Ruzie in commissie over dwanglicenties dure medicijnen

Farmaceutische industrie Een van de commissieleden nam documenten en argumenten een-op-een over van lobbyisten uit de farmaceutische industrie. Hij wilde niet opstappen nadat zijn collega’s het vertrouwen in hem hadden opgezegd.
Met een dwanglicentie zou de overheid farmaceuten kunnen dwingen om een duur exclusief medicijn, goedkoper en door een ander te laten produceren.
Met een dwanglicentie zou de overheid farmaceuten kunnen dwingen om een duur exclusief medicijn, goedkoper en door een ander te laten produceren. Foto Remko de Waal/ANP

Een commissie die minister Eric Wiebes (Economische Zaken, VVD) moest adviseren over dwanglicenties bij dure medicijnen is door ruzie niet tot een eindrapport gekomen. Een van de commissieleden nam documenten en argumenten een-op-een over van lobbyisten uit de farmaceutische industrie. Dat bevestigt commissielid Marcel Canoy zaterdag na berichtgeving hierover in de Volkskrant.

Met een dwanglicentie zou de overheid farmaceuten kunnen dwingen om een duur exclusief medicijn, goedkoper en door een ander te laten produceren. Het zou een uiterst middel kunnen zijn om patentrechten op dure medicijnen te doorbreken, maar het gaat met problemen gepaard en roept vragen op over de waarde van intellectueel eigendom. Minister Wiebes stelde daarom een jaar geleden de commissie Dwanglicenties aan om de inzet hiervan te onderzoeken.

Vanwege ruzie binnen de commissie is er nu geen eindrapport, maar stuurt commissievoorzitter André de Jong een ‘persoonlijke beschouwing’ naar de minister waarin hij benadrukt dat de overheid de daad bij het woord moet voegen wat betreft de inzet van dwanglicenties. Ook schrijft De Jong dat „een van de commissieleden zich niet (heeft) gehouden aan de vooraf besproken regel om zonder last of ruggespraak deel te nemen aan de commissie en het conceptrapport gedeeld (heeft) met zijn achterban”.

Harrold van Barlingen, die voor een durfkapitaalfonds kapitaal verstrekt aan onder meer biotechbedrijven, heeft volgens andere commissieleden vaak overlegd met vertegenwoordigers van de farmaceutische industrie. Uit een mail die hij stuurde, bleek uit de aanpassingen in een Word-document dat een lobbyist van farmabelangenvereniging HollandBio had meegeschreven. Drie commissieleden zegden daarna het vertrouwen op in Van Barlingen, die vervolgens weigerde op te stappen. Van Barlingen is tegenstander van het inzetten van dwanglicenties, omdat het naar zijn mening slecht zou zijn voor de innovatie in de sector. Dat argument wordt ook vaak gebruikt door de farmaceutische industrie.

Volgens Marcel Canoy, die dit voor de commissie onderzocht, is dat niet het geval, zegt hij tegen NRC. „De overheid zal dwanglicenties alleen in zeldzame situaties inzetten, als er echt geen andere uitweg is. Dat zal dan ook door een rechter getoetst moeten worden. Vaak zal het genoeg zijn om ermee te dreigen om tot een oplossing te komen met een farmaceut.” Volgens Canoy zijn veel landen in Europa nu bezig het het optuigen van wetgeving rond dwanglicenties vanwege de coronacrisis. „Als er straks een Covid-19-medicijn is en een farmaceut vraagt daar veel te veel geld voor of alle medicijnen worden door Amerika opgekocht, dan is het goed om een dwanglicentie in te kunnen zetten.”