250.000 zeevarenden zitten vast, oproep aan Den Haag

Coronavirus Redersorganisaties vragen Nederland meer flexibiliteit bij visumbeleid. Nederland heeft volgens hen een grote rol als handelscentrum.

De haven van Rotterdam, mei 2020. Zeevarenden zitten hier vast op hun schip, omdat ze geen doorreisvisum krijgen.
De haven van Rotterdam, mei 2020. Zeevarenden zitten hier vast op hun schip, omdat ze geen doorreisvisum krijgen. Foto Peter Hilz/HH

Het vliegverkeer komt weer op gang en grenzen gaan verder open. Toch zorgt dat niet voor de massale aflossing van zeelieden die afgelopen maanden door corona hun koopvaardijschepen niet konden verlaten. De internationale redersvereniging (ICS) sloeg donderdag alarm bij de Nederlandse overheid.

„Meer dan 250.000 zeevarenden moeten nog worden afgelost, en dat aantal groeit nog steeds iedere week”, schreef Guy Platten, secretaris-generaal van ICS aan staatssecretaris Ankie Broekers-Knol (Justitie en Veiligheid, VVD). „We maken ons grote zorgen over de veiligheid en mentale gesteldheid van deze zeevarenden. Dit kan zo niet langer.” Het verzoek is gericht aan Nederland wegens zijn positie met de hubs Rotterdam en Schiphol.

Lees ook:Zeelieden stranden op hun eigen schip

De meeste Nederlanders zijn weer thuis, maar veel bemanningsleden uit met name de Filippijnen, Indonesië en India mogen in Rotterdam hun schip niet af. Zeelieden van buiten het Schengengebied voldoen vaak niet aan de Nederlandse eisen voor het visum dat nodig is om door te reizen naar huis. Met de Nederlandse branchevereniging voor zeescheepvaart (KVNR) vraagt het ICS een meer pragmatische en flexibele houding van de Nederlandse overheid.

Lees ook:Gestrande zeelieden vormen een dreiging voor de wereldeconomie

Zo mag er volgens de huidige regels maximaal 72 uur verstrijken tussen het moment dat het schip aankomt in de haven, en het moment dat de zeevarende aan boord van het vliegtuig stapt. Een onrealistische eis in coronatijd, vindt KNVR-directeur Annet Koster, want er gaan nog nauwelijks vluchten naar landen als de Filippijnen. „Als je vandaag aankomt in Rotterdam, maar de eerste vlucht vertrekt volgende week dinsdag, dan krijg je dus geen visum.” Het gevolg: de Nederlandse of Russische kapitein kan in Rotterdam van boord, maar moet zijn Filippijnse en Indonesische bemanning achterlaten op het schip. Sommigen zitten al meer dan vijftien maanden aan boord. Sascha Meijer, vicevoorzitter van Nautilus International, vakbond voor zeevarenden, kent de verhalen van schepen die vanuit Panama naar Rotterdam voeren voor een bemanningswisseling. Bij aankomst konden de Filippijnen geen visum krijgen. Die schepen zijn doorgevaren naar Noorwegen om af te lossen. „In sommige landen lijkt het soepeler te gaan dan hier. Daar zijn ze flexibeler met de regels.”

Nederland heeft wereldwijd een unieke positie in de handel over zee, met Rotterdam én Schiphol als in Europa centraal gelegen ‘hubs’ om bemanningswisselingen te faciliteren. Juist daarom wijst het ICS Nederland op haar verantwoordelijkheid om dat hier zo soepel mogelijk te laten gebeuren. De Nederlandse overheid wijst vooral naar andere lidstaten, die hierin ook hun aandeel moeten nemen. „Maar”, vindt Koster, „dan ga je voorbij aan de positie die Nederland heeft. Die moet je zien te behouden.” Als er een maand iets soepeler met de aanvraagcriteria van de visa kan worden omgegaan, is dat stuwmeer aan bemanning die afgelost moet worden zó weg, verwacht Koster.

De vakbond en de KVNR prijzen de Nederlandse overheid voor alle moeite die het de afgelopen maanden al stopte in het op gang brengen van bemanningswisselingen. Zo bouwde KLM luchtbruggen om zeelieden terug naar hun thuisland te brengen. „Maar”, verzucht Meijer van de vakbond, „dan los je het ene probleem op, en komt het volgende om de hoek kijken”, wijzend op het starre Nederlandse visumprotocol.

„Deze mensen raken niet zoek in de illegaliteit”, zegt ze. „Zeevarenden verdwijnen niet ineens als je ze een visum geeft. Ze hebben een baan en een doel: terug naar huis.” Deze crisis vraagt om noodmaatregelen, vindt ze, „dus ook voor dit soort bureaucratische problemen.”