Amerikaanse ‘aardgaskampioen’ en ‘schaliepionier’ door crisis ten onder – wie volgt?

Chesapeake De coronacrisis en lage olie- en gasprijzen brachten een pionier in de Amerikaanse schalierevolutie op de knieën. Wie volgt?

Boorlocatie van Chesapeake Energy Corp in Bradford, in de Amerikaanse staat Pennsylvania.
Boorlocatie van Chesapeake Energy Corp in Bradford, in de Amerikaanse staat Pennsylvania. Foto Daniel Acker/Bloomberg

Als pionier in de Amerikaanse schalierevolutie maakte olie- en gasproducent Chesapeake Energy Corporation begin deze eeuw furore met zijn onstuimige groei. Van kleine speler uit de staat Oklahoma groeide het uit tot de tweede producent van aardgas in de Verenigde Staten, na ExxonMobil. Een imposante klim – aangedreven door de baanbrekende toepassing van horizontaal boren en het zogenoemde fracking van schaliegesteente.

De groei van het bedrijf, dat vooropliep in de schaliehausse die van de VS een netto-exporteur van energie heeft gemaakt, stokte het afgelopen decennium echter door dalende energieprijzen en torenhoge schulden. Die hebben Chesapeake nu de das om gedaan: begin deze week vroeg het faillissement aan.

De lage olieprijzen door vraaguitval tijdens de coronacrisis en een internationale prijzenoorlog gaven Chesapeake de nekslag. Inmiddels werkt het energiebedrijf – beschermd tegen schuldeisers onder de Amerikaanse faillissementswetgeving – aan herstructurering. Zo heeft de coronacrisis opnieuw een grote naam in het bedrijfsleven op de knieën gekregen, na onder meer autoverhuurbedrijf Hertz en warenhuisketen J.C. Penney.

Miljardenschulden

Niettemin, de ondergang van Chesapeake hing al langer in de lucht. De schaliepionier maakte, behalve met gedurfde successen, ook naam met miljardenschulden en extravagante uitgaven. Het bedrijf, dat jarenlang ongeremd boorrechten opkocht in schaliegebieden in de VS, kampte met een chronische zware schuldenlast. Blijkens de faillissementsaanvraag: 11,8 miljard dollar (10,5 miljard euro).

De neergang van Chesapeake is een teken aan de wand voor andere energieproducenten in Noord-Amerika. De hausse in de Amerikaanse en Canadese olie- en gaswinning, die heeft bijgedragen aan wereldwijde overproductie, is voorbij. Grote producenten Saoedi-Arabië en Rusland overspoelen de markt met olie in hun strijd om marktaandeel. Bij blijvend lage prijzen voor olie en aardgas is het voor enkele honderden bedrijven in de sector moeilijk het hoofd boven water te houden – zeker als ze veel geld hebben geleend om hun investeringen te financieren.

Chesapeake deed dat jarenlang met verve, onder leiding van Aubrey McClendon, een charismatische olieman die het bedrijf in 1989 oprichtte met Tom Ward. Zij beseften dat met de technologie voor het kraken van schaliegesteente, in combinatie met horizontaal boren, grote voorraden aardgas rendabel te winnen waren. McClendon werd een onvermoeibare promotor van aardgas in de VS. Hij prees de brandstof bij investeerders aan als een stap naar een schonere toekomst, en voerde campagne voor voertuigen die aardgas als brandstof zouden gebruiken.

Lees ook: Na euforie van de schaliehausse kwam de coronacrash

Boorrechten opkopen

Het bedrijf kocht agressief boorrechten op voor de schalievelden van Texas, Oklahoma, Louisiana, Wyoming en Ohio. Op het hoogtepunt in 2008 beschikte Chesapeake over boorrechten op zo’n 60.000 vierkante kilometer land, pakweg anderhalf keer de oppervlakte van Nederland. Het investeerde volop in boringen, waarvan sommige lucratief bleken en andere flopten. Het bedrijf noemde zichzelf ‘de aardgaskampioen van Amerika’.

Het succes tijdens de hoogtijdagen stelde McClendon in staat veel geld uit te geven aan hobbyprojecten. Zo legde hij een dure wijncollectie aan en kocht hij, samen met anderen, een professioneel basketbalteam in Seattle, en verplaatste het naar Oklahoma City. Die stad, waar een weelderig hoofdkwartier voor Chesapeake verrees, maakte naam als aardgascentrum van de VS.

De leidende positie van Chesapeake in de winning van aardgas werd een zwakte toen de prijzen door overproductie inzakten tot een derde van het niveau waar het op had gerekend – en niet herstelden. Het bedrijf stapte over op de meer winstgevende winning van olie uit schaliegesteente, maar die draai kwam te laat om de hoge schuldenlast onder controle te brengen. In 2013 zetten de aandeelhouders McClendon opzij. Hij had inmiddels een schuld van 13 miljard dollar opgebouwd. Opvolger Doug Lawler verkocht sindsdien veel bezittingen om schulden te verminderen, maar Chesapeake kwam de schuldenlast nooit meer geheel te boven.

McClendon overleed in 2016, 56 jaar oud, bij een auto-ongeluk. Hij was op hoge snelheid tegen een brugpijler in Oklahoma gereden. Daags ervoor was hij aangeklaagd wegens een complot om prijzen van boorrechten te manipuleren. McClendon had die beschuldiging van de hand gewezen.

Doorstart

Chesapeake rapporteerde over het eerste kwartaal van dit jaar 8,3 miljard dollar verlies, vooral door 8,5 miljard aan afschrijvingen. Daar komt bij dat ook de winning van olie inmiddels te weinig oplevert. Het overaanbod op de wereldmarkt speelt veel andere ondernemingen eveneens parten. Zeker twintig energiebedrijven zijn dit jaar failliet gegaan in de VS, waaronder Whiting Petroleum.

Uit hun lot en dat van Chesapeake valt lering te trekken, zei voormalig president-commissaris Archie Dunham tegen The Wall Street Journal. „Wat hier is gebeurd zal de volgende generatie leiders, managers en aandeelhouders hopelijk leren dat schuld iets is wat je zoveel mogelijk moet vermijden.”

Chesapeake (1.900 werknemers), hoopt na de sanering een doorstart te maken, mogelijk als kleine producent van aardgas. De dagen dat het zich profileerde als aardgaskampioen van Amerika zijn echter definitief voorbij.