Opinie

Opsporing via pret-dna-test schendt de privacy van burgers

Misdaad Na de VS denkt ook Nederland aan forensisch gebruik van dna-profielen uit publieke databanken. Dat is niet zonder risico, zeggen en
Foto Getty Images

Afgelopen april was het twee jaar geleden dat de seriemoordenaar Joseph DeAngelo, ook wel bekend als de golden state killer, op spectaculaire wijze werd opgespoord. DeAngelo, een voormalige politieagent, bekende 15 juni om de doodstraf te ontwijken schuldig te zijn aan dertien moorden. Hij was in beeld gekomen doordat dna van een van zijn familieleden was opgenomen in een database van een genealogie-website.

Het gebruik van publieke dna-databanken bij het achterhalen van de identiteit van onbekende verdachten heeft voor een golf van opwinding in de forensische wereld gezorgd, maar is ook controversieel want het roept verschillende ethische en maatschappelijke vragen op. Vragen over het betrekken van onschuldige burgers in het strafproces, over het concept ‘informed consent’, dus toestemming na te zijn geïnformeerd over mogelijke consequenties daarvan. Vragen over toegang van de staat tot informatie die daar niet voor bedoeld is.

Stamboomonderzoek

De zogenoemde recreatieve genetica, of ‘pret-dna-test’, heeft in de afgelopen jaren een grote vlucht genomen. Commerciële, vooral Amerikaanse, bedrijven bieden diverse tests aan die iets kunnen zeggen over je risico’s op een genetische aandoening, je geografische en etnische afstamming, of kunnen helpen bij stamboomonderzoek.

Inmiddels zitten miljoenen dna-profielen in dergelijke databanken en is het ook hier in Nederland haast gangbaar geworden om vader een dna-kit als Vaderdagcadeau te geven. Deze profielen en de bijbehorende informatie zijn nu dus ook relevant geworden voor de opsporing.

Het principe van deze opsporingsmethode is eigenlijk simpel. Als iemands dna-profiel in een publiek toegankelijke dna-databank zit, met naam en toenaam, dan zit niet alleen het dna-profiel van deze persoon in de databank, maar in feite ook van alle eerste- en tweedegraads familieleden, en soms ook (afhankelijk van de uitgebreidheid van de test) van alle derdegraads-familieleden.

Nauwe verwanten

Door stamboomonderzoek met gebruikmaking van openbare stamboomregisters, zijn veel van deze nauwe verwanten dan op te sporen.

Momenteel wordt door de minister van Justitie en Veiligheid verkend of we deze technologie willen en kunnen implementeren in de Nederlandse opsporing. Deze verkenning bestaat voornamelijk uit een pilot met als doel het geven van een naam aan onbekende doden, waarbij vooral de technische en juridische aspecten getoetst worden.

Lees ook: DNA van verre familie geeft anonieme doden een naam

Maar de grootste hobbel bij deze toepassing wordt juist gevormd door de maatschappelijke en ethische aspecten ervan. Een van de issues die voortdurend naar voren wordt gebracht is de kwestie van ‘informed consent’ (‘geïnformeerde toestemming’). De waarde van de databank bij forensisch onderzoek is dat die onmiddellijk naar verwanten leidt die zelf geen weet hebben van het feit dat zij in een opsporing ingesloten zijn. Met andere woorden, zonder dat die persoon of zijn familieleden zich daarvan bewust zijn, wordt het informed consent dat door de persoon in kwestie verleend wordt, eigenlijk ook het informed consent van zijn familie gemaakt.

Ook in Nederland

Nu is het in Nederland sinds 2012 mogelijk om dna-verwantschapsonderzoek in te zetten bij het oplossing van zware misdrijven. Hierbij kan de dna-databank die bij het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) is ondergebracht, gebruikt worden om verwanten van de verdachten te zoeken. Maar deze databank is aan strenge wettelijke eisen onderworpen, inclusief eisen aan de kwaliteit van informatie en aan privacy.

Bovendien bevatten de profielen die daarin opgeslagen zijn veel minder informatie en leiden ze niet zoals bij commerciële dna-databanken tot de zeer grote pool aan verwanten die onschuldig zijn maar wel in beeld komen voor het opsporingsonderzoek.

Een andere optie die we in Nederland hebben is het grootschalig dna-verwantschapsonderzoek, zoals gebruik bij de opsporing van de verdachten van de moord op Marianne Vaatstra, Milica van Doorn of Nicky Verstappen. Hierbij wordt aan een zorgvuldig geselecteerd aantal burgers expliciet gevraagd om mee te werken aan het onderzoek. Dit is een zeer intensief en weloverwogen proces, waarbij expertise ingewonnen wordt, burgers goed ingelicht worden en er sprake is van voor- en nazorg.

Het gebruiken van commerciële databanken en genetische genealogie kan daarom niet zomaar vergeleken worden met het dna-verwantschapsonderzoek. Gebruik maken van die databanken vraagt om veel meer reflectie en weging.

Cold cases

In Nederland wordt overwogen om deze toepassing in te zetten bij het oplossen van ‘cold cases’. Het idee is dat het alleen in zeer zware delicten zal worden ingezet: delicten waarbij alle andere onderzoeksmogelijkheden zijn uitgeput. Het feit dat GEDmatch (het bedrijf dat de dna-informatie verstrekte die tot aanhouding van DeAngelo leidde) binnen een jaar haar databank heeft opengesteld voor zogenoemde assault-zaken (lichamelijke letsels, inbraak et cetera), geeft aan dat deze belofte waarschijnlijk niet stand zal houden. Bovendien is het bedrijf inmiddels overgenomen door Verogen (een groot bedrijf gespecialiseerd in forensisch onderzoek), wat erop duidt dat de commerciële toekomst van deze technologie in de veel voorkomende criminaliteit wordt gezien.

Het is ook hier in Nederland haast gangbaar geworden om vader een dna-kit als Vaderdagcadeau te geven.

Het moge duidelijk zijn dat de huidige commerciële dna-databanken niet onder toezicht van Justitie staan. Bij gebruik van die data voor de opsporing is er dus spraken van een ‘repurposing’ van persoonlijke gegeven; die worden gebruikt voor een ander doel dan waar zij voor bedoeld waren. Burgers die geïnteresseerd zijn in hun persoonlijke afkomst of in hun genetische gesteldheid, kunnen onmogelijk overzien wat een opsporingsonderzoek betekent en wat het voor praktische consequenties kan hebben voor het leven van hun verwanten. In plaats van het ‘informed consent’ als strohalm te nemen om de privacy van burgers te schenden, dient de overheid, misschien juist in deze tijden, de burger tegen zichzelf te beschermen.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.