Recensie

Recensie Theater

Indrukwekkend krachtspel van mezzo Ekaterina Levental

Muziektheater Het tweeluik ‘La voix humaine en quarantaine’ combineert ‘Spuug’ met ‘La Voix Humaine’. Het toont hoeveel je muziektheatraal kunt zeggen met één vrouw op het podium.

Mezzosopraan Ekaterina Levental in de muziektheaterproductie ‘La voix humaine en quarantaine’.
Mezzosopraan Ekaterina Levental in de muziektheaterproductie ‘La voix humaine en quarantaine’. Majanka Fotografie

Elke tijd genereert zijn eigen verlangens; ook een coronacrisis. De theatermonoloog Spuug van Jibbe Willems bleek eerder in uitvoering door Theater Oostpool al een geweldige vertolking van het klinische heden met z’n reinigingspompjes en 1,5 meter afstand.

Likken willen we! Spugen, bijten, seks met klodders. Een uitstekend idee dus om het tien minuten durende Spuug te koppelen aan die eeuw oudere eenzame-vrouw-klassieker: Cocteaus La Voix Humaine (1928) in de muziektheatrale bewerking voor zang en piano van Poulenc (1958). Samen duren ze precies een uur.

Het tweeluik is een indrukwekkende tour de force van mezzosopraan Ekaterina Levental, die de voorstelling alleen draagt: Poulencs pianopartij (uitstekend gespeeld door Yoram Ish-Hurwitz) is een soundtrack waarmee ze zo nauw interageert dat je een livepianist nergens mist.

Lees ook: ‘Als ik Medtner zing, is het of hij mij beter begrijpt dan ikzelf’

Twee gedaanten

Levental speelt de verlaten vrouw in twee gedaanten: in Willems’ hyperactuele tekst is ze, uitstekend geacteerd, de maîtresse die verbitterd verlangt naar haar minnaar die bij mevrouw thuis op de bank zit („met je schaaltje chips”). In het monodrama van Cocteau/Poulenc spelen telefoonverbindingsproblemen („Allô, allô, chérie où es-tu!?”) de rol van relationele splijtzwammetjes. Is hij nog aan de lijn, of niet? De vrouw is alleen, de man aan de haperende lijn haar stille tegenspeler. Steeds opnieuw flakkeren verlangen, angst en weemoed op.

Regisseur Chris Koolmees actualiseerde de telefoonconversatie treffend tot een Facetimegesprek met slecht netwerk, wat de frustraties van de vrouw maar al te invoelbaar maakt. We zien Leventals expressieve gezicht uitvergroot op scherm, nu eens hysterisch getourmenteerd, dan weer gelift door vergeefse hoop. Die uitersten dragen de voorstelling, en wat geeft Levental er met haar gave mezzo, perfecte dictie en sterke présence indringend stem en gezicht aan.

Poulencs muziek – verrukkelijk typerend alle kanten op modulerend: speels én aangrijpend – komt in de originele pianoversie scherper want intiemer over dan in de orkestversie. De voorstelling zelf is niet opwekkend, de conclusie wel: wat kun je muziektheatraal veel zeggen in één uur, met één vrouw op het podium.