Opinie

De prijs van vier kopjes koffie, dottore Rutte

In Europa

Uit het voorstel van de Europese Commissie over het corona-herstelfonds blijkt dat Nederland, op grond van de impact van de coronacrisis, 6,2 miljard euro aan extra subsidies zou krijgen. Zo staat het op de site van de Commissie. Op grond van bbp en inwonertal zou Nederland eigenlijk 13,2 miljard moeten krijgen. Het verschil (13,2 miljard min 6,2 miljard) is 7 miljard. Dat kun je zien als de Nederlandse investering in ‘Europese solidariteit’. Dat klinkt enorm. Maar de terugbetalingsperiode voor die 7 miljard is vastgesteld op dertig jaar: van 2028 tot 2058. Dat is 233.333.333 euro per jaar. Als je dat deelt door 17.282 miljoen inwoners, kom je uit op 13,47 euro per inwoner per jaar. Met een inflatiecorrectie van 1,4 procent is dat 9,54 euro de man.

Dat is evenveel als „de prijs van vier kopjes koffie” per jaar, concludeerde laatst een artikel op de opiniepagina van de Belgische krant De Standaard. Vanwege de prijs van vier kopjes koffie per persoon zit politiek Nederland nu hoog in de gordijnen en dreigt het de Europese Unie in een diepe crisis te storten.

Volgens het artikel, waar onder meer voormalig Europees president Herman van Rompuy zijn naam onder zette, is „de voorstelling dat er gigantische stromen gratis geld aan het Zuiden gedoneerd zullen worden, simpelweg fout.” Niet alleen zou Nederland relatief meer Europese coronasubsidie krijgen dan Duitsland, Denemarken of Ierland, die minder hard geraakt zijn in deze crisis. Maar als je kijkt naar andere nettobetalers aan de EU – Frankrijk, Duitsland en België –, zie je dat de ophef die er in Nederland over is, daar uitblijft. Politici die masterclasses ‘belastingontduiking in Italië’ geven, heb je daar evenmin.

Natuurlijk is het corona-herstelplan ontworpen voor Italië. De Italiaanse staatsschuld was vóór corona al torenhoog. Door extra uitgaven van de staat, en doordat de economie een mokerslag heeft gekregen, gaat die schuld binnenkort exploderen tot een onhoudbaar niveau. Iedereen weet dat. Maar tot nu toe houden de financiële markten zich koest. Geen wonder. De Europese Centrale Bank, die in de eurocrisis pas na 2,5 jaar echt in actie kwam (met Draghi’s „Whatever it takes” in 2012), ging er ditmaal meteen voorliggen. De Commissie versoepelde de staatssteunregels en schortte de strenge regels over begrotingstekort en staatsschuld direct op. En Merkel en Macron kwamen langszij met het coronaherstelfonds, dat de Commissie nu heeft uitgewerkt. Het idee erachter was simpel: investeerders zullen Italië niet aanvallen, als ze weten dat ze het met heel Europa aan de stok krijgen.

Premier Rutte – „Il dottore Strarigore” – verklaarde gisteren in Corriere della Sera dat hij nog altijd voor „100 procent leningen” gaat. En dat Italië „moet leren zichzelf overeind te houden”. Hij noemde dat „solidariteit”. Maar helaas, investeerders hanteren een andere definitie. En diegenen die niet tot de vrekkige vier behoren (ruim 90 procent van Europa) eveneens. Als de rest van Europa Italië niet beschermt, al kost het maar vier kopjes koffie, maken de markten Italië kapot. En de eurozone erbij, plus een groot deel van de interne markt of wat daar dan nog van over is. De EU en de eurozone leunen op Italië.

Natuurlijk mogen we Italië vragen het geld verantwoord te besteden, en eindelijk te hervormen. Dat betwist niemand.

Als regeringsleiders in juli geen akkoord bereiken, schieten ze zichzelf in de voet. Uitstel, tijd rekken, is geen optie. Dat is dé les van de eurocrisis. Als we eerder een noodfonds hadden gehad, hadden Ierland en Portugal er niet eens gebruik van hoeven maken. Nu, tijdens de endgame, is zulk getalm fataal.

Angela Merkel, de eeuwige treuzelaar, begrijpt dat eindelijk. Nu Rutte nog.

Caroline de Gruyter schrijft wekelijks over politiek en Europa.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.