Opinie

Anderszins

Christiaan Weijts

Eén juli was de dag waarop alles weer mocht wat Jaap van Dissel verboden had. Ik sprong meteen in de trein naar Amsterdam. „Daarnaast moet de mondkap ook óver de neus”, klonk het uit de intercom. „Constateer ik anderszins, dan levert dat 95 euro boete op. En dat is nog exclusief de administratiekosten.”

De conducteur had er ook zin in. Om mij heen constateerde ik veel anderszins. Lapjes op kinnen, ontblote neuzen, kapjes bungelend aan één oor. Alleen als de conducteur langskwam op zijn inspectieronde schoten de maskers in de voorgeschreven houding. Als handen boven de lakens in een jongensslaapzaal. Zodra de tussendeur sissend dichtviel, haalde iedereen weer adem.

De meeste mensen deugen, maar de absurditeit van die niet-medische kapjes is hun ook genoegzaam bekend. Volgens Van Dissel houden ze 5 tot 10 procent van de besmetting tegen. Roken, eten, drinken en ander kapjesmisbruik verhoogt juist het risico.

Ik constateerde veel misbruik, maar anders dan een bloemrijk bemondkapte wagongenote voelde ik niet de aandrang om dat stiekem vast te leggen met mijn mobieltje. In Weesp was een vrouw de trein uitgezet omdat ze zonder mondkapje sap had gedronken. Ze had haar ruzie met de conducteur gefilmd, het ging viraal, en na drie keer kijken weet ik nog steeds niet wie van hen tweeën ik het meest weerzinwekkend vind.

Is dit de nieuwe teneur? Elkaar filmen, schuldigen aanwijzen. Met opgetrokken mobieltjes wachten tot iemand in de fout gaat. De conducteur was in een regels-zijn-regels-kramp geschoten, zoals meer handhavers tegenwoordig. Door de absurditeit van de regels kunnen ze die niet langer ‘naar de geest’ interpreteren. Ze klampen zich dus vast aan de letter. Aan protocollen. Aan reglementen.

Geen kleinkinderen knuffelen, wel naar de hoeren. De ongerijmdheid van de regels maakt dat de ene helft ze losjes bruuskeert, en de andere helft ze juist krampachtig in acht neemt. Allebei trekken ze dreigend hun telefoontjes en houden ze elkaar onder schot. Alleen samen krijgen we corona onder controle. Dat samengevoel lijkt uitsluitend te leven in reclamefilmpjes en overheidscampagnes, als wensdroom.

Aan mijn treinraam hingen de groene zitplaatsstickers nog, al waren die nu dus ongeldig. Ze zijn zoiets als de gele strepen en voetafdrukken en V-tekens die ik langs de Amsterdamse grachten aantref, en die iedereen even stug negeert als de handgelpompjes. Het is er nog, maar doet niets meer, zoals schietgaten in oude vestingmuren. Dood weermiddel.

Geen enkel terras of café waagt zich nog aan een ‘intake’-gesprek. Je kunt overal vrijuit neerploffen, aanschuiven, binnenvallen en anderszins, schandalig veel anderszins. Maar één activiteit kun je hier boven alles naar hartenlust verrichten: foto’s maken van al die anderhalvemeterzondaars.

Christiaan Weijts schrijft op deze plek iedere vrijdag een column.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.