Opinie

Mythes over het Texelse slagveld

Michel Krielaars

Michel Krielaars

Op Texel staar ik vanaf het kerkje in Den Hoorn over de polder en stel ik me voor hoe het er hier aan toe ging tijdens de mislukte opstand van de Georgiërs, in april en mei 1945. Alle boerderijen waren toen door de Duitsers in brand gestoken om de rebellen uit hun schuilplaatsen te verdrijven. Zelf durfden ze er niet binnen te gaan, zo bang waren ze voor de 800 Georgiërs, die aan het begin van hun muiterij, in de nacht van 6 op 7 april, zo’n 400 Duitsers uit hun bataljon in hun slaap de keel hadden doorgesneden.

Terwijl de oorlog op het vasteland bijna voorbij was, zou die op Texel nog tot 20 mei duren, twee weken na de bevrijding van de rest van Nederland. De opstand veranderde het rustige eiland in een hel. Wekenlang bestookte Duitse artillerie vanuit Den Helder willekeurig de dorpen op het eiland, waarbij 79 Texelaars omkwamen. Vanaf het vasteland werden troepen naar het eiland gestuurd om de opstand de kop in te drukken. Tien Texelaars zouden daarbij worden gefusilleerd.

Ik lees erover in het onlangs verschenen Opstand van de Georgiërs op Texel. Het laatste slagveld van Nederland van de Amerikaan Eric Lee. In zijn boek laat hij zien dat de historische werkelijkheid altijd ingewikkelder is dan je op het eerste gezicht denkt en rekent hij af met allerlei mythes. Zo werden in Sovjetspeelfilms de Georgiërs als heldhaftige, communistische krijgsgevangenen neergezet, terwijl ze in werkelijkheid als uitgehongerde krijgsgevangenen door de Wehrmacht waren geronseld om tegen de Sovjet-Unie te vechten. Daarom noemde Stalin hen landverraders, die de doodstraf verdienden.

Tot aan D-Day waren de Georgiërs loyale Wehrmachtsoldaten. Maar toen de Duitse legers aan de verliezende hand waren, besloten ze zich tegen hen te keren. De angst om na de geallieerde overwinning naar de Sovjet-Unie teruggestuurd te worden, zoals door de bondgenoten onderling was afgesproken, speelde daarbij een grote rol. Door te muiten wilden ze alsnog hun ‘trouw’ aan Stalin betuigen in de hoop aan de doodstraf te kunnen ontsnappen.

Een andere mythe werd gevoed door de Georgische president Saakasjvili, die tijdens een privébezoek aan Texel in 2005 de muiters in een persverklaring helden noemde die zowel onder de nazi’s als onder Stalin hadden geleden. Daardoor veranderden ze van Duitse hulptroepen in Georgische patriotten.

De CPN probeerde eveneens na de oorlog te profiteren van de door haar aangemoedigde opstand door die van een communistisch tintje te voorzien, ook al waren slechts enkele opstandelingen stalinisten. Op zo’n manier wilde de CPN haar neutrale positie in het eerste bezettingsjaar verdoezelen, toen ze zich nog schikte naar het Molotov-Ribbentroppact dat Stalin tot juni 1941 bondgenoot van Hitler maakte.

Op de Georgische erebegraafplaats merk ik hoe hardnekkig die mythes zijn. Onder twaalf rijen rozenstruiken liggen de bijna vijfhonderd omgekomen muiters in naamloze graven. Nergens wordt vermeld dat er aanvankelijk alleen plaats was voor de 187 gesneuvelden, maar niet voor hen die zich hadden overgegeven en waren gefusilleerd. Op een plaquette lees ik in het Russisch: ‘Aan de gesneuvelde soldaten en sovjetbroeders, van de deelnemers aan de Texelse opstand, 1966, Georgische SSR’. Dat in 2011 nog 40 procent van de Texelaars moeite had met de jaarlijkse herdenking van de opstand die hun familieleden in een catastrofe stortte, wordt op dit ereveld verzwegen.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.