Reportage

Peloton keert terug in Vlaamse koers van rouw en hoop

Wielrennen Na maanden van droogte werd het seizoen hervat in Vlaanderen, maar het feest werd overschaduwd door de dood van Niels De Vriendt.

Rijders van VDM Trawobo houden bij de start van de Grote Prijs Vermarc een minuut stilte wegens de dood van ploeggenoot Niels De Vriendt, zaterdag.
Rijders van VDM Trawobo houden bij de start van de Grote Prijs Vermarc een minuut stilte wegens de dood van ploeggenoot Niels De Vriendt, zaterdag. Foto Luc Claessen/AFP

Het leek zo mooi, drie weken geleden, toen overal in Europa coronamaatregelen werden versoepeld en een Belgische fabrikant van sportkledij het met medewerking van lokale autoriteiten voor elkaar kreeg een wielerwedstrijd te organiseren, als baken van hoop na een maandenlange droogte. Sinds de etappekoers Parijs-Nice in maart vroegtijdig werd afgeblazen was wielrennen een sport die je solo beoefende, of op een hometrainer op het balkon. Een peloton werd gezien als een superspreader.

Maar een kermiskoers in Rotselaar, bij Leuven, zou een nieuw begin inluiden, de herstart van een gebroken wielerjaar. Waar anders dan in Vlaanderen, het kloppend hart van de wielersport. In allerijl werd een parcours uitgezet van vijftien kilometer en een beetje, elf keer af te leggen. Niet om geld mee te verdienen, maar om renners en fans weer ‘kuurs’ te kunnen bieden. De datum van 5 juli was sowieso al magisch voor de regio: in een coronavrije wereld was dit de laatste dag van muziekfestival Rock Werchter geweest, op een steenworp van Rotselaar.

Lees ook: Na de koers zelf je fiets ontsmetten

Het liep bij voorbaat storm. Voor de Grote Prijs Vermarc Sport schreven zich vierhonderd hongerige wielrenners in, waar slechts plek was voor amper de helft. Niemand minder dan de grote Eddy Merckx, een legende in levende lijve, was door eigenaar Frans Verbeeck gestrikt om het startschot te komen geven. Het ging om een vriendendienst. De twee hadden decennia geleden nog met elkaar gefietst. De eerste en enige editie van de kermiskoers in Rotselaar was, kortom, voor velen iets om naar uit te kijken.

Hartstilstand

Tot op zaterdagmiddag het noodlot toesloeg. De 20-jarige Niels De Vriendt was nog maar een paar kilometer onderweg in een oefenkoers in Wortegem-Petegem toen hij getroffen werd door een hartstilstand en niet veel later in het ziekenhuis overleed. De wedstrijd werd afgelast, en zette de eerste wielerkoers post-corona een dag later in een mistroostig daglicht.

Het miezert op zondagochtend in het Vlaamse Hageland, het decor past perfect bij het gemoed van het peloton. De Belgische renner Iljo Keijsse vindt het maar raar om aan de start te staan, zijn Nederlandse collega Fabio Jakobsen voelt zich vreselijk over wat er is gebeurd. VDM Trawobo, de ploeg van Niels De Vriendt, heeft zaterdagavond laat besloten uit eerbetoon aan hun ploegmakker toch van start te gaan in Rotselaar, hoe moeilijk dat ook is. Hij had niet gewild dat ze deze wedstrijd aan zich voorbij zouden laten gaan. De zes renners worden afgeschermd van de rest van het peloton, en komen pas een paar minuten voor de start naar de eerste rij geschoven. Ze doen hun helmen af, buigen het hoofd, en houden een minuut stilte. De wind trekt huilend door de Olivierstraat.

Er is niets ergers in het leven dan een kind verliezen, zegt Marc Verbeeck, de organisator van de koers, die een paar dagen eerder nog vol trots vertelde hoe hij en enkele geldschieters het voor elkaar hadden gekregen om binnen drie weken een wielerwedstrijd te organiseren. Die trots heeft nu plaatsgemaakt voor „een dubbel gevoel”, zegt hij. „Blij dat er weer gekoerst kan worden, maar aangeslagen door het verlies van Niels.” Heel even dacht hij eraan de wedstrijd af te gelasten. „Maar het leven gaat door. Als er iemand op het werk wegvalt, ga je de dag nadien ook werken.”

Het is een bevreemdende zondagochtend in wielerland. De sport rouwt om een verloren ziel, maar wil tegelijkertijd vieren dat het zelf nog in leven is, na maanden waarin ploegen vanwege inkomstengebrek soms personeel moesten ontslaan, en salarissen moesten korten. Tegelijkertijd zit de angst voor een nieuwe uitbraak van het virus er bij sommigen nog in, zeker nu er nieuwe uitbraken zijn in Italië en Spanje. „Ik ben erg bang”, zegt Patrick Lefevere, ploegleider van Deceuninck-Quickstep. „Niet om ziek te worden, maar om volgende maand niet te kunnen koersen als het er echt om gaat; de Tour, de Italiaanse eendaagsen. Straks is het al gedaan voor het goed en wel begonnen is.”

De Belgische ploeg test zijn wielrenners regelmatig. Lefevere maakt zich meer zorgen om de rest van het peloton. „Daar zit het probleem. Testen zij net zo vaak?” De kermiskoers van Rotselaar is een testcase voor de rest van het wielerseizoen.

Bij de start verzamelen zich zo’n driehonderd mensen. Renners, journalisten en notabelen. Publiek wordt hier weggehouden, maar het is alsnog ronduit druk. De herstart van het wielerseizoen is het verhaal van de week. Er zijn speciale plekken met tafels ingericht voor interviews, maar de meeste gesprekken worden elders voor de vuist weg gehouden. Als het peloton eenmaal op gang is geschoten, is voor de wielrenners het grootste gevaar geweken. Zij rijden immers met een noodgang langs het publiek. Het grootste probleem is het samendrommen van mensen langs het parcours.

Lees ook: Dylan van Baarle is klaar voor koersen, na maanden trainen op zijn balkon

Geen social distancing

Bij café Klein Byt in Wezemaal had uitbater Inge Hoorelbeke (46) niet verwacht dat het zo druk zou worden. Er staan zeker 150 mensen voor haar zaak bier te drinken en worst te eten. Uit voorzorg heeft ze binnen gesloten, men kan alleen op het terras terecht. „Mensen zijn zo blij dat er weer leven in de brouwerij is”, zegt ze vanachter een mondkapje, „maar eerlijk gezegd had ik gehoopt dat de organisatie en de politie voor wat meer spreiding zouden zorgen. Social distancing is op deze manier niet mogelijk. Maar goed, wij zijn niet verantwoordelijk voor wat mensen buiten doen.”

Aan de voet van de twee klimmetjes op het parcours, ’t Rot en de Middelberg, zijn ’s middags zoveel mensen samengekomen dat de organisatie de boel afsluit.

Dat gaat allemaal langs de renners heen. Zij rijden vijftien rondjes door Oost-Vlaanderen, met de Fransman Florian Sénéchal als winnaar. De Nederlander Oscar Riesebeek wordt tweede in een koers waar hij naar uit had gekeken, maar die hij wel „een beetje raar” vond. Over twee weken weten we of het daarbij is gebleven. En of de koers ook elders in Europa welkom is.