Dit betekent het pensioenakkoord voor jou

Pensioenakkoord Vakbond FNV is over de brug. Het nieuwe pensioen komt er. Wordt het individueler of onzekerder? Dupeert het veertigers of jongeren? Wat is waar, en wat niet?

Illustratie Dirma Janse en Roland Blokhuizen

Het wordt een megaoperatie. Nu vakbond FNV definitief akkoord is, zal het Nederlandse pensioensysteem in zes jaar tijd grondig worden verbouwd. Zaterdag stemde het FNV-ledenparlement (64 voor, 40 tegen) in met de uitwerking van het vorig jaar gesloten pensioenakkoord die kabinet, werkgevers en vakbonden vorige maand presenteerden.

Over pensioenen ontstaat al snel discussie. Ouderen krijgen niet wat hun vroeger is voorgespiegeld. En jongeren vragen zich af of er nog pensioen voor hen overblijft.

Ook het jongste pensioenakkoord leverde discussie op. Er komt een onzeker ‘casinopensioen’, zeiden radicalere FNV’ers. Jongeren zullen wel weer de klos zijn, vreesden anderen. Wat is daarvan waar?

Lees ook: Pensioenhervorming dichterbij dan ooit, maar verzekeraars morren

Allereerst de kern van de veranderingen, die minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken, D66) nu zal vastleggen in een wetsvoorstel. Pensioenfondsen gaan geen toekomstige uitkering meer beloven. Nu krijgen werknemers in ruil voor hun premie een ‘aanspraak’: een klein stukje toekomstige pensioenuitkering.

Door de dalende rente moesten fondsen steeds meer geld oppotten om die beloftes te garanderen. De meeste pensioenen zijn al tien jaar niet verhoogd. Om de inflatie bij te benen gebeurde dat vroeger wel.

In het nieuwe stelsel wordt niks beloofd. Werknemers krijgen te zien hoeveel vermogen ze tot dan hebben gespaard. Hoe hoog de toekomstige uitkering wordt? Daar worden alleen nog voorspellingen over gedaan.

Gepensioneerden maken hun pensioenpotje langzaam op. Geld van wie vroeger dan gemiddeld overlijdt, gaat – net als nu – naar mensen die langer leven.

1 Wordt het nieuwe pensioen individueler?

Veruit de meeste werknemers bouwen pensioen op bij een fonds dat alle werknemers in hun sector bedient. Daar belandt iedere premie in de gezamenlijke pot van het pensioenfonds.

Hoeveel geld uit die pensioenpot van jou is? Dat weet je als werknemer niet. Je krijgt vooral te horen hoe hoog de toekomstige pensioenuitkering is die je hebt opgebouwd.

Pensioenfondsen zullen al het ingelegde geld collectief blijven beleggen: werknemers kunnen geen individueel beleggingsbeleid kiezen. „Als werknemers al hun geld in één pot stoppen, kunnen hogere beleggingswinsten behaald worden dan met allemaal individuele potjes”, zegt pensioenanalist Piet Rietman van ABN Amro.

Lees ook dit interview met Wouter Koolmees: ‘Pensioen is een héérlijk dossier’

Wel zien werknemers straks welk deel van de pot voor hen gereserveerd is. Op een ‘persoonlijke pensioenrekening’ kun je bijhouden welke premie je hebt ingelegd en wat het rendement was. Het wordt „aanzienlijk individueler”, zegt actuaris Wichert Hoekert van adviesbureau Willis Towers Watson.

Ook gaan fondsen het rendement op een persoonlijker manier verdelen, zegt Fieke van der Lecq, hoogleraar pensioenmarkten aan de Vrije Universiteit Amsterdam. „Jongeren gaan meer risico lopen, waardoor ze meer kans hebben op rendement en pech. Bij ouderen wordt dat risico minder, waardoor hun uitkering stabieler blijft.”

En er komt een keuzemogelijkheid bij: op je pensioendatum mag je eenmalig 10 procent van je pensioenvermogen opnemen.

Wel worden risico’s gedeeld via een ‘solidariteitsreserve’, waar iedereen aan meebetaalt. Dit geld wordt gebruikt om grote of langdurige beleggingsverliezen te dempen.

Van der Lecq concludeert dat het nieuwe pensioen „zeer beperkt” individueler wordt.

2 Wordt het nieuwe pensioen onzekerder?

Op het eerste gezicht lijkt de hoogte van het pensioen onzekerder te worden, vooral voor de mensen die al met pensioen zijn. Nu staan de meeste uitkeringen al jaren stil: ze gaan niet omhoog en niet omlaag. „Maar ze bewegen wél ten opzichte van de inflatie”, zegt Van der Lecq. Gepensioneerden verliezen gestaag koopkracht.

Straks gaat het pensioen meer meebewegen met de financiële markten. De kans op verhogingen én verlagingen neemt daardoor toe. Dat zou Van der Lecq geen extra onzekerheid willen noemen. „De onzekerheid wordt vooral transparant: het pensioen gaat meer bewegen, maar de stapjes worden kleiner.” Nu kunnen de pensioenen ook verlaagd worden. En áls het gebeurt, kan het ineens fors zijn.

Lees ook: Het Nederlands pensioensysteem is uniek. Hoe regelen andere landen dat?

Ook voor werknemers wordt het toekomstig pensioen niet onzekerder, vindt Van der Lecq. Zij zien hun pensioenvermogen sterker bewegen. „Maar die ups en downs waren er altijd al. Je ziet ze alleen beter. En de solidariteitsreserve dempt de sterkste schokken.”

Ook wordt duidelijker hoeveel geld voor je gereserveerd is, zegt actuaris Hoekert. „Dat is ook een vorm van zekerheid, in ieder geval van transparantie.”

3 Is het nieuwe pensioen slecht voor veertigers?

De hervorming van het pensioen brengt onzekerheid voor werknemers van zo’n 35 tot 55 jaar. Vooral veertigers gaan er eenmalig op achteruit door de afschaffing van de ‘doorsnee-opbouw’.

Nu nog krijgen jonge en oude werknemers evenveel pensioen voor hun premie. Terwijl de inleg van een jongere meer waard is: dat geld kan veel langer renderen. Straks krijgen alle werknemers het pensioentegoed toegekend dat hun ingelegde premie waard is: jongeren meer, ouderen minder.

Het probleem? Een veertiger krijgt onder de nieuwe regels wél straks de lagere pensioenopbouw, terwijl die als jongere nog niet de hoge opbouw op zijn inleg kreeg.

Deze mensen moeten „adequate compensatie” krijgen, is de afspraak. Berekeningen van het Centraal Planbureau en dertien pensioenfondsen tonen dat die compensatie prima te regelen is. „Dus ik denk dat het meevalt”, zegt ABN-econoom Rietman.

Toch heeft deze groep „potentieel het meeste nadeel”, zegt Hoekert. „De compensatie moet voor een belangrijk deel uit toekomstig overrendement komen. Dan is de consequentie: als er geen overrendement komt, komt er geen compensatie.”

Op termijn kunnen veertigers profiteren van de nieuwe regels, denkt Van der Lecq. „Met een individueel pensioenvermogen kun je makkelijker overstappen naar een ander pensioenfonds.” Dat is handig voor wie van baan wisselt. „Juist veertigers kunnen daar behoefte aan hebben.”

4 Is het nieuwe pensioen slecht voor jongeren?

Volgens deskundigen is het nieuwe pensioen juist goed voor jongeren. Door afschaffing van de doorsneeopbouw, zegt Hoekert, „betalen jongeren niet meer mee aan het pensioen van oudere werknemers.”

Wel is het cruciaal dat jongeren snel een volwaardige baan vinden mét pensioenopbouw – veel flexwerkers en zzp’ers missen dat nu. „Straks krijg je op jonge leeftijd verhoudingsgewijs veel pensioen voor je premie”, zegt Van der Lecq. „Dan moet je op tijd beginnen met opbouwen, want dan kun je de grootste klappers maken.”

Onzeker is nog hoe pensioenfondsen de huidige pensioenaanspraken precies omzetten in de nieuwe, persoonlijke vermogens. Daar zijn complexe rekenmodellen voor bedacht. Hoekert: „Als daar een herverdeling in de richting van ouderen plaatsvindt, kan dat de andere voordelen voor jongeren tenietdoen.”

Rietman, een dertiger, verwacht dat hij minder pensioen uitgekeerd zal krijgen dan de gepensioneerden van nu – maar dat staat los van het pensioenakkoord. „We worden steeds ouder en krijgen een steeds lagere rente. Hoe je het stelsel ook inricht, babyboomers zoals mijn ouders hebben gewoon hogere uitkeringen, als percentage van hun salaris, dan ik later. Dat is misschien een zure realiteit, maar je kunt je er ook op voorbereiden als je daar de mogelijkheden voor hebt.”

5 Vermindert nu de discussie tussen jong en oud?

De verdeling van de pensioenpot levert vaak discussie op. Ouderenclubs en partijen als 50Plus willen voordeliger rekenregels voor ouderen. Jongeren zijn vaak kritisch als politici voor de zoveelste keer pensioenverlagingen doorschuiven naar de toekomst.

Onder al die discussies ligt één principiële vraag: hoeveel geld kunnen ouderen nú uit de gezamenlijke pensioenpot krijgen, zodat er genoeg overblijft voor jongeren? Dat moeten pensioenfondsen berekenen met de ‘rekenrente’. Hoe lager de rente, hoe meer er gereserveerd wordt voor jongeren. Het is een zero sum game, zegt Rietman. „Het voordeel van jongere generaties is het nadeel voor ouderen, en andersom.”

Lees ook: Waarom pensioenen korten zo moeilijk is voor politici

Straks worden de spelregels duidelijker, zegt Van der Lecq, „dus heb je minder discussies”. De pensioenpot wordt ‘opgeknipt’ in persoonlijke vermogens. En er komen harde afspraken over de verdeling van beleggingsresultaten tussen jong en oud en over wanneer de solidariteitsreserve wordt aangeboord.

Al kunnen duidelijke spelregels óók teleurstelling opleveren. Van der Lecq: „Als er langdurig slechte resultaten zijn en de solidariteitsreserve is op, dan kunnen mensen gaan vragen: mogen we niet een beetje lenen van de toekomst? Nu zeggen we: ja, we stellen de verlaging even uit. Straks is het antwoord: nee, zo hebben we het afgesproken.”