Opinie

Fascistisch vlaggengezwaai

De authenticiteit van de Olympische Spelen wordt bedreigd omdat de deelname van atleten die voor een land uitkomen waar ze niet geboren zijn, hand over hand toeneemt. Een populaire gedachte die nergens op slaat, zo ontdekte Joost Jansen, die 18 juni zijn proefschrift verdedigde over de vraag wie in de sport een natie mag vertegenwoordigen. Jansen kan iedereen geruststellen: migratie is ook in de sport van alle tijden. In de Griekse oudheid wisselden atleten al van stadstaten. In 1948 besloegen de ontwortelde atleten 7 procent van het totaal, nu 9 procent. Wat toeneemt is het gezever.

Detail dat Jansen tegenkwam: een zwarte atleet die voor een land uitkomt waar hij niet geboren is, roept meer discussie op dan een witte atleet die in Duitsland is geboren en voor Groot-Brittannië uitkomt. Sifan Hassan kan dus meer nationalistisch gezeur verwachten dan Mathieu van der Poel, een in België opgegroeide Vlaming.

Bij Jort Kelder liet Jansen zijn pitch horen. Hij zei dat het onmogelijk is om vast te stellen wat bepaalt of je bij een land hoort. Daar bestaan talloze verschillende en veranderende opvattingen over. Als meervoudig migrant zat ik driftig te knikken, helemaal toen hij afsloot met: „Daarom wil ik terug naar een van de uitgangspunten van het Olympisch Comité: de Olympische Spelen zijn geen competitie tussen landen, maar tussen atleten.”

Tijdens het interviewgedeelte zei Jansen: „Er is een hele hoop fascistisch vlagvertoon gaande in de Olympische Spelen en ik denk dat het de aandacht weghaalt van waar het eigenlijk om draait.”

Jort: „Als een atleet een medaille wint en de Nederlandse taal niet spreekt, voel ik me als Nederlander niet helemaal vertegenwoordigd daardoor of zeg ik nu iets …?”

Ja, Jort, je zegt iets. De spiksplinternieuwe doctor staat je net uit te leggen dat het vlaggengezwaai afleidt, dat geldt ook als jouw snufferd op die vlag staat. De sporter vertegenwoordigt niet, hij sport. Jansen legde het geduldiger uit: „Wat mij betreft zijn de Olympische Spelen geen festijn van nationalisme, maar meer een competitie tussen getalenteerde atleten die met elkaar de strijd aangaan.”

Hulde, applaus. Joost Jansen, de verlosser. Als een ding mij ergert aan topsport, is dat het nationalistisch borstgeklop waar ik voor ik het weet nog aan meedoe ook. Laatst schreef ik hier dat nationalisme in de sport voor Nederland vooral in de Formule 1 een strop is, omdat je dan voor team Verstappen moet zijn terwijl ik, als het dan toch moet, liever voor team Hamilton ben. Zelden zoveel haatberichten gekregen. Nu heeft Lewis Hamilton ook nog een mooie nieuwe zwarte auto als eerbetoon aan de Black Lives Matter-beweging. Niet voor naties racen, maar voor ideeën, dat is alvast beter. Dat er een piepklein foutje in de motor zit, wil ik dan wel door de vingers zien.

Over Formule 1 gesproken, zondag beginnen ze weer, nu zonder het onderdeel waarin je je kind mag meenemen om hem in te wrijven hoe je puur voor de lol de planeet voor hem verstiert, want ze rijden zonder publiek. Voordeel is dat het nationalistisch vlaggengezwaai er dan ook niet is.

Carolina Trujillo is schrijfster.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.