Twente zullen ook een advies Autoriteit Persoonsgegevens, een rapport over de beveiliging van de app en een analyse over de nationale veiligheidsrisico’s gewogen worden bij het besluit of, hoe en wanneer de corona-app ingezet gaat worden. Antwoord op wellicht de belangrijkste vraag – is het waarschuwingssysteem van toegevoegde waarde in de strijd tegen Covid-19? – zal echter pas na landelijke introductie kunnen volgen.