Steun van het Gerechtshof? De Rohingya zijn er nog even beroerd aan toe

Myanmar Ingrijpen door het Internationaal Gerechtshof in Den Haag heeft tot nu toe niets verbeterd aan het lot van de Rohingya. Sommigen proberen per boot de buurlanden te bereiken.

Bijna honderd Rohingya vluchtelingen werden op 25 juni gered bij de kust van het Indonesische eiland Sumatra.
Bijna honderd Rohingya vluchtelingen werden op 25 juni gered bij de kust van het Indonesische eiland Sumatra. Foto Chaideer Mahyuddin / AFP

Het was weer raak. Onlangs haalde een groep Indonesische vissers bijna honderd Rohingya-moslims aan land. Vier maanden hadden ze op een boot op zee doorgebracht, in hun ogen een doffe blik.

De lokale overheden twijfelden of ze de vluchtelingen aan land moesten halen, de vissers deden het gewoon. „Er waren vrouwen en kinderen aan boord, ze hadden honger en dorst”, zei een visser tegen lokale media. Nu heeft Indonesië besloten hun noodhulp en onderdak te verlenen.

Daarmee is het land uitzondering in de regio. De afgelopen maanden bleken de Rohingya, een in Myanmar vervolgde islamitische minderheid, nergens welkom, mede uit angst voor het coronavirus. Honderden Rohingya betaalden smokkelaars dit voorjaar veel geld om hen van de vluchtelingenkampen in Bangladesh waar zij in 2017 neerstreken, naar Maleisië te varen. Maleisië weigerde hen, Thailand liet hen ook dobberen. Tientallen Rohingya zouden zijn omgekomen van de honger en dorst. Ze zijn overboord gegooid.

Volgens Chris Lewa van The Arakan Project, een kleine mensenrechtenorganisatie speciaal op Rohingya gericht, bevindt zich nu nog één boot met tientallen Rohingya op zee. Die zou ook elk moment ergens voor de Indonesische kust kunnen opduiken.

Aan de telefoon vertelt Lewa dat ze al twintig jaar met en voor Rohingya werkt. „Als ik die beginjaren met nu vergelijk, hebben ze het vandaag de dag zoveel erger. En het wordt maar niet beter.”

Het jaar begon hoopgevend. Het Internationaal Gerechtshof bepaalde dat Myanmar maatregelen moest nemen om de Rohingya te beschermen en moest voorkomen dat bewijs van mogelijke genocide uit 2017 zou verdwijnen. Regeringsleider Aung San Suu Kyi was nog hoogstpersoonlijk naar Den Haag gekomen om haar land te verdedigen. Het hielp niet, die voorlopige uitspraak was helder. Binnen vier maanden moest Myanmar aan het Gerechtshof rapporteren over de voortgang.

Lees ook: Aung San Suu Kyi verdedigt nu de generaals – tot in het Vredespaleis

Presidentiële decreten

Toch zagen Lewa en haar collega’s juist na die uitspraak een stijging van het aantal Rohingya dat probeerde weg te komen uit de kampen. „Het was zo’n moment waarop sommigen zich realiseerden geen leven te hebben om naar terug te keren.”

In april vaardigde Myanmar presidentiële decreten uit die in theorie aan de eisen van het Gerechtshof voldoen, maar in praktijk niets hebben uitgehaald. „Die waren voor de bühne”, zegt Lewa. „Ze moesten toch iets kunnen laten zien.”

Myanmar heeft het vereiste voortgangsrapport eind mei ingeleverd bij het Gerechtshof, al hebben ze het niet openbaar gemaakt. Matthew Smith, oprichter van mensenrechtenorganisatie Fortify Rights: „Waarschijnlijk hadden ze geen zin publiekelijk kritiek te krijgen. Maar clubs als de onze zijn nu extra alert, bijvoorbeeld of Myanmar nog bewijs laat vernietigen.”

De vraag of genocide plaatsvond, komt nog aan de orde in Den Haag. „Als ná die voorlopige uitspraak nog bewijs weg is geraakt, gaat dat in de zaak zeker een rol spelen.”

Problematisch noemt Smith dat autoriteiten het internet uit de lucht haalden in delen van Rakhine. Inwoners kunnen er al ruim een jaar niet online. „Dit is ook een poging bewijs niet naar buiten te laten komen.” In enkele dorpen verbrak de provider het signaal op de dag dat een rebellengroep dreigde bewijs vrij te geven van massagraven waar Rohingya begraven zouden liggen. „Dat was gewoon té toevallig.”

Intussen is aan de andere kant van de grens, in de Bengaalse vluchtelingenkampen, het coronavirus een bron van zorg. Half mei werd daar de eerste besmetting officieel vastgesteld, nu zijn het er tientallen. Maar het werkelijke aantal moet vele malen hoger liggen: afstand houden is in de dichtbevolkte kampen lastig. De gezinnen zijn groot, de hutten klein.

Rohingya durven zich ook niet te melden als ze klachten hebben, ze willen niet naar de speciale isolatietenten gestuurd worden. Volgens Amnesty International gaan in de kampen geruchten rond over wat er met je gebeurt als je positief test. Het aantal medische consulten daalde met de helft. Het helpt niet mee dat ook in de kampen amper een internet- of telefoonverbinding is.

De uitzichtloosheid wordt vergroot doordat over teruggaan naar Rakhine al maanden geen gesprek meer gaande is tussen Myanmar en Bangladesh. De Rohingya stelden heldere eisen: pas als Myanmar hen erkent en ze burgerschap krijgen, gaan ze terug. Daar wil Myanmar niet aan voldoen en Bangladesh heeft toegezegd dat ze de Rohingya nooit zullen dwingen. Een impasse die niet te doorbreken lijkt.

Van de Rohingya die in april de zee op gingen, zijn er nu circa 300 terechtgekomen op een plek waar ze ook van hadden afgesproken er nooit heen te gaan: Bhasan Char. Een afgelegen eiland waar de Bengaalse regering dijken heeft aangelegd en barakken liet plaatsen voor de Rohingya. Ze weigerden erheen te verhuizen – maar nu zijn de opvarenden van een boot die terugkeerde in Bengaalse wateren ernaartoe gebracht. Het leek eerst ‘quarantaine’, nu blijkt dat Bangladesh ze er wil houden.

Zo raken veel Rohingya alleen maar verder van huis. Laatst vroeg iemand Chris Lewa of ze niet harder moesten lobbyen voor legale huisvesting in andere landen. Zodat de Rohingya echt een nieuw leven kunnen opbouwen. Ondanks de tragiek moest Lewa erom lachen. „Resettlement, nu? Alle landen zijn met zichzelf bezig.”