V.l.n.r Elinkwijkspelers Humphrey Mijnals, Charley Marbach en Michel Kruin in 1959.

Foto Henk Lindeboom/ Anefo/ Nationaal Archief

Waarom de eerste zwarte voetballers in Nederland zwegen

Discriminatie In de jaren vijftig kwamen de eerste donkere voetballers uit Suriname naar Nederland. Ze kregen te maken met ernstige vormen van racisme, maar vertelden daar lang niet over. Waarom? En hoe kijken ze naar de huidige protestbeweging, Black Lives Matter?

Zijn trainer had hem nog gewaarschuwd: we gaan naar MVV, daar word je uitgescholden. Trek je er niks van aan. Ga niet in op de stommiteiten van blanke jongens.

En ja hoor, zegt Frank Mijnals, oud-aanvaller van het Utrechtse Elinkwijk: na het eerste fluitsignaal begon het. „Ze scholden me de hele wedstrijd uit: aap, ga terug in je boom, vieze, vuile neger!”

Hij is geen vechtersbaas, vertelt Mijnals vanuit Suriname. „Ik laat me niet snel uit de tent lokken.” Maar toen verdediger André Maas, een grote kerel, hem tegen het einde van de wedstrijd in zijn gezicht en maag sloeg, net toen hij positie voor het doel wilde innemen, „sloegen de stoppen door”. Waarom doe je dat, vroeg Mijnals. Toen het antwoord uitbleef, gaf hij Maas „een haal in zijn gezicht”.

Van het incident, uit 1959, bestaat geen beeld. Maar bij het Historisch Centrum Limburg in Maastricht ligt een niet eerder geopenbaard procesverbaal en een vordering ter rechtszitting. Maas, die inmiddels is overleden, meldde de ‘mishandeling’ op verzoek van MVV bij de politie. Zijn advocaat riep een in Maastricht woonachtige supporter als getuige op, die Mijnals ‘opeens’ had zien uithalen. Ook getuige twee, een grensrechter, had zijn klap ‘in een flits’ gezien. Maas ontkende bij de rechter dat hij zelf had geslagen.

Godzijdank was er politie, anders was ik doodgeschopt

Frank Mijnals oud-profvoetballer

Opmerkelijk genoeg wordt in de stukken niets gemeld over de racistische uitingen waarover Mijnals de rechter, volgens hemzelf en blijkens krantenberichten uit die tijd, vertelde. Beschreven wordt alleen dat Mijnals ‘een stoot’ kreeg en terugsloeg. Met pen is aan het getypte verslag later een aan Mijnals toegeschreven uitspraak toegevoegd: „Ik begrijp niet wat Maas aanleiding gaf mij te slaan, er was niets tussen ons voorgevallen.”

Wat óók niet in de stukken staat, is dat na het duel een grote groep MVV-supporters het veld opstormde. Mijnals voelde zich „weerloos”, zegt hij. Hij kreeg een klap op zijn jukbeen, viel bloedend op de grond, en wist met politiehulp een taxi te bereiken. „Godzijdank was er politie”, zegt hij, „anders was ik doodgeschopt.”

De ervaring emotioneert hem ruim zestig jaar later nog. „Die blanken, die klootzakken” hadden bij de rechtbank „schijt” aan wat hij vertelde. „Die gingen gewoon op zichzelf af”, zegt hij. „Het was zo van: hoe durft die neger een blanke te slaan?”

De rechter vroeg volgens Mijnals niet door over de discriminerende voorvallen. Hij legde Mijnals een boete van 75 gulden op of vijftien dagen gevangenisstraf. De KNVB schorste hem voor zes wedstrijden, en ook zijn eigen club schorste hem.

 


USV Elinkwijk tegen Blauw-Wit in 1958, in aanwezigheid van de Surinaamse minister-president Emanuels. Michel Kruin, Charley Marbach, Frank en Humphrey Mijnals staan in de basis bij Elinkwijk. Erwin Sparendam speelt voor Blauw-Wit. Kruin scoort voor Elinkwijk maar wordt later van het veld gestuurd.


 

De eerste generatie

In de jaren vijftig, toen de eerste donkere voetballers door Nederlandse clubs uit Suriname werden gehaald, liepen racistisch getinte incidenten vaker uit de hand. Dat blijkt niet alleen uit het verhaal van Frank Mijnals, maar ook uit dat van Michel Kruin, voormalig spits van Elinkwijk. Hij vertelt dat hij tijdens een wedstrijd in 1958 tegen Blauw-Wit middenvelder Anton Goedhart „knockout sloeg” toen die in zijn nek spuugde en riep dat hij terug moest naar Suriname – de twee werden van het veld gestuurd.

Onder het toeziend oog van de Surinaamse minister-president Severinus Emanuels, die op de eretribune zat, greep Kruin de microfoon. „Ik zei heel rustig dat als ze ons nog één keer uitscholden, geen enkele donkere persoon meer voor Elinkwijk zou spelen.”

Met zijn Surinaamse teamgenoten Frank Mijnals, diens broer Humphrey Mijnals en Charley Marbach verzamelde Kruin voor elk duel moed, zegt hij. „Dan gingen we in een hoekje staan en deden we een yell. Wat we precies riepen kan ik me niet herinneren, maar het was iets in de trant van: wij donkere mannen laten niet over ons heen lopen.” Van de handvol Surinamers die in Nederland kwamen voetballen (alleen André Kamperveen ging hen voor, hij was slachtoffer van de Decembermoorden), zijn Marbach (2009), Erwin Sparendam (2014) en Humprey Mijnals (2019) overleden. Frank Mijnals en Michel Kruin (beiden 87) leven nog. Hoe kijken zij terug op hun ervaringen? En: wat vinden zij van de anti-racisme-protesten van de huidige generatie zwarte voetballers, zoals Memphis Depay, Virgil van Dijk en Georginio Wijnaldum?

Elinkwijkspelers Michel Kruin en keeper Joop van der Schilden in 1961. Foto Herbert Behrens/Anefo

In het verdomhoekje

Racisme was in hun tijd veel erger dan nu, zegt Mijnals. Het ging er „keihard” aan toe, op én buiten het veld. Hij vertelt dat hij een keer werd klemgereden door een auto. De jonge bestuurder riep dat hij „negers haatte” en dat hij Mijnals wilde doodrijden. „Het hoorde voor mij bij de Nederlandse mentaliteit. Belangrijk was alleen wat de blanke gemeenschap van de zwarte gemeenschap vond, niet hoe de zwarte gemeenschap zélf dacht. We werden in het verdomhoekje geplaatst.”

Lees ook: 17 (top)voetballers vertellen over hun ervaringen met discriminatie

In de jaren vijftig en zestig werd je als donkere man over het hoofd gezien, zegt ook Kruin. Als opzichter van PTT – het huidige KPN – kwam hij eind jaren vijftig bij klanten thuis. Hij had altijd een blanke collega bij zich, in functie zijn ondergeschikte. Maar klanten negeerden hem, zonder uitzondering.

Daar werd hij wat afwachtend van, zegt hij, ook als voetballer. Als hij het veld opkwam probeerde hij het „gemorrel” aan te voelen. Als er veel racistische leuzen werden geroepen, voelde hij zich extra gemotiveerd om „die bakra’s”( blanken) een lesje te leren. Met de voeten welteverstaan. Want niets was toen zo vernederend, zegt hij, als een donkere voetballer die een blanke voetballer te snel af was. „Er werd weinig over discriminatie en racisme gesproken. Ik denk dat het ons kwalijk zou zijn genomen”, zegt Kruin. Hij denkt dat de discriminerende incidenten daardoor niet zo bekend zijn, dat juist de positieve ervaringen van de eerste donkere voetballers in Nederland in het collectieve sportgeheugen zijn blijven hangen.

Zittend v.l.n.r. Michel Kruin, Humphrey Mijnals, vader L. Mijnals, Frank Mijnals en Erwin Sparendam. Staand: Charley Marbach, Elinkwijkbestuurder J.W. van Veen, gastheer M. Ramlakhan. Amsterdam, 1958 Foto Ben van Meerendonk/AHF, collectie IISG

De omhaal van Humphrey

Op de vijfde verdieping van een galerijflat in de Utrechtse wijk Overvecht doet Marianne Mijnals de deur open. Ze loopt naar binnen door een halletje. Daar, links aan de muur, hangt een bordje: ‘H. Mijnalsstraatje’. De muur hangt vol met memorabilia van haar vorig jaar overleden echtgenoot Humphrey Mijnals, in 1960 de eerste gekleurde speler van het Nederlands elftal. Actiefoto’s, oorkonden, uitgeknipte stoffen bondslogo’s, vaantjes. Een paar foto’s van de beroemde omhaal die Humphrey maakte tijdens zijn eerste wedstrijd voor Oranje. En rechtsboven in de hoek, vlak voor de deur van de woonkamer, hangt in een witte lijst het shirt van het Nederlands elftal waarin Humphrey Mijnals debuteerde.

Vooral het beeld van de omhaal is bekend. Zo herinnert Nederland zich Humphrey Mijnals, zegt Marianne. „Hij was een trotse man. Zeker ook op zijn voetbalcarrière. Toen wij elkaar voor het eerst ontmoetten, zei hij meteen: ik ben professioneel voetballer geweest en ik heb in het Nederlands elftal gespeeld.”

Marianne Mijnals was pas 21 jaar toen ze Humphrey ontmoette. Ze werkten allebei bij uitkeringsinstantie UWV. Haar familie moest niets van hun relatie weten. Een donkere man, die bovendien nog meer dan twintig jaar ouder was. Maar ze zijn tot zijn dood bij elkaar gebleven. En ook nu hij is overleden, is Humphrey Mijnals overal in de flat.

Marianne pakt een doos met krantenknipsels en leest voor. Hoe Humphrey vertelt dat hij voor „roetmop” werd uitgescholden, dat hij regelmatig „zwarte piet” werd genoemd op straat, of „vieze zwarte”. In een oude krant, een lokaal blad, zegt Humphrey: „Als dat gebeurde, dan zei ik ‘vieze blanke’ terug en dan was het over.” Marianne Mijnals kijkt op: „Tja … zo ging hij daar mee om. Hij heeft er nooit een groot probleem van gemaakt.”

Aan de muur, bij het raam, hangt in een lijst een grote oorkonde, uit 1999. Surinaams voetballer van de eeuw. Mijnals heeft ook een Sportpenning van de gemeente Utrecht gekregen, voor zijn verdiensten voor de sport in de stad. „Humphrey was de bekendste van de eerste generatie Surinaamse voetballers en de eerste in het Nederlands elftal. Ik denk dat hij daardoor altijd heel positief is benaderd. Na zijn eerste wedstrijd voor Oranje werd hij op de schouders genomen door het publiek. Dat soort ervaringen heeft zijn herinnering positief gekleurd”, zegt Marianne.

Lees ook: een necrologie van Humphrey Mijnals

Ze ziet een soort dubbele houding van het Nederlandse publiek tegenover de eerste donkere spelers in het land. Opnieuw leest ze voor uit een oude krant, een editie van het Utrechts Nieuwsblad uit 1957. „Komt dat zien, komt dat zien. Circus Elinkwijk met de Surinaamse torpedo’s.” Marianne: „Alsof zij een soort exotische attractie waren. Humphrey heeft dat altijd als iets moois gezien, het voelde voor hem als een warme ontvangst.”

Ze denkt dat dit minder geldt voor mannen als Michel Kruin en ook voor Humphrey’s broer Frank. Marianne heeft wel gehoord van het incident bij MVV, maar dat hij zich zó bedreigd heeft gevoeld, is nieuw voor haar. „Ik kan me voorstellen dat Frank andere herinneringen heeft dan Humphrey. Dat de discriminatie voor hem zwaarder weegt.”

Het tv-fragment van Excelsior-speler Ahmad Mendes Moreira, die vorig jaar van het veld liep vanwege racistische spreekkoren, heeft Michel Kruin op videoband opgenomen. Toen hij het voor het eerst zag, dacht hij: dát hadden wij ook moeten doen. „Af en toe zet ik die videoband weer aan en kijk ik hoe die man het gedaan heeft. Ik vind dat heel goed”, zegt hij.

Voorste rij v.l.n.r. Bennie Muller, Frans de Munck, Roel Wiersma, Humphrey Mijnals, Jan Klaassens en Kees Kuys. Staand Piet van der Kuil, Henk Groot, Tonny van der Linden, Kees Rijvers en Coen Moulijn.
Na de overwinning op Bulgarije wordt Humphrey Mijnals door supporters op de schouders van het veld gedragen.
Foto ANP
Oranje-bondscoach Elek Schwartz omhelst Humphrey Mijnals.
Foto ANP
Het debuut van Humphrey Mijnals als eerste gekleurde speler in het Nederlands elftal, in de met 4-2 gewonnen wedstrijd tegen Bulgarije in 1960. Mijnals maakt indruk met een verdedigende omhaal en wordt na afloop door supporters op de schouders genomen.
Foto’s ANP

Rijkaard en Gullit

Er is in al die jaren wel iets veranderd, vindt hij. „Heel veel zelfs”. Generaties na Kruin spraken zich regelmatig uit tegen racisme. Frank Rijkaard zei in 1986 in Het Parool, hij speelde toen bij Ajax, dat Nederland een „multi-raciale samenleving” was geworden en dat dit „geaccepteerd moet worden”. Een jaar later droeg Ruud Gullit zijn Gouden Bal, de prijs voor wereldvoetballer van het jaar, op aan Nelson Mandela. Ajax-doelman Stanley Menzo was in 1991 openhartig over zijn ervaringen. „Kankerneger, hoerenjong, pleurisnikker, baviaan, vuile jood – dat is zo ongeveer waarvoor ze me op de tribunes uitmaken”, zei hij tegen NRC. „Zodra je verslapt, lever je je uit. Dan ruiken ze bloed, maken ze je af, verrot en verdorven als ze zijn. Keepers kunnen onmogelijk vluchten, hè. En een pantser tegen zulke aanvallen bestaat niet. Schelden doet geen pijn, zeggen ze. Nou, òf het pijn doet.”

Lees ook: de nieuwe generatie van Oranje blijft niet stil over racisme

Sinds Mendes Moreira van het veld liep en de Black Lives Matter-beweging momentum kreeg, heeft de huidige generatie Oranjespelers zich onder leiding van Virgil van Dijk, Georginio Wijndaldum en Memphis Depay ontwikkeld tot een generatie die niet alleen in woord, maar ook in daad opstaat tegen racisme. Ze boycotten het televisieprogramma Veronica Inside nadat Johan Derksen een grap maakte over de dichter Akwasi en Zwarte Piet. Memphis Depay demonstreerde op de Dam, ploeggenoot Denzel Dumfries in Rotterdam. Eerder al kwamen de Oranjespelers met statements tegen racisme, op sociale media en in interviews.

„Er is nog steeds een deel van het publiek dat afgeeft op zwarte mensen. Het proces is nog altijd hetzelfde”, zegt Frank Mijnals. „Wij hadden weerstand opgebouwd toen we in Nederland voetbalden. We waren zó vaak slachtoffer van stomme figuren die tekeergingen. We werden ervoor gewaarschuwd door de trainers, we spraken er onderling over. Dus we lieten ons niet van de wijs brengen, we lieten ons niet afleiden.”

Frank Mijnals heeft ook de beelden van Mendes Moreira gezien. Persoonlijk vindt hij dat van het veld stappen geen oplossing biedt. „Ik denk dat die jongen zich moet wapenen tegen dit soort dingen. Hij heeft geen weerstand opgebouwd.” Zijn oplossing zou zijn: bestraf de mensen die racistische leuzen roepen keihard, maar stop niet met voetballen. Bedoelt hij dat donkere spelers een dikkere huid moeten hebben? „Je moet vooral zeggen: ik ben zwart, ik ben er trots op om zwart te zijn, en ik richt me voor honderd procent op het voetbal.”

Michel Kruin vindt dat de huidige generatie voetballers maatschappelijke problemen goed benoemt en hun podium als bekendheid daarvoor uitstekend gebruikt. Hij vraagt zich de laatste tijd af, onder invloed van de Black Lives Matter-protesten, waarom hij net als zijn generatiegenoten meestal stil bleef over racisme in en buiten het voetbal. „Ik had me graag uitgesproken, keihard ook. Maar ik kan dat wel denken, alleen je werd niet … je werd gewoon beledigd als je het veld op kwam. We hadden minder aanzien dan de voetballers van nu. Het zou ons echt kwalijk zijn genomen, we zouden kapot zijn gemaakt.”

Luister ook naar deze aflevering van onze podcastserie NRC Vandaag: Waarom de eerste zwarte voetballers in Nederland zwegen

U kunt zich ook abonneren via Apple Podcasts, Stitcher, Spotify, Castbox of RSS.