Recensie

Recensie Boeken

Een dikke, volkse en geestige roman

Patrick Bassant De nieuwe roman van Patrick Bassant, De vlinder in de inktpot, gaat over de Spaanse burgeroorlog en is dik, volks en geestig. (●●●●)

Illustratie: Paul van der Steen

Boeken over de Spaanse Burgeroorlog (1936-1939) zijn soms ondoordringbaar als een braamstruik. Dat heeft te maken met al die belanghebbenden die aan de strijd deelnamen. Je had de conservatieven, je had de monarchisten, de anarchisten, die je dan weer niet moest verwarren met de anarcho-syndicalisten, je had de alfonsisten, de carlisten en falangisten, je had vrijwilligers uit allerlei landen die als strooigoed over de kaart waren verspreid, er waren de Sovjet-spionnen, je had laffe Duitsers in vliegtuigen en bijna allemaal gingen ze, alsof het allemaal nog niet ingewikkeld genoeg was zo, schuil achter kapitale afkortingen als CNT, FAI en CEDA en POUM. Je moet elke keer opzoeken wie wie ook alweer was.

Je vraagt je erbij af hoe het toch mogelijk was om als doodgewone soldaat de goeien te onderscheiden van de mensen die in jouw ogen tot de slechten behoorden. Want je bevond je niet alleen in een potpourri aan ideologieën, er liepen dus ook allerlei anderstaligen rond. Of anders gezegd: kon een uit, ik noem maar wat, Nederland ingescheepte, ongeschoolde arbeider, wel verstaan wat die eveneens communistisch gezinde, maar Roemeense gezaghebber van hem vroeg? Laat staan in het heetst van de strijd?

De term ‘fog of war’, oftewel het voor de oorlogsparticipanten zo moeizaam te analyseren strijdtoneel, is voor de Spaanse Burgeroorlog dus zeker op z’n plaats. En het zal één van de vonken zijn geweest voor De vlinder in de inktpot, Patrick Bassants tweede, fikse roman.

Bezopen schrijver

De twee grote hoofdrolspelers worden volop blootgesteld aan de ondoorgrondelijkheid van een situatie waar ze juist zo geëngageerd in stapten. Er zijn misverstanden, mensen worden niet goed verstaan, er zijn dialecten en achterhoede-gevechten, er is te veel gedronken, er is de ver- en afleiding van het vlees, er zijn door te geven boodschappen die zo lang zijn dat ze niet onthouden kunnen worden: Bassant heeft allerlei manieren gevonden om duidelijk te maken dat Pit (een Nederlandse communist) en Johan Brouwer (een intellectueel die echt bestaan heeft en die ook voor de Nieuwe Rotterdamsche Courant verslag deed van de Spaanse Burgeroorlog) voortdurend in troebel water zwemmen met hun bril nog op de kade.

De vlinder in de inktpot is in veel opzichten een heel andere roman dan Bassants debuut, het al in 2012 verschenen Joy. Dat was dun, arty en vilein, waar dit is dik, volks en geestig is. Maar overeenkomsten zijn er ook. Zo valt Bassant opnieuw terug op het gebruik van buitenissig taalgebruik: grossierde hij in Joy in moderne woorden als ‘poenie’, ‘bana’ en ‘lossoe’, nu werkt hij met een lingo dat eveneens ‘van de straat’ is, maar dan van de jaren dertig van de vorige eeuw. Het kenmerkt de investering die hij voor deze roman deed, zoals ook de waslijst aan geraadpleegde literatuur achterin laat zien. Wegwezen, daar komen de ‘kaasjagers’ aan, dan wel ‘klabakken’ die helemaal naar Parijs zijn gekomen (waar Pit een tussenstop maakt) om er te ‘spinzen’. Bijna over the top, maar dus niet helemaal, wordt het met de weergave van Ernest Hemingway, de Amerikaanse schrijver die ook in de oorlog rondloopt en die in Bassants vingers een bezopen, protserige pad is die zich bedient van een Kapitein Haddockiaans vocabulaire: ‘Goeiemegranes! Een aanslag op het vrije woord! Vuile Moorse stuipenkoppen, achterlijke rechtse galftrekkers! Ze vrezen mijn speech, die katholieke ongeletterde smeerotsers. Goskrommeneie, zo denken ze dus met me om te gaan. Ongeletterde bokkenezen! Ik zal ze de flanken smeren, de laffe kapitalistische kaffers!’

Lees ook de recensie van Joy: Joy wat haar bestemming is: een leven in de schijnwerpers

Hemingway, die consequent heel masculien ‘Hem’ wordt genoemd, is maar één van de vele cultuurdragers die in de roman worden opgevoerd. Malraux, Gide, John Dos Passos, Robert Capa, Jef Last, Menno ter Braak, ze worden allemaal genoemd of komen ook echt ten tonele, waarmee Bassant het (toch voornamelijk potsierlijke) cultuurkorstje rondom deze oorlog lijkt te willen tonen. Men theoretiseert er duchtig op los, zittend aan de tafels in het welbekende Madrileense Hotel Florida, meningsverschillen uitvechtend, altijd met de fles binnen handbereik. Je kunt hier natuurlijk weemoedig over zeggen dat ‘de’ schrijver of intellectueel er een eeuw geleden nog toe deed qua publiek debat, maar dat is toch niet hoe Bassant deze taferelen kadreert.

Celebrity’s

Veeleer is het zijn opzet om te benadrukken hoe raar het eigenlijk is dat deze figuren van allure de boventoon voeren in boeken over historische voorvallen, als streakers op een tennisveld. Je ziet door de celebrity’s de wereldbrand niet meer.

Dit is vooral een roman – en ook hierin is er gelijkenis met Joy – over retoriek, over de toe-eigening van een, hier grimmige, realiteit voor dramatische doeleinden. De grommende beer Hemingway is daar het meest expliciete voorbeeld van (‘En weet je, je moet een goed verhaal nooit laten dwarsbomen door de waarheid’), maar feitelijk laat bijna niemand zich onbetuigd, om het eenvoudige feit dat de verhalen over of films en foto’s van de oorlog bij het thuisfront anders geen enkele indruk zullen maken. Chargeren dus maar, hopelijk voor de goede zaak, maar stiekem toch vooral voor de eigen status.

Hier en daar is het wat looiig en had Bassant wel wat minder vlijtig mogen zijn om zoveel mogelijk theoretische twistpunten in de tekst op te nemen. Maar in verreweg het grootste deel van het proza toont hij een intelligente subtiliteit die niet alleen tot grinniken stemt, maar die ook herhaaldelijk onze moderne tijd lijkt te resoneren. Zo heeft De vlinder in de inktpot de schwung en het lichtzinnige van een avonturenroman, maar laat hij je evengoed nadenken over de magnetiserende uitwerking van geweld op mannen, over het effect van techniek en over de consequentie van het besluit om politiek partijdig te ‘worden’, namelijk: het is het moment waarop het nadenken stopt.