‘Leenstelsel heeft nauwelijks effect op doorstroom naar hoger onderwijs’

Sociaal leenstelsel Volgens minister Van Engelshoven (Onderwijs) blijkt uit onderzoek dat het leenstelsel „over de breedte goed functioneert”. Studentenvakbonden waarschuwen voor kansenongelijkheid.
LSVb-voorzitter Lyle Muns: „Het wordt nu pijnlijk zichtbaar dat het leenstelsel leidt tot torenhoge studieschulden."
LSVb-voorzitter Lyle Muns: „Het wordt nu pijnlijk zichtbaar dat het leenstelsel leidt tot torenhoge studieschulden." Foto Pieter Stam de Jonge / ANP

De invoering van het leenstelsel in 2015 heeft nauwelijks effect op de doorstroom naar het hoger onderwijs. Dat blijkt uit onderzoek van ResearchNed dat minister Ingrid van Engelshoven (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, D66) vrijdag aan de Tweede Kamer heeft gestuurd. Studentenvakbonden waarschuwen echter voor de snel oplopende studieschulden en een stijging van de kansenongelijkheid. Volgens de bonden erkent de minister barrières die het leenstelsel opwerpt onvoldoende.

De doorstroom vanuit havo en vwo is nagenoeg op hetzelfde niveau als voor de invoering van het leenstelsel, zo blijkt uit het onderzoek in opdracht van het ministerie. De doorstroom van mbo naar hbo laat wel een daling zien. Naar de oorzaken hiervan moet nog een apart onderzoek gedaan worden dat na de zomer afgerond moet zijn. Ook voor de invoering van het leenstelsel was er volgens het ministerie al sprake van een daling van de doorstroom van mbo naar hbo. „We zien dat het stelsel over de breedte goed functioneert, maar de dalende doorstroom vanuit het mbo is een zorgpunt”, aldus minister Van Engelshoven in een verklaring.

Lees ook: CPB-onderzoek roept vragen op

Uit het huidige onderzoek blijkt dat studenten vaker zijn gaan lenen en een hoger bedrag lenen dan studenten voor 2015. Dat werd voor de invoering van het leenstelsel ook al verwacht. De Landelijke Studentenvakbond (LSVb) en FNV Young & United uiten naar aanleiding van het onderzoek stevige kritiek op het stelsel. Uit het onderzoek blijk dat de helft van de studenten dreigt af te studeren met een studieschuld boven de 20.000 euro, waarvan nog eens de helft met een studieschuld van meer dan 40.000 euro.

‘Torenhoge schulden’

LSVb-voorzitter Lyle Muns: „Het wordt nu pijnlijk zichtbaar dat het leenstelsel leidt tot torenhoge studieschulden. De coronacrisis verergert deze situatie alleen maar. Studerende jongeren komen massaal in de knel. Een snelle afschaffing van het leenstelsel en invoering van een schuldenvrije basisbeurs is noodzakelijk.”

Volgens het Interstedelijk Studentenoverleg (ISO) erkent Van Engelshoven de vele barrières binnen het leenstelsel onvoldoende. „De minister ontwijkt in haar brief de grootste pijnpunten en adresseert niet dat er grote problemen zijn bij de middeninkomens, de voorlichting over lenen gebrekkig is en studieschulden extreem oplopen”, aldus ISO-voorzitter Dahran Çoban. Vooral studenten uit gezinnen met een middeninkomen worden volgens het ISO hard getroffen door het huidige leenstelsel. Daarnaast zou de informatievoorziening over de gevolgen van studieschulden ontoereikend zijn.

Gezinsvorming en hypotheek

De uitkomst van ResearchNed-onderzoek komt grotendeels overeen met de resultaten van een onderzoek van het Centraal Planbureau in mei. In het huidige onderzoek geeft 54 procent van de studenten aan dat ze om hun studie te bekostigen extra zijn gaan werken; 43 procent is meer gaan lenen. Ook denkt een deel van de studenten er over om een buitenlandervaring te laten liggen, zo blijkt. Uit de cijfers is niet af te leiden dat deze percentages zijn gestegen omdat er geen voor- en nameting beschikbaar is.

Eerder bleek uit onderzoek dat jongeren gezinsvorming uitstellen door hoge studieschulden. Daarnaast blijven studenten langer thuiswonen door het leenstelsel en kunnen ze later moeilijker een hypotheek krijgen. FNV Young & United voorzitter Bas van Weegberg: „Waar je wieg staat bepaalt hoeveel ontwikkelmogelijkheden je hebt binnen en buiten de studie. Zo vergroot het leenstelsel de kansenongelijkheid tussen studenten met rijke ouders en studenten met ouders die weinig kunnen bijdragen.”