Lees en kijk over je schouder

Iedereen leest Wekelijks schrijft NRC over de populairste boeken van dit moment. Deze week: de bundel Als het bloedt van Stephen King, waar enorm van valt te genieten.

Als er íemand thuis hoort in een rubriek die ‘Iedereen leest’ heet dan is het Stephen King. Want iedereen leest hem, nu ja, bijna iedereen. En wie hem niet leest, bekijkt hem, tientallen films en tv-series zijn op zijn verhalen gebaseerd. Hij is bekend om zijn horror, maar de psychologische thriller beheerst hij even goed. Lees Dolores Claiborne (1992) of bekijk de verfilming (echt doen, hoor) – huiver en ervaar tegelijk Kings gevoel voor de broosheid van het bestaan. Dolores vond ik lang zijn beste personage, maar sinds 2014 gaat mijn voorkeur uit naar de verzenuwde Holly Gibney. Ook King houdt van haar, ze ontwikkelde zich vanuit een bijrol in Mr. Mercedes, bleef opduiken in de vervolgromans. En in Kings nieuwe boek, Als het bloedt keert ze terug, nu als onafhankelijke privé-detective.

Als het bloedt is een bundel met drie novelles en een korte roman. De novelles zijn luchtig, hun horror is mild, ook al is er sprake van berichten uit het hiernamaals of stalking uit het ongerijmde. King is weer lekker bezig met de menselijke zwakheden, of hij nu het einde van de wereld inluidt (‘Het leven van Chuck’), een man in midlifecrisis laat spartelen (‘Rat’), of een jongen sms-jes uit het graf laat ontvangen (‘De telefoon van meneer Harrigan’). De verhalen liggen wat voor de hand. Niettemin valt er enorm te genieten, bijvoorbeeld van de achteloze gesprekken waar King zo goed in is en die Annemarie Lodewijk mooi vertaalde. Ze laat de cadans van Kings spreektaal heel, terwijl ze voorkomt dat het Amerikaans storend resoneert in het Nederlands. Kwebbeldekwebbel – het is of je zit af te luisteren en ondertussen slaat de beklemming toe.

King is een angstvirtuoos, hij kan me werkelijk bang maken

Het hart van de bundel is een gelaagde korte roman over een zaak van Holly Gibney. Heel anders dan de novelles, want grootsteeds, modern en hardvochtig. Holly is onbesuisd en benauwd tegelijk, een getraumatiseerde controlfreak die geneigd is om het ongelooflijke te geloven. Verslingerd aan B-films, sitcoms en pulpnieuws, waar ze zich voor schaamt maar juist dáár gaat belangrijke informatie schuil.

De hele boel speelt zich af in december 2020 – dus het vertelde moet nog gebeuren. Dat maakt dat dit een vliedende roman is, hij is in ontwikkeling, hij zal immers worden ingehaald door de tijd. Wie hem volgend jaar leest, leest iets in het verleden. Lees hem nu en je kijkt over je schouder, want stel dat dit allemaal waar is…

King is een angstvirtuoos, hij kan me werkelijk bang maken, soms las ik een boek van hem nooit uit – te eng. Zo ver gaat het hier niet. Wel belandt het verhaal via sensationele uitstelmanoeuvres onverbiddelijk in de situatie waar een bovennatuurlijke seriemoordenaar en het menselijk (lees: sterfelijk) genie het tegen elkaar opnemen. Holly had hem door, als enige. Arme Holly. Als zij iets doorheeft, kan ze het niet loslaten, brengt ze zichzelf in levensgevaar en moet ze zien te overleven. Ik wil een eigen serie voor Holly Gibney. Stephen King, hoort u mij?

Reacties: boeken@nrc.nl