‘Ik heb vanaf dag één geleerd te vechten’

Spitsuur Corona betekende extra drukte voor communicatie-adviseur Jhorna Erkens. Wat haar goed maakt in dat vak, zegt ze, is dat ze als adoptiekind „heel erg” keek naar wat mensen drijft en wat ze verwachten.

Jhorna: „Ik ben als zes maanden oude baby uit Bangladesh naar Nederland gekomen. Mijn adoptievader had een advocatenkantoor in Den Bosch. Vanwege mijn verleden zeg ik altijd: ‘Ik voel me geen Nederlander.’ Want de Nederlander benadrukt altijd dat ik anders ben. Mensen vragen altijd: ‘Oh waar kom jij vandaan?’ Of: ‘Waarom praat jij zo goed Nederlands?’

„Overal zie ik nu ineens BlackoutTuesday-berichten verschijnen op Instagram (een collectieve actie om de protesten tegen racisme te steunen, red.). Dat vind ik soms een beetje schijnheilig. Ik snap dat zo’n issue iedereen even raakt, maar ik denk dat over een half jaar de helft van de wereld hier niet meer bij stilstaat.

„Ik ben een jaar of vier geleden te weten gekomen dat ik naar Nederland ben gekomen via een man die kinderen heeft weggehaald uit vluchtelingenkampen. Hij zei tegen hun moeders: geef me je kind maar mee, ik heb nog een aantal weeshuizen. Daar krijgen ze eten, kleding, een opleiding. Als je zelf in een betere leefsituatie zit, mag je haar weer ophalen en je kunt je kind hier altijd komen bezoeken. Tegen de tijd dat ze daar een keer kwamen, waren de kinderen al lang weg.

„Mij was altijd verteld dat ik te vondeling was gelegd. Dat heeft mij altijd het gevoel gegeven dat ik misschien niet goed genoeg was. Ik moest van mezelf altijd heel erg mijn best doen, omdat ik als kind het gevoel had dat ze me anders nog eens weg zouden kunnen doen. Toen ik dit verhaal hoorde, was dat ergens ook wel een geruststelling. Misschien is er ook wel iemand die mij haar hele leven heel erg gemist heeft en naar mij heeft gezocht.”

„Mijn adoptie heeft absoluut veel impact gehad. Ik schrijf al negentien jaar columns over adoptie in een adoptietijdschrift. Ik kon bijvoorbeeld eigenlijk helemaal niet trouwen in Nederland, omdat ik daarvoor niet de juiste papieren heb. Ik was het eerste of tweede donkere kindje op een katholieke basisschool in een Brabants dorpje – dat is ook niet altijd leuk geweest.

Zelf oplossen

Jhorna: „Mijn moeder vertelde me ooit dat ik een maand lang niet naar school wilde. Ik was heel introvert, wilde alles zelf oplossen. Pas na een maand vertelde ik dat een kindje op school tegen me had gezegd: ‘Jij mag niet aan mij komen want jij bent vies, zegt mijn mama.’ Na het eten deden we met de kinderen uit de buurt veel spelletjes op straat: hockey, voetbal. Als het ging regenen, schuilden we soms met zijn allen in een garage. Er waren een paar huizen waar ik niet welkom was.

„Ik heb vanaf dag één geleerd te vechten, door te zetten, voor mezelf te zorgen. Als kind keek ik al heel erg naar mensen om me heen: wat verwacht jij van mij? Wat drijft jou? Hoe kan ik daarop aanhaken? Dat draagt er ook aan bij dat ik nu een goede communicatieadviseur ben.”

„Als teamleider van de afdeling crisiscommunicatie kwam er in de coronacrisis heel veel op me af. Ik ben zelf meteen bijgesprongen bij de Ambulancedienst Brabant. De richtlijnen veranderden toen per uur. Ik keek naar hoe dat gecommuniceerd werd – zowel intern, naar de medewerkers, als extern, naar de pers.

„Er was bijvoorbeeld niet meteen één richtlijn: bij het ene ziekenhuis mocht familie wel mee in de ambulance en bij het andere niet. Ik zette een structuur op zodat die telkens veranderende berichten snel hun weg konden vinden in de organisatie. Mensen die in een ambulance rijden, zitten niet continu achter hun laptop.

„De hele coronaperiode lang heb ik keihard doorgewerkt. Ik werkte al fulltime. Wel begin ik vaak pas rond half tien. Meestal neem ik een bak yoghurt mee van huis of ik maak wat fruit klaar. Als collega’s rond tien uur een afspraak met me hebben, weten ze dat ik nog even moet ontbijten.

„Ik heb ’s ochtends wat meer tijd nodig, omdat ik lang met gips heb rondgelopen. Vorig jaar ben ik van de trap gevallen – ook nog vlak voordat ik met vakantie ging. Ik zag mijn kinderen kijken: ‘Oh nee!’ Dus heb ik gezegd: ‘IJs-pack eromheen en gaan.’ Op de cruisecontrol ben ik naar Schiphol gereden. Ik wilde naar de Eerste Hulp, maar als je daarheen gaat, mag je niet meer inchecken. Lang verhaal kort: ik heb tien maanden doorgelopen met twee afgescheurde enkelbanden.

„Lang konden mijn beenspieren het opvangen, ik heb mijn hele leven aan ballet gedaan. Tot mijn drieënveertigste stond ik twee keer per week in de balletzaal. Ik heb zelfs in mijn jeugd nog op het punt gestaan te kiezen voor een balletopleiding.

„In augustus ben ik geopereerd. Ik kreeg complicaties en moet nog een keer onder het mes, maar dat is uitgesteld vanwege corona. Ik experimenteer nu met balletoefeningen op een bal: progressive ballet techniques. Tijdens corona heb ik oefeningen gedaan met mijn dochter in de huiskamer.”

Mee naar kantoor

Jhorna: „Mijn werk is iedere dag anders. Ik heb altijd wel wat te overleggen. Soms intern met de twee teams die ik aanstuur, soms met de partners van het bureau of de raad van advies, regelmatig met opdrachtgevers. Mijn dochter studeert nu communicatie. We hebben dezelfde interesses. Af en toe gaat ze een dagje mee naar kantoor.

„Meestal ben ik tussen zeven en half acht thuis, dan rijd ik altijd meteen door naar de supermarkt. Daarna is het koken, eten. Na het eten ruim ik de keuken op, zet ik de wasmachine aan en kijk ik nog een serietje met de kinderen. Ik loop nog een keer met de hond en dan ga ik naar bed.

„Als Den Bosch in Oeteldonk verandert, is het hier een week lang feest. Er liggen dan overal matrasjes van vrienden van mijn kinderen. Pannen staan de hele dag te pruttelen op het fornuis. Iedereen die binnenkomt, eet iets en gaat weer. Het is ons jaarlijkse ritueel. Dit jaar ben ik zonder krukken gegaan, puur op wilskracht.”

In Spitsuur vertellen stellen en singles hoe zij werk en privé combineren. Meedoen? Mail naar werk@nrc.nl