Akkoord tussen zorgverzekeraars en ziekenhuizen over rekening coronacrisis

Coronarekening Ziekenhuizen vreesden faillissementen door coronazorg. Nu is er een akkoord over hoe ze worden gecompenseerd.

Artsen en verplegend personeel op de intensivecare-afdeling die speciaal is ingericht voor patiënten met Covid-19, in het Jeroen Bosch ziekenhuis op 26 april.
Artsen en verplegend personeel op de intensivecare-afdeling die speciaal is ingericht voor patiënten met Covid-19, in het Jeroen Bosch ziekenhuis op 26 april. Foto Ilvy Njiokiktjien

Ziekenhuizen hebben vrijdag ingestemd met een langverwacht akkoord met zorgverzekeraars over de ‘coronarekening’. De overeenkomst is een doorbraak. Verzekeraars en ziekenhuizen kwamen moeilijk tot elkaar; een eerdere deadline van 1 juni werd niet gehaald.

Uitgangspunt van de afspraken is dat 2020 voor ziekenhuizen een jaar moet worden alsof er geen Covid-19 was – wat betreft kosten en inkomsten. Ziekenhuizen vreesden failliet te gaan vanwege de hoge kosten voor het opvangen van coronapatiënten en misgelopen inkomsten bij de rest van de zorg. Begin mei waarschuwde de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen dat ziekenhuizen samen maandelijks circa 700 miljoen euro aan inkomsten mislopen.

De gesloten zorgcontracten voor 2020 gingen uit van een betaling per verrichting, zoals het installeren van een nieuwe heup. Door de extra coronazorg en doordat honderdduizenden andere behandelingen werden uitgesteld, waren die jaarcontracten voor ziekenhuizen weinig meer waard.

Lees ook: ‘Er is een flinke rekening, maar wat wordt straks precies door wie betaald?’

Toch zijn die contracten nu de basis van het akkoord. Verzekeraars berekenen daarmee een aanneemsom, bedoeld voor reguliere zorg en gederfde inkomsten. Met die aanneemsom worden de doorlopende kosten vergoed, zoals voor salarissen en onderhoud. In die aanneemsom zit ook een bedrag voor variabele kosten, zoals verbandmiddelen en pacemakers. De hoogte van dat bedrag wordt vastgesteld op basis van de verwachting dat ziekenhuizen dit jaar ongeveer 20 procent minder zorg zullen leveren door de uitbraak van Covid-19. Mocht blijken dat ziekenhuizen toch meer zorg kunnen leveren dan 80 procent, dan worden die variabele kosten die bij die extra productie horen ook uitgekeerd.

Een ander belangrijk vraagstuk betrof de kosten voor coronazorg. Ziekenhuizen gaven veel geld uit aan extra intensivecarebedden, beademingsapparaten, beschermende kleding en kleine verbouwingen of triagetenten voor de deur.

Meerdere vangnetten

Die extra kosten worden op twee manieren vergoed. Ziekenhuizen krijgen een percentage van die kosten. Daarnaast krijgen ze een vergoeding op basis van het aantal intensivecaredagen en verpleegdagen van coronapatiënten. Mocht aan het einde van het jaar blijken dat met deze aanpak de extra kosten door het virus niet genoeg worden gecompenseerd, gaan de partijen opnieuw rekenen.

Er zijn meer ‘vangnetten’ afgesproken. Zo gaan de partijen opnieuw om tafel als een ziekenhuis vindt dat rode jaarcijfers een direct gevolg zijn van „significant achterblijvende compensatie” van de kosten door het virus. Andersom gaan de partijen ook weer in gesprek als verzekeraars van mening zijn dat ziekenhuizen een „bovenmatige” winsten boeken door overcompensatie.

De gevolgen voor het jaar 2021 zitten niet in het akkoord. Ook dat wordt een spannend financieel jaar omdat sommige patiënten van wie de behandeling nu is uitgesteld, dan pas terecht kunnen. Daarnaast is het de vraag of Nederland tegen die tijd coronavrij is. Ook de vergoeding voor het uitbreiden van de intensivecarecapaciteit, waar momenteel een landelijke discussie over woedt, is niet vastgelegd in deze overeenkomst.

Een opvallende afspraak is dat ziekenhuizen gecompenseerd worden voor gemiste inkomsten van de parkeerplaats en ziekenhuisrestaurants. Normaal heeft de zorgverzekeraar daar niets mee te maken, maar nu zijn de gemiste inkomsten „dermate groot” dat verzekeraars deze deels met premiegeld vergoeden.

Ziekenhuizen maakten zich al maanden zorgen over hoe de rekening aan het einde van het jaar zou worden betaald. „We kijken naar een gat van 30 tot 50 procent tussen wat we factureren en uitgegeven hebben”, zei Jaap van den Heuvel, bestuurder van het Rode Kruis Ziekenhuis in Beverwijk vorige maand tegen NRC.

Verzekeraars konden op hun beurt niet zomaar grote beloftes doen, omdat zij het premiegeld in toom willen houden en verplicht zijn om financiële reserves aan te houden.