Opinie

Humor in de krant kan leuk zijn - totdat het lachen je vergaat

De ombudsman

Een grap uitleggen is nooit leuk, zeker niet als het halve land er al over in staat van paraatheid is gebracht. Dus moeten we dat nu nog herkauwen, ombudsman? Nu we alweer in diepe ernst zijn gedompeld door keti koti (‘kittie kottie’, niet zoals je op tv wel hoorde ‘keetie’ of ‘kootie’; nee, excuses hoeven niet, wel jammer).

Maar flink wat lezers schreven over recente grappen in NRC. Dus toch nog even over de ongein van voetbalanalist Johan Derksen in Veronica Inside met rapper en dichter Akwasi, én over een concentratiekamp-‘Ikje’ op de Achterpagina.

Eerst Derksens dijenkletser, die leidde tot nationale ophef, existentiële crisis aan zijn jolige stamtafel en een vreugdevuur der ijdelheden voor allerlei BN’ers.

De krant bracht er een stuk over van mediaredacteur Wilfred Takken, die context gaf en een overzicht van Derksens jarenlange optreden als provocateur in Veronica Inside. Die context doet ertoe, want zijn opmerking stond in een beproefde traditie van badinerende grollen.

Maar er kwam ook kritiek op de toonzetting van het stuk, zoals de opiniërende vaststelling dat Derksen een „afkeer” heeft van Marokkaanse Nederlanders, en op de weergave van zijn oprisping.

In het artikel werd de emotionele uitspraak van Akwasi over Zwarte Piet geciteerd waar de voetbalanalist zich aan had gestoord, maar diens grap daarover later in de uitzending werd samengevat in één zin, namelijk dat Derksen „de rapper en dichter Akwasi vergeleek met Zwarte Piet”. Die formulering was ook in andere media te vinden, overigens.

Ten onrechte, vindt een lezer, want van vergelijken was hier helemaal geen sprake. Bij een foto van een zwart geschminkte pro-Piet-demonstrant had Derksen geroepen: „Weten we zeker dat het niet Akwasi is?” Dat is iets anders dan botweg: kijk, daar heb je Zwarte Piet. Takken antwoordde die lezer dat dit een racistische grap was „volgens het boekje”.

Los van de heilloze vraag wat Derksen nu precies ‘bedoelde’ (Gesinnungsethik regeert al snel in Nederland) was de pointe van de grap ook volgens exegeten op sociale media niet dat Akwasi op Zwarte Piet zou lijken, maar de suggestie dat een fanatieke anti-activist zich onverwachts had ontpopt tot demonstrant vóór Zwarte Piet. Die onwaarschijnlijke omkering geeft de grap zijn komische effect (overigens doste Akwasi zich voor Nieuwe Revu ooit bij wijze van protest inderdaad uit als Zwarte Piet, al is het niet waarschijnlijk dat Derksen daarnaar verwees).

Dan kun je nog aanvoeren dat de grappenmaker zinspeelde op een racistisch cliché: dat zwarte mannen allemaal op elkaar lijken. Hoe dan ook, alleen al voor de analyse was het beter geweest als de opmerking van Derksen in het stuk was geciteerd in plaats van samengevat. Als het een racistische grap uit het boekje is, sla dat dan ook even open voor de lezer.

Intussen doet zulke exegese er op de keper beschouwd niet veel toe. Het is de maatschappelijk context die de grap onverteerbaar maakt. Dat humor schuurt of ten koste gaat van iemand, is geen probleem op een gelijk speelveld, uiteraard ook niet in zelfspot en evenmin in grappen over de machtigen der aarde.

Andersom, machtigen die namens de meerderheid de spot drijven met minderheden, is al snel niet leuk meer. Zie Trump, die er een gewoonte van heeft gemaakt. Daar niet om kunnen lachen is geen kwestie van gevoel voor humor, maar van gevoel voor ongelijkheid.

Hier opent zich ook een kloof in maatschappelijke percepties. Pleitbezorgers van ‘team-Derksen’, zoals het op de overkookte opiniemarkt onvermijdelijk al is gaan heten, vinden vermoedelijk dat zulke geintjes geen punt moeten zijn, omdat iedereen in dit land tenslotte gelijk is en eigenlijk niets te klagen heeft. Maar voor wie structurele ongelijkheid ziet, laat staan die aan den lijve ondervindt, is zo’n grap ronduit vernederend.

We gaan nog een paar treetjes verder de humoristische trap af – of óp (daar heb je het alweer). Een aantal abonnees nam aanstoot, tot beschuldigingen van antisemitisme toe, aan een Ikje op de Achterpagina. In het kort: een meisje van negen meldt haar moeder dat ze op internet een leuk kamp heeft gevonden voor kinderen zoals zij, met ADHD: een concentratiekamp.

Het leidde tot boze reacties. Enkele lezers namen zelfs contact op met de inzender om rechtstreeks beklag te doen. Ongepast, vonden zij. Bovendien, aldus een van hen, werd hier een kind voor gek gezet. De inzender reageerde geschrokken. De clou van haar stukje was niet ‘grappen maken over een concentratiekamp’, maar een eerlijk, zij het zwart-komisch misverstand. Daarom vond de redactie het stukje ook geschikt voor opname in de rubriek, zegt de chef Opinie. Ikjes hoeven niet per se lollig te zijn. Ook bittere of ontroerende anekdotes horen erbij.

Gaat de grap niet ten koste van een onmachtige, namelijk de dochter?

De inzender, nog wat aangeslagen door de reacties, mailde me hoe het was gegaan. Haar dochter had een plaatje willen laten zien van het concentratiescherm waarachter zij als ADHD-kind op school moet werken. Ze typte dus op Google ‘concentratie..’ in. Waarna de zoekmachine die term automatisch aanvulde met ‘..kamp’ en het meisje in onschuld zei dat dit wel iets zou zijn voor kinderen zoals zij. Achteraf kreeg ze uitleg, zegt haar moeder: „Natuurlijk hebben we het toen gehad over wat een concentratiekamp is, dat haar vergissing niet erg was en dat ik niet boos op haar was.”

Kortom, niets mis mee. Inmiddels sluit de inzender zich wel met spijt aan bij de slagzin dat „de beste grappen groeien aan de rand van het ravijn”. Ze zal zich voortaan wel drie keer bedenken.

Treurig, want ze is niet in het ravijn gevallen. Daar staat trouwens al iemand moppen te tappen – een man met lang grijs haar en een snor.

Reacties: ombudsman@nrc.nl

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.