D66-fractievoorzitter Rob Jettenen VVD-fractievoorzitter Klaas Dijkhoff.

Foto Roger Cremers, Andreas Terlaak/beeldbewerking NRC

Interview

Aan de zijlijn: Klaas Dijkhoff en Rob Jetten kijken terug op de coronacrisis

Politiek Bij de stikstofcrisis hadden coalitiefractievoorzitters als Rob Jetten (D66) en Klaas Dijkhoff (VVD) de touwtjes in handen. Tijdens de corona-storm niet. „In hoeverre hebben we écht doorgevraagd?”

Midden juni. In zijn werkkamer in de Tweede Kamer zit fractievoorzitter van D66 Rob Jetten (33) er ontspannen bij. Voor hem ligt een felgroen notitieboekje met alle aantekeningen die hij maakte in de coronacrisis: van coalitie-overleggen, persconferenties, fractievergaderingen. Maar ook over wat hij meemaakte, zag en hoorde in zijn persoonlijke leven. Nu, zegt hij, is er tijd voor reflectie. „Is de snelle besmetting bij die verpleeghuizen ontstaan door bezoekers met corona of omdat er verpleegkundigen met corona waren die niet genoeg beschermingsmiddelen hadden?”

In zijn werkkamer aan de andere kant van de Tweede Kamer, zegt ook Klaas Dijkhoff (39), fractievoorzitter van de VVD, met name nieuwsgierig te zijn naar de verpleeghuizen. „Mijn vermoeden zegt dat als je eerder beschermingsmiddelen had doorgeschoven naar verpleeghuizen, je opstanden had gekregen op de IC’s.”

Voor dit artikel spraken we Dijkhoff en Jetten de afgelopen maanden gemiddeld twee keer per week, afzonderlijk van elkaar en zonder aanwezigheid van voorlichters. In de eerste weken gebeurde dat telefonisch omdat ze nauwelijks (Jetten) of niet (Dijkhoff) in de Tweede Kamer waren. Vanaf mei vonden de ontmoetingen met Jetten plaats op zijn werkkamer. Als we Jetten en Dijkhoff in juni voor de laatste keer spreken, lijkt corona alweer even geleden. De straten en terrassen stromen vol, het kantoor is niet meer altijd verboden terrein.

Andere crises die deze coalitie meemaakte, vielen in het niet bij deze epidemie. Waar de coalitiefractievoorzitters bijvoorbeeld in het stikstofdossier de touwtjes strak in handen hadden, moesten ze nu toekijken hoe een deel van het kabinet ongekende maatregelen nam. Zij stonden aan de zijlijn. Een verslag van de coronacrisis door de ogen van twee fractievoorzitters uit de coalitie.

Maart

Het was pas na carnaval dat Dijkhoff zich zorgen begon te maken. Eerst was er die besmetting in Duitsland, net over de Nederlandse grens. Daarna die in Tilburg, niet ver van zijn woonplaats Breda. Vervolgens werden hij en zijn gezin verkouden. Een week na carnaval, op zondag 1 maart, speelde PSV tegen Feyenoord. Typisch zo’n wedstrijd waar je een seizoenskaart voor koopt, zegt Dijkhoff, PSV-fan. Hij ging niet. „Er was nog geen advies om thuis te blijven, maar ik dacht: laat ik het zekere voor het onzekere nemen. Mijn jongste is acht maanden.” Het werd 1-1.

Dijkhoff: „Zo’n anderhalve week viel Brabant onder een ander regime dan de rest van Nederland. Het voelt raar, dat je in je eigen land een aparte bevolkingsgroep bent. Mensen mailen: denk maar niet dat je naar de rest van het land kunt komen als bij jullie de ziekenhuizen vol liggen, want jullie hebben er zelf om gevraagd. De emotie begrijp ik, maar heel menslievend is het niet.”

Lees ook deze reconstructie van de coronacrisis: Hoe Nederland de controle verloor

In korte tijd neemt het aantal coronabesmettingen, ziekenhuisopnames en sterfgevallen toe. Op 13 maart staat de agenda van de Tweede Kamer nog vol debatten: over defensie, strafrecht en het spoor. Twee dagen later wordt een nieuwe agenda rondgestuurd. Het enige debat dat er nog op staat gaat over ‘de ontwikkelingen rondom het coronavirus’. Dat zal weken zo blijven. De Kamer zit thuis, het kabinet neemt vrijheidsbeperkende maatregelen die in vredestijd ongekend zijn. Nederland zit in een ‘intelligente’ lockdown.

Rob Jetten vierde dit jaar geen carnaval. Hij was op de Antillen voor een werkbezoek. Daar was toen nog niets aan de hand, al leidde de komst van een cruiseschip met mogelijke besmettingen aan boord tot commotie op Sint Maarten. Begin maart zat Jetten op een nachtvlucht terug naar Nederland toen hij mensen met mondkapjes zag. „Wat overdreven”, dacht hij nog. Maar toen een passagier op het laatste moment pal naast hem kwam zitten, terwijl er nog drie stoelen vrij waren, besloot hij toch te vragen of de man wilde doorschuiven. „Zodat we allebei niet zenuwachtig hoefden te worden als één van ons zou kuchen.”

Jetten: „Bijna mijn hele familie woont in Brabant. Mijn schoonzusje is er huisarts, mijn nichtje werkt op de ambulance en mijn oude oppas werkt in een verpleeghuis in Uden. Door hun verhalen over volle ziekenhuizen en mensen met coronaklachten gaan bij mij alle alarmbellen af. Heeft de rest van Nederland wel door wat hier gebeurt, vragen ze mij.”

Dijkhoff: „Ik woon vlakbij het Amphia Ziekenhuis, ik hoor soms de hele avond traumahelikopters en sirenes.” Jetten: „Bij mijn schoonouders in Budel zijn elke dag erehagen in het dorp, er vallen ontzettend veel doden.”

In de maanden voor corona klaagden kabinetsleden nog wel eens over deze coalitie. Die zou de regie hebben overgenomen van het kabinet door bij de wekelijkse vergadering op maandag te dicteren wat de ministerraad op vrijdag moest accorderen. Maar vanaf maart neemt de Ministeriële Commissie Crisisbeheersing alle besluiten. De coalitie wordt alleen nog maar bijgepraat door het kabinet.

Lees ook deze column over de verhouding tussen coalitie en kabinet: Ben je minister. Zit je in die hoge toren. Blijkt dat jij de beslissingen niet neemt

Jetten: „Het coalitieoverleg met de vier fractievoorzitters van VVD, D66, CDA en de ChristenUnie en de vice-premiers op maandag gaat grotendeels over corona. We komen niet meer bij elkaar, alles gaat telefonisch. Hugo de Jonge hangt op nadat hij ons heeft bijgepraat.”

Dijkhoff: „Soms leidt dat tot discussie, soms tot: dankjewel, succes! Je kunt wel leuk fractievoorzitter van de grootste partij zijn, maar je staat toch op afstand. Het is meer controleren en meedenken dan zelf dóén.”

Jetten: „Het oplossen van deze crisis is echt aan het kabinet. In het coalitieoverleg stelt iedereen vragen, maar niemand zegt: ik wil meebeslissen. Dan zouden we onze controlerende taak niet kunnen uitvoeren. Toch zou ik het niet erg vinden als we nog meer op afstand worden gehouden. Er zijn weken dat ze ons elke dag bijpraten. Ik vind dat lastig. Je bent een heel intensieve toeschouwer van het crisisteam, maar je bent er geen onderdeel van. Hoe kritisch kun je dan nog zijn bij een debat?”

Ook bij de wekelijkse persconferenties van premier Rutte, eerst met Bruno Bruins (Medische Zorg, VVD) en later met Hugo de Jonge (Volksgezondheid, CDA), kijken de fractievoorzitters vanuit huis mee. Vlak van tevoren worden ze in hoofdlijnen bijgepraat door de vicepremiers. Die bellen ook de fractievoorzitters van oppositiepartijen.

Dijkhoff: „Ik bel regelmatig met Mark (Rutte, red.), dat is de luxe die ik heb. Ik hoef niet steeds te wachten tot er weer een persconferentie komt. Je probeert niet drie keer op een dag te bellen voor elk wissewasje, want daar worden mensen ook helemaal gek van. Ik probeer een beetje na te denken: waar had ik in de asielcrisis het meeste aan? Dat was iemand die meedacht over wat ik niet zag. En dat probeer ik dan ook te bieden.” Dat deed Dijkhoff bijvoorbeeld toen het kabinet steeds weer herhaalde dat mondkapjes geen nut hadden. „Toen zei ik tegen Mark: als je nou heel hard gaat roepen dat mondkapjes stom zijn en over vier weken presenteer je een plan waarin je mondjesmaat weer dingen toestaat, mét mondmaskers, dan zullen mensen dat zien als een draai.”

Jetten: „In de eerste drie weken merkte ik dat Rutte en De Jonge het voor hun eigen comfort fijn vonden om tegen ons aan te praten en te checken: zijn we nu met heel gekke dingen bezig? Toen ze meer in het ritme kwamen van advisering, overleg en daarna die persconferentie, hadden ze minder de behoefte om ons overal in mee te nemen.”

April

Het op afstand werken begint een gewoonte te worden, maar van ‘normaal’ is nog geen sprake. Premier Rutte bereidt Nederlanders voor op de ‘anderhalvemetersamenleving’. Het ongeduld neemt toe. En met het mooie weer is het moeilijk om iedereen binnen te houden. Dijkhoff is de eerste weken van april in thuisquarantaine wegens verkoudheid. „Ik lunch met mijn gezin en eet elke avond thuis. Voor veel mensen is dat niet bijzonder, voor mij wel. Heel gezellig.” Jetten noemt dezelfde periode „een heel eenzame tijd”. Zijn vriend zit vast op Malta, waar hij was voor zijn werk. „Ik zit nu al wekenlang moederziel alleen thuis in Ubbergen te staren naar mijn computerscherm.”

De Kamer debatteert wekelijks met Rutte en De Jonge. Voorafgaand is er een technische briefing met Jaap van Dissel, directeur van het Centrum Infectieziektebestrijding van het RIVM. De thema’s die daar aan bod komen, overheersen vaak ook het debat.

Jetten: „Ik mis de inhoud in de debatten. Elke week kun je uittekenen welk onderwerp centraal zal staan: de verpleeghuizen, de intensive care. Je weet van tevoren wat iedereen inbrengt en wat de antwoorden zijn, het lijkt wel een toneelstuk.”

In de loop van april eindigt de quarantaineperiode voor Klaas Dijkhoff. Tot die tijd is hij vervangen door Hayke Veldman, de zorgwoordvoerder van de VVD.

Dijkhoff: „Als je thuis werkt, is je gezin optimaal beschermd. Terug in Den Haag bekijk ik alles met andere ogen. Bij persvragen denk ik: is dat dezelfde plopkap waar net vijf collega’s in hebben staan praten? Dan sla ik ’m effe over.”

Bij het eerste coronadebat waar Dijkhoff weer aan deelneemt, is vanaf de publieke tribune te zien dat hij op zijn iPad een boek aan het lezen is. „Dat debat was voor mijn fractie politiek niet relevant. Dan ga ik iets anders doen. De week erna ging het weer over interessantere dingen. Ik heb nog nooit zo vaak geïnterrumpeerd als toen, geloof ik.”

Jetten: „Ik vind het frustrerend dat het zo langzaam gaat met die beschermingsmiddelen en de testcapaciteit. Maar ik heb niet het gevoel dat het kabinet als een kip zonder kop bezig is. Wij krijgen veel informatie, dat geeft vertrouwen.”

Dijkhoff: „Je maakt altijd fouten in zo’n crisis, maar je moet zorgen dat het goede fouten zijn: als je teruggaat naar de condities waaronder je het besluit moest nemen, dat je dan hetzelfde besluit zou nemen.”

Lees ook: Al wankele coalitie verder onder druk door corona

Vóór corona was er regelmatig onenigheid in de coalitie, soms zozeer dat er twijfel was of Rutte III het wel zou redden. Op thema’s als migratie en klimaat staan de partijen ideologisch ver van elkaar af.

Jetten: „Deze crisis maakt ons efficiënter. Problemen waar we normaal úrenlang over zouden spreken, lossen we nu veel sneller op. Het lijkt me een interessante vraag voor na de crisis: kunnen we dit vasthouden?”

Dijkhoff: „Corona maakt meer eensgezind, er is minder ruimte voor politiek. We zitten vaker met de vier fractievoorzitters bij elkaar om te voorkomen dat de premier en de vicepremiers moeten aanschuiven. We willen voorkomen dat zij IC-bedden aan het regelen zijn en wij vragen: kunnen jullie de hele middag vrijmaken voor overleg over stikstof? Dan maar het redelijke compromis.”

Hoe langer ondernemers gedwongen hun deuren moeten sluiten, hoe groter het ongeduld. Het kabinet belooft dat het alles op alles zal zetten om banenverlies en faillissementen te voorkomen.

Jetten: „Bij het economisch steunpakket vliegen de miljarden je om de oren en het gaat allemaal zó snel. Ik krijg een onrustig gevoel van al die bedragen. Ik hoef nu geen ‘ja’ te zeggen, want het is aan het kabinet. Maar als ik wel had moeten instemmen, weet ik dan waar ik ‘ja’ tegen had gezegd?”

Dijkhoff: „Ik vind niet dat we volksgezondheid boven de economie laten gaan. Er valt niet zo veel te kiezen nu. Als je de scholen dicht houdt, kan de kroeg nog steeds niet open. Zonder de lockdownmaatregelen hadden we 23.000 IC-bedden nodig gehad. Dan had je net als in Italië militairen gehad die overleden mensen in vrachtwagens laden. Was dan ondertussen de horeca gezellig open, denk je? Dat scenario is echt niet beter voor de economie.”


Mei

Stap voor stap gaat de samenleving van het slot. De basisscholen gaan weer open, net als de kinderopvang. Het kabinet worstelt met mondkapjes. Wetenschappers achten ze niet nodig, maar in omringende landen worden ze wel door de overheid aangeraden of verplicht gesteld. Pas eind mei mogen mensen in contactberoepen, zoals kappers, weer aan de slag.

Dijkhoff: ,,Ik wil graag naar de kapper. Maar dat vind ik niet zo belangrijk. Ik krijg elke dag berichten van ondernemers die bijna failliet gaan. Dan heb ik eigenlijk niks te klagen.’’ Jetten: „Ik heb zelf mijn zijkanten geprobeerd bij te werken met een tondeuse.” Lachend: „Ik durfde niet te hoog te gaan, ik word er wel onzeker van om het zelf te doen.”

Begin mei presenteert het kabinet een ‘routekaart’, waarin staat wanneer welke sectoren naar verwachting weer open mogen. Het is voor het eerst dat het kabinet de bevolking, die het steeds minder nauw neemt met de voorschriften, perspectief wil bieden.

Jetten: „Perspectief bieden is goed. Maar het is risicovol om data te noemen. Mensen horen nu alleen: vanaf juni kan ik weer naar een restaurant. Als het toch niet kan – want: te veel ziekenhuisopnames – dan krijg je een hoop chagrijn.”

Dijkhoff: „Die mondkapjes, dat blijft ingewikkeld. In het ov kun je de 1,5 meter niet handhaven, dus: verplicht een mondkapje. Bij de kapper kun je de 1,5 meter niet handhaven, dus: …oh, toch geen mondkapje. Ik had het anders geformuleerd.”


Juni

De paniek heeft plaatsgemaakt voor ontspanning. Buiten is het zo druk dat corona ver weg lijkt. Terrassen, musea, bioscopen, ze zijn allemaal onder voorwaarden weer open. Aan het eind van de maand komt het kabinet met een groot pakket verdere versoepelingen. Het vergadertempo van de Tweede Kamer is weer als voor corona. De vriend van Jetten is weer in Nederland. Dijkhoff vindt het nog „te vroeg” om met zijn kinderen bij hun grootouders langs te gaan.

Dijkhoff: „Of er ook slechte fouten zijn gemaakt kan ik nog niet beoordelen. Achteraf kun je zeggen: op de IC is het niet zo erg geworden als we vreesden, dus hadden al die beschermingsmiddelen daar niet naartoe gehoeven. Alsof je zegt: ‘Ik had geen paraplu nodig, want ik ben niet nat geworden.’ Nee, omdat je onder een paraplu liep! Als je een besluit moet nemen terwijl er een gierend tekort aan IC-bedden dreigt en iemand noemt het achteraf fout dat je daar alles op ingezet hebt… Dat noem ik een goede fout. Die zou ik zo weer maken.”

Jetten: „In hoeverre zijn we er nou als politiek in geslaagd om op de spannende punten echt door te vragen? Hadden we in plaats van plenaire debatten niet beter meer technische briefings kunnen doen en overleggen met alle woordvoerders verpleeghuiszorg, in plaats van de fractievoorzitters? Iets om over na te denken als er een tweede golf komt.”

Dijkhoff: „Als het hele land in een crisis wordt gestort, willen mensen de bekende gezichten op het hoofdtoneel zien. De premier, de fractievoorzitters. Volgende keer doen we het precies hetzelfde.”

Jetten: „Ik google me suf. Na de tweede golf in China zocht ik op besmettingen via snijplanken en zalm. Dat is niet het detailniveau waarop je op alle dossiers moet werken, dan word je knettergek.”

In de peilingen staat de VVD week na week op eenzame hoogte. Bij D66 is die groei niet te zien. Waar Rutte en De Jonge (CDA) wekelijks een persconferentie hielden met miljoenen kijkers, waren de bewindspersonen van D66 onzichtbaar.

Jetten: ,,Aan het begin, na de eerste persconferenties, heb ik intern gewaarschuwd dat de aandacht vooral gericht zou zijn op de VVD en het CDA. Ik denk dat er een paar CDA-bewindspersonen zijn die het ook heerlijk vinden dat ze elke week een persconferentie kunnen geven. Wouter (Koolmees, minister van Sociale Zaken, D66, red.) zou je er echt totaal niet blij mee maken.

Dijkhoff: „We kijken wel naar die peilingen, maar we rekenen er niet op. Iedereen ziet dat het lucht is. Wij hebben niet het idee dat dit zo blijft tot maart en dat we op vakantie kunnen van het campagnebudget.”

Jetten: „Het coalitieoverleg gaat bijna niet meer over corona. Andere onderwerpen nemen de agenda weer over.’’

Dijkhoff: „We zijn alweer bijna vergeten waar we zo bang voor waren en waar we aan zijn ontsnapt. Het is maar goed dat niet heel Nederland carnaval viert, dan hadden we veel meer besmettingen gehad. We zijn net langs het randje gegaan.”