Ziekenhuis wendt corona-verliezen af

Zorgkosten Zorgverzekeraars draaien op voor de ‘corona-rekening’. Zo blijven ziekenhuizen gevrijwaard van rode cijfers en faillissementen.

IC-verplegers op de intensivecare-afdeling in het Van Weel-Bethesda Ziekenhuis in Dirksland.
IC-verplegers op de intensivecare-afdeling in het Van Weel-Bethesda Ziekenhuis in Dirksland. Foto Ilvy Njiokiktjien

Nadat de ergste coronapiek voorbij was, zorgde een nieuw probleem voor hoofdpijn in de bestuurskamers van ziekenhuizen. Hoe zou de ‘coronarekening’ in hemelsnaam betaald worden?

Vrijdagmiddag hebben ziekenhuizen ingestemd met een langverwacht akkoord met zorgverzekeraars over het prijskaartje van coronazorg. Sinds begin mei liepen hierover intensieve gesprekken.

Uitgangspunt van de afspraken is dat 2020 voor ziekenhuizen een jaar moet worden alsof er geen Covid-19 was – wat betreft kosten en inkomsten. David Jongen, vicevoorzitter van de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen zegt dat dit akkoord „de belofte heeft dat geen ziekenhuis als gevolg van corona in de rode cijfers komt”. Volgens Jongen heeft minister Martin van Rijn (VWS) dat ook aan ziekenhuizen beloofd, als achtervang. Die vrees – of voor nog erger: faillissementen – was er wel onder ziekenhuisbestuurders.

Triagetenten

Aan de eerder afgesloten zorgcontracten over 2020 hadden de ziekenhuizen weinig: deze gaan meestal uit van betalingen per verrichting, zoals het plaatsen van een nieuwe heup. Maar vanwege corona werden honderdduizenden behandelingen uitgesteld. En dan waren er nog de kosten voor het in allerijl uitbreiden van intensive cares, het kopen van beschermingsmiddelen en triagetenten. Een ziekenhuisbestuurder uit Beverwijk waarschuwde vorige maand in NRC voor een „gat van 30 tot 50 procent tussen wat we factureren en uitgeven”.

Volgens Georgette Fijneman, bestuurslid van Zorgverzekeraars Nederland, geeft deze regeling nu „rust en duidelijkheid voor de ziekenhuizen”. Ze wijst erop dat het uniek is dat verzekeraars gaan betalen voor zorg die niet geleverd is.

De bestaande jaarcontracten vormen toch de basis van het akkoord. Verzekeraars gaan daarmee een ‘aanneemsom’ berekenen, bedoeld voor reguliere zorg en gederfde inkomsten. Met die aanneemsom worden de doorlopende kosten vergoed, zoals salarissen en onderhoud aan het pand. In die aanneemsom zit ook een bedrag voor variabele kosten, zoals verbandmiddelen en pacemakers.

Slagen om de arm

De hoogte van dat bedrag wordt vastgesteld op basis van de verwachting dat ziekenhuizen dit jaar ongeveer 20 procent minder zorg leveren door de uitbraak. Mocht blijken dat ziekenhuizen meer zorg leveren dan 80 procent, dan worden de variabele kosten van die extra productie ook betaald.

Een ander belangrijke vraag was hoe de coronazorg zou worden vergoed. Afgesproken is nu dat ziekenhuizen een vast percentage van die kosten krijgen. Daarnaast krijgen ze een vergoeding op basis van het aantal intensivecaredagen en verpleegdagen van coronapatiënten.

De verzekeraars en ziekenhuizen houden wat slagen om de arm. Zo gaan de partijen opnieuw rekenen als een ziekenhuis vindt dat rode cijfers een gevolg zijn van „significant achterblijvende compensatie”. Hetzelfde gebeurt als verzekeraars vinden dat ziekenhuizen „bovenmatige” winsten boeken door overcompensatie.

De gevolgen voor 2021 zitten niet in het akkoord. Ook dat wordt een spannend financieel jaar omdat sommige patiënten van wie de behandeling nu is uitgesteld, dan alsnog naar het ziekenhuis zullen gaan. Daarnaast is het de vraag of Nederland tegen die tijd coronavrij is.

Ook het prijskaartje van het structureel uitbreiden van de intensivecarecapaciteit is niet vastgelegd. Dat is bewust gedaan, omdat de partijen vinden dat het kabinet daarvoor geld beschikbaar moet stellen. „We gaan er vanuit dat de minister dat netjes oplost”, zegt Jongen. „Want wij komen daar zonder extra geld niet uit.”

Universitaire ziekenhuizen verwachten ook een oplossing van de overheid voor gederfde inkomsten voor klinisch- en labonderzoek. Volgens Mirjam van Velthuizen-Lormans, bestuurslid van het UMC Utrecht, gaat het om een schadepost van 100 tot 150 miljoen euro.

De regeling van verzekeraars wordt geschat op 4 miljard. Maar eigenlijk is over dat bedrag nog weinig concreets te zeggen. En vragen over de gevolgen voor de zorgpremie en de reserves van verzekeraars komen al helemaal te vroeg, vinden verzekeraars. Ook de gevolgen voor het hoofdlijnenakkoord – afspraken om de zorgkosten te beteugelen – zouden nog ongewis zijn.

Fijneman: „We weten nog niet hoe het jaar verder gaat, of er een tweede golf komt. Dat is bepalend voor hoe deze regeling financieel uitpakt.”