‘Je hoeft in Frankrijk bij een begroeting niet meer te kussen, heerlijk’

Met vakantie Coronatijd of niet, een aantal Nederlanders ging al naar het buitenland, voor de massa uit. NRC vroeg lezers naar hun ervaringen. Een bloemlezing van de reacties.

De camping de Zeven Linden in Baarn heeft het sanitair aangepast om te voldoen aan de coronamaatregelen.
De camping de Zeven Linden in Baarn heeft het sanitair aangepast om te voldoen aan de coronamaatregelen. Foto Remko de Waal/ANP

Geen seconde heeft Bernard Tomlow zich er druk over gemaakt of de vakantie naar zijn „geliefde camping” in Saint-Girons Plage wel zou kunnen doorgaan. Hij geniet er met volle teugen, het is net als voorgaande jaren weer fantastisch aan de kust van Zuid-Frankrijk. Want, we zouden het bijna vergeten, ook nu „gaat iedere dag de zon op”. Het grootste verschil met andere jaren: „Wij zijn praktisch de enige buitenlanders op de camping en aan het strand.”

Meerdere lezers bezingen in hun reacties de rust en ruimte door het ontbreken van kuddes toeristen. „Heerlijk” is het, schrijft Tom Gerritsen uit Amersfoort. Hij heeft tijdens zijn reis van tien dagen onder andere Locarno, Bologna, Verona, Napels, Amalfi en Portovenere aangedaan. Nu is tenminste alles „normaal te bezichtigen”, je moet alleen vooraf online je kaartje kopen.

Toscane, Zuid-Frankrijk of toch maar thuisblijven? Renske de greef biedt hulp: De beslisboom voor vakantietwijfelaars

Ook wandelliefhebber Dick Buursink uit Enschede, die tochten aan het maken is in de Pyreneeën, beschrijft een fantastische rust. Zelfs „toeristische hotspots zijn uitzonderlijk stil”. Het voelt alsof hij terug in de tijd is gegaan en in „de zestiger jaren” is beland. „Geen massatoerisme blijkt inderdaad een zegen.”

„De lokale sfeer, taal en gewoontes krijgen meer de ruimte”, schrijft Krijn van Bellen vanaf de Canarische Eilanden. Alles is gemoedelijker, misschien ook wel omdat de toeristen die er wel zijn, „wat ouder” zijn. In doorgaans drukke steden is het eveneens stilletjes, laat Peter Rosendaal vanuit Parijs weten. „In drie dagen geen enkele toerist gezien”, schrijft hij. „Alleen in de spiegel.”

Iedereen is blij dat je er bent

Als de toeristen zich wél aandienen is de lokale bevolking blij ze te zien, schrijft Hans de Weme uit Vogelenzang: „van anti-Nederlandse sentimenten is niets te merken”, schrijft hij. In tegendeel. „Iedereen is blij dat je er bent. De tuinman is zo enthousiast dat we er zijn, hij ziet het als cadeautje dat hij het opgeschoten onkruid niet voor niets maait.”

Bij Tineke Linssen uit Veldhoven is geen tuinman aanwezig bij haar huisje in Préporche, Frankrijk om het gras kort te houden. Zij moest bij aankomst bij haar huis in de Morvan hard werken om het gras dat „schouderhoog” stond te bedwingen. Maar het deert haar niets, ze is blij dat ze er weer kan zijn. De sfeer is er zoals altijd, ondanks wat mondkapjes, „heel gemoedelijk”. Voor haar is het een fijne bijkomstigheid dat je ook in Frankrijk bij het begroeten niet meer hoeft te kussen. „Heerlijk, gewoon hallo zeggen.”

In Estland en Letland wordt feitelijk nergens op gelet

Theo van de Laar

In de horeca daarentegen zijn ze nog niet helemaal gewend aan de nieuwe manier van gedag zeggen. Er wordt vooral „inconsequent omgegaan met al of niet bestaande protocollen”, schrijft Chris Heine vanuit Bayeux in Normandië. „Op de ene plek zijn mondkapjes verplicht, op andere locaties niet.” En daarbij: „anderhalve meter werd 15 centimeter.”

Aan de Cote d’Azur heeft ook Annemiek Wiers uit Emst wat moeite gehad met het horecapersoneel. In een te druk restaurant aan de haven zag ze dat het misging met de mondkapjes van het personeel. „De een droeg hem onder zijn kin, twee anderen onder de neus en er was zelfs iemand die hem op de onderlip droeg”, schrijft ze. „Erg onplezierig!” Ook Theo van de Laar uit Eindhoven schrijft over de mondkapjes, en dan voornamelijk over de afwezigheid daarvan. In Estland en Letland wordt „feitelijk nergens op gelet”, schrijft hij.

Lees ook: Zal dit virus de vakantie voorgoed veranderen?

Er zijn uit de reacties ook positievere berichten over de horeca te destilleren. Peter Rosendaal laat weten dat het niet alleen hem, maar ook zijn Parijse vrienden heeft verbaasd dat in Parijs „zelfs de obers” aardig waren geworden.