Opinie

‘Normeren’ vraagt ook om stevig optreden vanuit de overheid tegen racisme

Black Lives Matter

Commentaar

In de strijd tegen racisme is een kantelpunt bereikt, zo sprak burgemeester Femke Halsema van Amsterdam afgelopen woensdag tijdens de dit jaar bescheiden viering van Keti Koti, in het Amsterdamse Oosterpark. De internationale protestbeweging tegen racisme onder de vlag Black Lives Matter is na de gewelddadige dood van de zwarte Amerikaan George Floyd afgelopen mei „uitgegroeid tot een onstuitbare nieuwe volksbeweging”, aldus Halsema.

Is de wens hier vader van de gedachte? Het lijdt in ieder geval geen twijfel dat de Black Lives Matter-beweging het racismeprobleem prominenter dan ooit op de agenda heeft gezet. Afgelopen weken domineerde het onderwerp de talkshows, verschenen er in kranten talrijke reportages en opiniestukken en werd antiracismeliteratuur in de boekhandels breed uitgestald. Hiermee werd duidelijk gemaakt dat racisme in Nederland geen marginaal verschijnsel is, zoals het lange tijd door velen werd afgedaan, maar een structureel maatschappelijk probleem.

Ook in het parlement drong dat besef opeens door. Waar racisme jarenlang hooguit incidenteel ter sprake kwam, zag de Tweede Kamer door de massale antiracismebijeenkomsten zich gedwongen om een debat te voeren over ‘institutioneel’ racisme in Nederland. In het Kamerdebat woensdag, dat soms het niveau van het schoolplein nauwelijks ontsteeg, werd het probleem door bijna alle partijen wel erkend, maar is de Kamer verdeeld over de rol van de politiek in het oplossen ervan. Zo herhaalde premier Mark Rutte (VVD) zijn eerdere boodschap dat hij meer gelooft in „normeren” dan in beleidsmatige actieplannen.

Lees ook: Over ‘institutioneel’ racisme zoekt de krant nog tussen anekdotiek en analyse

Het debat rond ‘institutioneel’ racisme werd dan ook een semantische discussie. Al eerder maakte Rutte duidelijk dat hij niets op heeft met het „sociologisch jargon” rond het onderwerp. „Er is racisme in dit land, maar al die bijvoeglijk naamwoorden brengen ons in een discussie die totaal niet zinvol is”, zei hij begin juni tijdens een persconferentie. De premier ziet racisme eerder als een probleem van de samenleving dan als betonrot in de instituties. De oplossing ligt daarom bij „de samenleving als collectief”, aldus Rutte.

De talloze anekdotische voorbeelden van Nederlanders met een donkere huidskleur of migratieachtergrond geven aan dat racisme een hardnekkig en soms ongrijpbaar fenomeen is. Nieuw kun je het in ieder geval niet noemen. Al in de jaren tachtig sprak Philomena Essed over ‘alledaags’ racisme, waarmee ze aan de hand van persoonlijke ervaringen probeerde aan te tonen hoe racisme in alle lagen van de samenleving doorwerkt. Het is dan ook een treurige constatering dat ruim veertig jaar later op dat vlak weinig is veranderd.

Dat de racismeproblematiek nu maatschappelijk breed wordt benoemd en erkend is natuurlijk winst. In dat opzicht kunnen we spreken van een kantelpunt. Maar zonder concrete voorstellen om de problemen aan te pakken dreigt het racismedebat vrijblijvend te worden. Normeren, zoals Rutte voorstaat, vraagt ook om stevig optreden vanuit de overheid. Het is niet genoeg om na het zoveelste rapport over arbeidsmarktdiscriminatie geschokt te reageren en te benadrukken dat racisme en discriminatie bij wet verboden zijn. Hetzelfde geldt voor discriminatie op de woningmarkt, etnisch profileren door de politie en bij de Belastingdienst. Normeren is alleen betekenisvol als deze discriminerende mechanismen, ook binnen de eigen overheidsorganisaties, actief worden bestreden. Zonder consequenties zal het probleem blijven voortwoekeren – en is ‘normeren’ slechts een vaag begrip.

Lees ook: Waarom de eerste zwarte voetballers in Nederland zwegen

De huidige grassroots protestbeweging bestaat niet alleen uit activisten maar ook uit veel jongeren met een migratieachtergrond die doorgaans niet gauw de straat opgaan. Het is meer dan alleen een verhit debat, het gaat ook over het vertrouwen van deze jonge Nederlanders in de instituties van de rechtsstaat. In Nederland is in principe iedereen gelijk. Het principe is uiteraard een mooi uitgangspunt. De praktijk is helaas weerbarstiger.