Opinie

Magere score bij Sneijder

Frits Abrahams

Jaren geleden kwam ik na een voorstelling in een theater toevallig in contact met Sjaak Swart, de voetballer. Er ontspon zich een gesprek over, jazeker, voetbal en op zeker moment rees de vraag: wie is de beste van de twee, Rafael van der Vaart of Wesley Sneijder? Van der Vaart, wist Swart heel zeker. Sneijder, bleef ik volhouden.

Wie had gelijk? Achteraf kun je vaststellen dat Sneijder meer heeft bereikt dan Van der Vaart, maar dat wil nog niet zeggen dat hij ook beter was. Als bij zoveel keuzes is ook dit een kwestie van smaak. Ik vond Sneijder een dynamischer en in aanvallend opzicht gevaarlijker middenvelder dan Van der Vaart. Voor mij was een Sneijder-op-z’n-best van wereldklasse, Van der Vaart hooguit van Europese klasse.

Favoriete voetballers, ik heb dat nu ook weer met Frenkie de Jong, blijf je volgen. Ze blijven nooit lang in Nederland, maar je houdt toch in de gaten hoe ze zich in het buitenland ontwikkelen. Maken ze hun belofte waar? Hoe loopt het met hen af? En tenslotte: hoe kijken ze zelf terug?

Daarom kon ik het niet laten Sneijder te kopen, de biografie die Kees Jansma onlangs publiceerde. Op boekengebied niet de verstandigste aankoop van mijn leven, want het is een teleurstellend boek. Dat ligt eerder aan Sneijder zelf dan aan Jansma. Sneijder is geen man van introspectie, hij is een rusteloze doener, die niet graag terugkijkt, en al helemaal niet op de mindere perioden in zijn carrière.

Jansma laat herhaaldelijk blijken hoe hij moest worstelen om interessante herinneringen aan Sneijder te ontfutselen. „Een ras-optimist, altijd”, noemt Jansma hem, „die hooguit toegeeft weleens in de spiegel te kijken, maar zelden zegt wat hij dan ziet.”

Wat mij in dit boek opviel, was het gebrek aan zelfdiscipline bij Sneijder tijdens zijn carrière. Insiders, misschien ook voetbaljournalisten, moeten dat geweten hebben, maar er werd weinig over gesproken en geschreven. Hoewel hij geen details wil geven, is er in dit boek vaak sprake van drank & dames, al meteen bij zijn eerste buitenlandse club, Real Madrid, waar hij ook zal mislukken. Maar José Mourinho, in Nederland een veelgesmade trainer, krijgt bij Internazionale greep op hem en stuwt hem, evenals later Louis van Gaal, naar grote hoogte.

Sneijder heeft aan de top veel meegemaakt, maar wat hij erover kan of wil vertellen is mager. Het meest saillant is de heibel tussen Mark van Bommel en Klaas-Jan Huntelaar tijdens het EK in 2012. „Die waren doorlopend aan het zeiken tegen elkaar. Voor trainingen, na besprekingen, stekelige opmerkingen en hatelijkheden.” Tijdens een ontbijt vlogen ze elkaar aan. Er ontstond ook nog een kamp-Van Persie contra een kamp-Huntelaar, waarna dit EK voor Nederland een sof werd, zonder dat de kijkers thuis ook maar enig idee hadden wat er aan de hand was.

Ook pikant is de onthulling over het vele pokeren bij ‘Oranje’. Patrick Kluivert, toen nota bene assistent-bondscoach, bouwde bij Sneijder een schuld van 30.000 euro op. „Die heb ik hem kwijtgescholden en ik heb hierover nooit de pers gezocht.”

Sneijder zag zijn huwelijk met Yolanthe Cabau mislukken, maar hij hoopt – en smeekt er in dit boek bijna om – nog steeds op haar terugkeer. Misschien heeft zij goede redenen om zich te gedragen als de onverbiddelijkste coach van zijn leven.