Vrouwen voortrekken werkt, maar het mag niet

Voorkeursbeleid De Technische Universiteit Eindhoven moet haar voorkeursbeleid aanpassen, vindt het College voor de Rechten van de Mens.

Campus van de TU/e in Eindhoven.
Campus van de TU/e in Eindhoven. Foto Merlin Daleman

De Technische Universiteit Eindhoven (TU/e) mag vacatures niet meer exclusief openstellen voor vrouwelijke wetenschappers, oordeelde het College voor de Rechten van de Mens donderdag.

De teleurstelling in Eindhoven is groot. De universiteit scoorde jarenlang laag als het gaat om het aandeel vrouwelijke wetenschappers. Tot de invoering van een rigoureus voorkeursbeleid voor vrouwen, vorig jaar juli. Sindsdien werden er al 48 vrouwen aangenomen: 41 universitair docenten, 2 universitair hoofddocenten en 5 hoogleraren. „Allemaal supertalenten met wie we hartstikke blij zijn”, zegt rector Frank Baaijens van de TU/e. „We hebben gezien dat onze aanpak echt werkt om de achterstand van vrouwen rechter te trekken: als we goed genoeg ons best doen, zijn er genoeg getalenteerde vrouwen te vinden. We zouden dan ook graag door zijn gegaan met ons beleid. Helaas vindt het College ons middel nét te drastisch.”

Effectief of niet, het voorkeursbeleid gaat in tegen de Wet gelijke behandeling, vindt het College. Dat de TU/e meer vrouwelijke wetenschappers wil aantrekken, is lovenswaardig, maar het middel is te rigoureus, omdat het vrouwelijke kandidaten „vrijwel absolute voorrang” geeft.

„Het doel om structurele achterstelling aan te pakken, is legitiem”, zegt voorzitter Adriana van Dooijeweert. „Alleen: op het moment dat je voorkeursbeleid gaat voeren, moet je je realiseren dat het een uitzondering is op het principe van gelijk behandelen.” En dus zijn er strenge eisen aan verbonden. „Je moet je bijvoorbeeld altijd afvragen of het doel ook met andere middelen te bereiken is”, aldus Van Dooijeweert.

Zes maanden alleen vrouwen

De universiteit besloot vorig jaar alle wetenschappelijke functies de eerste zes maanden alleen open te stellen voor vrouwen. Is er na een half jaar geen geschikte vrouwelijke kandidaat gevonden, dan wordt de functie alsnog opengesteld voor mannen. Wel moeten er dan tussen de voorgedragen kandidaten alsnog minstens één vrouw en één man zitten. Het beleid geldt alleen voor wetenschappers die van buiten worden aangetrokken – intern kunnen mannen én vrouwen solliciteren op andere functies. De vrouwelijke wetenschappers die via het voorkeursbeleid worden aangenomen, krijgen extra onderzoeksgeld en een mentor. De bedoeling was dat het programma vijf jaar zou lopen.

Met het invoeren van het voorkeursbeleid heeft de universiteit enkele stappen overgeslagen, vindt het College. De universiteit had ook streefcijfers kunnen stellen, en er bijvoorbeeld financiële consequenties aan kunnen verbinden als een vakgroep of faculteit zich er niet aan hield. Of het voorkeursbeleid alleen bij faculteiten kunnen invoeren waar het aantal vrouwen het allerlaagst was.

In zijn oordeel verwijst het College naar een soortgelijke zaak uit 2012. Daarin oordeelde het dat voorkeursbeleid bij de TU Delft wél was toegestaan. Maar daar werden toen slechts tien vacatures tijdelijk opengesteld voor alleen vrouwen. Alle andere vacatures bleven openstaan voor mannen én voor vrouwen.

Voorzitter Van Dooijeweert: „De grenzen die door de Europese rechtspraak en de Nederlandse wet worden getrokken, dienen ook een doel: je mag best naar de belangen van vrouwen kijken, maar dat betekent niet dat je niet óók naar belangen van mannen moet kijken.”

Volgens rector Baaijens zijn mannen echter niet benadeeld in Eindhoven: van de ongeveer honderd wetenschappers die de universiteit het afgelopen jaar aannam, was de helft man. „Dat laat zien dat we mannen niet uitsluiten. Het is keurig in balans.”

In mei interviewde NRC rector Frank Baaijens al over de maatregel. „Die vrouwen komen niet zomaar. We hebben deze maatregel echt nodig om het proces te versnellen.”

Carrièreladder

Van alle hoogleraren in Nederland is 23,1 procent vrouw, laten de laatste cijfers uit de jaarlijkse Monitor Vrouwelijke Hoogleraren zien. Samen met de Erasmus Universiteit in Rotterdam en de TU Delft bungelt de Technische Universiteit Eindhoven al jaren onderaan wat betreft het aantal vrouwelijke hoogleraren.

Het aantal vrouwelijke hoogleraren staat bovendien niet in verhouding tot het aantal vrouwen dat elk jaar afstudeert aan de universiteit. Van de afgestudeerden is bijna 54 procent vrouw. Maar bij elke stap op de carrièreladder (van student naar promovendus, naar universitair hoofddocent enzovoorts) wordt dat percentage lager.

Evangelia Demerouti, hoogleraar arbeids- en organisatiepsychologie en diversity officer aan de TU/e, vindt dat het oordeel van het College daarom wringt. „Jarenlang zijn vrouwen subtiel en impliciet gediscrimineerd. Dat werd niet zo uitgesproken, maar al die jaren zijn die vrouwen impliciet buitengesloten. Nu worden mannen over een periode van zes maanden uitgesloten. Maar dat mag niet. Dat vind ik toch wel jammer.”

Pauzeknop

Een uitspraak van het College voor de Rechten van de Mens is juridisch niet bindend, dus in theorie kan de universiteit het oordeel negeren. Dat is de TU/e niet van plan, zegt zowel Baaijens als Demerouti. Na de zomer gaat de universiteit zich beraden op aanpassingen aan het beleid. Baaijens: „We vinden dit oordeel heel zwaarwegend en gaan serieus bekijken hoe we nu verder gaan. De nog lopende sollicitatieprocedures ronden we uiteraard af, maar daarna drukken we op de pauzeknop.”

Demerouti: „Onze ambitie blijft hetzelfde. We willen dat er in alle lagen van onze organisatie, in alle wetenschappelijke functies, minstens 30 procent vrouwen werken.”

Wél maatschappelijk geaccepteerd

Het College, zegt rector Baaijens, geeft bovendien wel „handvatten” voor hoe zijn universiteit wél een voorkeursbeleid zou kunnen voeren. „Quota mogen wel. Dus wellicht gaan we dat middel wat steviger inzetten. Kennelijk is dat wél maatschappelijk geaccepteerd.”

De uitspraken van het Europees Hof van Justitie waarop het College voor de Rechten van de Mens zich in dit oordeel baseert, zijn geen „heel recente zaken”, zegt voorzitter Van Dooijeweert. Mocht daar weer eens een zaak rondom gelijke behandeling voorkomen, dan kunnen „rechters met veranderde maatschappelijke ideeën” misschien „minder strikte grenzen” stellen. „Maar wij hebben nu eenmaal te maken met dit toetsingskader.”

Correctie (3 juli 2020): In een eerdere versie van dit artikel stond abusievelijk dat de uitspraak van het College voor de Rechten van de Mens op vrijdag uitspraak deed. Dat klopt niet, wat hierboven is aangepast.