Opinie

Goede afspiegeling op de lijst is aan politieke partijen

Hervorming kiesstelsel

Commentaar

De afgelopen decennia was staatkundige vernieuwing vooral een veelbesproken onderwerp, zonder dat het tot concrete actie leidde. Het is daarom goed om te zien dat het kabinet een aantal aanbevelingen overneemt van de staatscommissie parlementaire stelsel, die anderhalf jaar geleden met haar rapport kwam. De roep om meer vormen van directe democratie is immers niet verstild.

Lees ook over de voorstellen: Tweede Kamerleden kunnen hun plek meer zelf gaan verdienen

Het meest in het oog springend, hoewel niet een nieuw idee, is het voorstel om het kiesstelsel aan te passen. Nu stemt de kiezer nog op een persoon. En ondanks het feit dat redelijk veel kiezers een voorkeurstem uitbrengen – bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2017 ging het om ruim 26 procent van het totaal aantal stemmen – wordt die alleen verkozen als hij minstens een kwart van de kiesdeler behaalt. Voorkeurstemmen leiden daardoor zelden tot veranderingen in de samenstelling van de volksvertegenwoordiging.

Maar straks kan de kiezer of op een lijst als geheel stemmen, of de strakke, door een partij bepaalde, volgorde van een lijst doorbreken. Dat heeft als voordeel dat hij directe invloed krijgt op wie er namens hem in de Tweede Kamer, Provinciale Staten of gemeenteraad komen. Dat hij zich zal moeten afvragen door wie hij vertegenwoordigd wil worden, wat kiezersbinding kan vergroten. En het dwingt kandidaat-volksvertegenwoordigers zich bekend te maken.

Het tegenargument is dat zij campagne moeten gaan voeren. Niet alleen voor de partij, zij zullen zélf moeten opvallen bij de kiezer. Hopelijk met argumenten, in het slechtste geval met BN’er-gedrag. Dat zou hijgerigheid kunnen veroorzaken en hardwerkende backbenchers op achterstand kunnen zetten ten opzichte van mediagenieke campaigners. Al draaien politieke campagnes al decennia nadrukkelijker om personen dan inhoud. Zie ook de lopende lijsttrekkersverkiezingen bij CDA en D66.

Partijen raken bij dit voorstel inderdaad gedeeltelijk hun regie kwijt. Zorgvuldig samengestelde lijsten waarop de verhouding man-vrouw in balans is en allerlei achtergronden, expertises en regio’s zijn vertegenwoordigd, kunnen door de kiezer in de war worden geschopt.

Alleen: bij de vorige Tweede Kamerverkiezingen zetten partijen vooral hoogopgeleide, randstedelijke, politiek ervaren mannen op hun lijsten. Dat het parlement daarom bestaat uit 101 mannen op 150 Kamerleden, er geen zwarte politici zijn en 95 procent van de parlementariërs hoogopgeleid is – terwijl dat voor de totale bevolking voor slechts 29 procent geldt – is dan niet verwonderlijk.

Gebrek aan afspiegeling vergroot de afstand tussen kiezer en gekozenen. De staatscommissie stelde vast: „Publieke besluitvorming correspondeert niet altijd met de opvattingen van aanzienlijke groepen kiezers, met name lager opgeleiden.” Dat geldt bijvoorbeeld voor „gezichtsbepalende onderwerpen” als Europese integratie en migratie. Het leidt ertoe dat burgers „dreigen af te haken op de politiek of al afgehaakt zijn”.

Een keuze tussen volksvertegenwoordigingen vol grijze muizen of vol opwindmuizen is daarom een valse. Partijen doen er goed aan hun lijsten zó samen te stellen dat die een afspiegeling zijn van de wens van hun electoraat, waardoor de kiezer de volgorde niet zal betwisten en op een lijst zal stemmen. Dat vergt alleen wel wat van politieke partijen.