Reizen is een onderdeel van de Europese identiteit

Vakantiereizen Landen heten steeds meer toeristen welkom. Zeker niet alleen van het duurzame type, maar er lijkt toch iets te veranderen.

Slaaprijtuig van de nachttrein tussen Londen en Parijs in 1952. Op dit moment keert op veel plaatsen de nachttrein terug.
Slaaprijtuig van de nachttrein tussen Londen en Parijs in 1952. Op dit moment keert op veel plaatsen de nachttrein terug. Foto ANP

Deze week kwamen op Mallorca de eerste Britten van de vliegtuigtrap. Twee weken nadat de Duitsers als eersten weer met vakantie mochten op het Spaanse eiland, herriep Madrid dinsdag de verplichte twee weken quarantaine voor reizigers uit het Verenigd Koninkrijk. „Sun, sand and social distancing”, kopte The Times.

Je kon er van alles in zien. Een beginnetje van het oude normaal, bijvoorbeeld, waarin we voor een prikje naar de zon reizen als we daar zin in hebben. Of de wanhoop van een land dat – net als Portugal, Griekenland of Kroatië – economisch zo afhankelijk is van het toerisme dat het de grenzen opent voor vluchten uit een land dat per dag nog steeds ruim achthonderd nieuwe corona-infecties heeft (in Spanje is het gezakt naar tweehonderd). En ook: dat de droom van duurzamer leven en reizen na corona vermoedelijk een illusie zal blijken.

In de topmaanden juli en augustus zijn in Europa gewoonlijk zo’n honderd miljoen mensen met vakantie; merendeels EU-burgers die naar andere EU-landen reizen. Vier maanden nadat het toerisme in een klap tot stilstand kwam, doet elk land nu pogingen het vlot te trekken, liefst zonder het virus weer te importeren.

Reizen in Europa tussen en binnen EU-lidstaten en de – deels overlappende – Schengenlanden zijn onder voorwaarden weer toegestaan, enkele uitzonderingen daargelaten Deze week opende de EU ook de grenzen voor een klein aantal landen daarbuiten. De Verenigde Staten, waar de crisis dreigt te escaleren, ontbraken omineus op het lijstje.

Nederland kreeg vorig jaar nog bezoek van zo’n 1,5 miljoen Amerikanen, die veelal per cruiseschip aanmeerden in Amsterdam of Rotterdam. Maar het wegvallen van dat marktsegment is klein bier. Wie weet of er nog iets van een zomerseizoen valt te redden, maar het Nederlands Bureau voor Toerisme & Congressen (NBTC Holland Marketing) voorspelde deze week in het gunstigste geval een halvering van de 46 miljoen toeristen uit 2019, al het kan ook een daling met driekwart worden. En de staycation mag populair zijn, ook in het binnenlands toerisme wordt een daling verwacht tot bijna 60 procent.

Scenario’s voor de hele EU, met tot 90 procent minder boekingen, zijn nog somberder.

Thomas Cook

Toch rommelde het ook vóór corona al. Zie het faillissement van Thomas Cook, in september vorig jaar. De vakantiemultinational, genoemd naar de Britse predikant en geheelonthouder die zijn landgenoten 180 jaar geleden groepsgewijs en voor weinig geld kennis liet maken met de wereld buiten hun eiland (‘abroad’), begreep te laat dat mensen nu liever zelf een goedkoop ticket en een Airbnb-appartementje boeken.

Airbnb liep trouwens ook tegen zijn grenzen aan, zegt Tyler Brûlé, hoofdredacteur van Monocle, een upmarket kosmopolitisch maandblad. „Het was een slim idee toen het in Amerika van de tekentafels kwam, maar in veel steden in Europa heeft het niet gewerkt, zonder dat politici er iets aan durfden te doen.”

De al jaren toenemende druk op prijsvechters als RyanAir en easyJet, en het faillissement van Air Berlin (2017) en Flybe (2020) verbaast hem evenmin. „Misschien voelde de ervaring van zo’n low cost-reis, waarbij je op een willekeurig vliegveld wordt afgezet, voor veel mensen ook al een tijdje niet zo geweldig meer.”

Corona heeft zulke problemen meedogenloos zichtbaar gemaakt, zegt Brûlé, die gelooft dat er daarom juist nu „corrigerende krachten” kunnen vrijkomen die leiden naar wat hij gentler living, een vriendelijker manier van leven noemt.

Lees ook: Zal dit virus de vakantie voorgoed veranderen?

Europese identiteit

Daarmee raakt hij aan een aspect van toerisme dat, behalve met economie, ook te maken heeft met Europese identiteit en cultuur. Sinds de val van de Muur in 1989 is reizen volkomen vanzelfsprekend geworden. De Unie deed grenzen vervagen, maakte de telefoontik goedkoop en maakte dat naadloze luchtvaartnet mogelijk.

De meeste jonge Europeanen weten niet meer wat het is om naar je paspoort te moeten voelen of geld te wisselen. Even je vrienden bezoeken in een andere Europese hoofdstad, of daar een half jaar studeren op een Erasmusbeurs, ’s ochtends de Thalys nemen in Parijs voor een vergadering in Amsterdam en weer terug – het is volstrekt gewoon geworden.

„Reizen over de grens is het unique selling point van Europa”, schreef Simon Kuper deze week in de Financial Times onder de kop ‘Ik wil mijn Europa terug’. Hij houdt geloof in die gezamenlijke Europese ruimte „waarin we elkaars beste ideeën stelen: Nederlandse fietspaden en het homohuwelijk, de Deense flexibele arbeidsmarkt, Stockholms verwarming met biobrandstof, snelle Britse universitaire opleidingen en op alle Europese terrassen de Italiaanse koffie die het troosteloze Londen van de jaren 90 nieuw leven inblies”.

Dat mateloos reizen tot niets goeds leidt, is geen nieuw idee

Natuurlijk, van dit Europa plukt een welgestelde kosmopolitische groep de meeste vruchten, maar het is er toch ook voor de Oost-Europese timmerman die in het Westen zijn vak kan uitoefenen. En ja, ook smokkelaars en andere criminelen profiteren ervan. Het heeft de zuip- en blowreizen gefaciliteerd. Én de hordes op gymschoenen die met hun aanwezigheid de ongereptheid die ze zoeken juist verwoesten, waardoor steden authenticiteit gaan faken, zoals Ilja Leonard Pfeijffer in Grand Hotel Europa heeft beschreven. Venetië dat ‘Venetië’ speelt voor de toeristen.

Nergens thuis

Dat mateloos reizen tot niets goeds leidt, is trouwens geen nieuw idee. Hoewel het woord pas in 1838 is gemunt (door de Franse schrijver Stendhal), is de opkomst van ‘de toerist’ onvermijdelijk geweest, al sinds het besloten middeleeuwse wereldbeeld ophield te bestaan, schreef Ton Lemaire in De filosofie van het landschap (1970). De wereld opende zich, op de ontdekkingsreizigers volgden de nieuwsgierige humanisten en de reizigers uit de Romantiek op zoek naar het pittoreske. Van die drie soorten reizigers komt nu iets samen „in de middelpuntvliedende Europeaan”. Die is dan ook, stelt Lemaire bitter vast, „nergens meer thuis”.

Geen probleem, vindt Kuper. „[De videovergader-app] Zoom zal mensen in staat stellen te leven in een mediterrane cultuur en te werken in een economie als die van Londen”, schrijft hij. Zulk optimisme deelt hij met de Monocle-hoofdredacteur. Overal komt bijvoorbeeld de nachttrein terug en dat is geen toeval, zegt Brûlé. „Die brengt je naar het hart van een hoofdstad en geeft je letterlijk rust. De nachttrein hoort bij de romantiek van Europa.”

Dat Europa post-corona zal „terugveren” staat voor hem daarom vast. „Steden zullen niet verdwijnen, de handdruk komt terug, mensen willen wezenlijke ervaringen ondergaan, al is het het zelf passen van een jurkje”, zegt hij. „We hebben nu wel lang genoeg online geshopt.”