Necrologie

Zelfs in de ambulance wilde Robert muziek laten horen

Over sterfte Wie zijn de mensen die overleden aan het coronavirus? Deze keer: Fitzrobi ‘Robert’ Green (78).

Foto privé-collectie

‘Liz, hoe doe ik dat nu ook alweer, mijn muziek terugvinden op Spotify?” Op de dag waarop hij werd opgenomen, belde Fitzrobi ‘Robert’ Green (78) zijn vrouw via Facetime, vanuit de ambulance die op weg naar het ziekenhuis was. Hij wilde een liedje draaien voor de medici. Er was net corona bij hem vastgesteld, maar op dat moment was zijn prioriteit – net zoals het in de rest van zijn leven – het delen van zijn muziek met anderen. Robert was meer dan vijf decennia een gedreven reggaemuzikant.

Robert Green en zijn vrouw Lizzy Lamers-Green (57) uit het Noord-Brabantse Oss, hadden op de eerste week van maart een vakantie naar Tenerife gepland. Toen bleek dat reizen niet veilig was, besloten ze een weekje naar Bloemendaal te gaan. Die zondag werd Lizzy ziek: de arts vertelde haar dat ze „misschien een bacteriële longontsteking” had. Ze was opgelucht: liever een longontsteking dan corona.

Maar vier dagen later, op donderdag 12 maart, kwam Robert naar zijn vrouw: „Ik voel me helemaal niet goed.” Lizzy maakte zich meer zorgen om haar man dan om zichzelf: al vijftien jaar had Robert diabetes. Zijn griep was sinds Kerst ook nooit echt weggegaan. En Lizzy herinnerde zich nog hoe hij in februari naar het nieuws aan het kijken was, en plots vertelde: „Als ik corona krijg, sterf ik.” Lizzy had naar hem gekeken. Ja, zei Robert: „De risicogroepen zijn oude mensen, mensen met problemen, zoals diabetes. Ik heb diabetes.”

Robert was altijd heel nuchter over zijn dood. „Hij zei vaak: If your number comes, that’s it,” vertelt zijn zoon Lance Green (35). Hij sprak voornamelijk Engels: een herinnering aan zijn roots.

Jamaica

Robert werd geboren in Trelawny, Jamaica, op 26 februari 1942. Hij was de jongste van zeven kinderen en had er een gelukkige jeugd. Hij was een opgewekt kind, dat op het erf tussen het suikerriet speelde en graag in de mangoboom bij de rivier klom. Toen hij zeven was, ging hij naar Engeland met zijn oudere zus. Hij maakte deel uit van de zogenaamde Windrush-generatie, de mensen uit Caraïbische eilanden die naar Engeland overkwamen om het land weer op te bouwen na de Tweede Wereldoorlog. Robert groeide op in Birmingham met zijn oudere zus en zijn ouders. Daar ontstond zijn liefde voor muziek.

Hij was twintig en studeerde aan de universiteit van Birmingham. „Al die jongens hadden een band, en al die meisjes lagen letterlijk aan hun voeten”, zou hij later vertellen aan Lizzy. Hij leerde gitaar spelen en vond twee mannen om zelf een eigen band op te richten. Zijn eerste band heette The Hipsters, later vormde hij de reggaeband Reality.

Toen hij na zijn studie een goede baan kreeg als werktuigbouwkundig ingenieur, bleef hij spelen. „Hij trad op tot middenin de nacht en zou daarna nog naar zijn werk gaan”, vertelt zijn vrouw. Pas toen de band UB40 Reality vroeg mee te gaan touren als supportact, besloot hij zich helemaal toe te leggen op de muziek. In de jaren die volgden, toerde hij met zijn band door Europa, tekende hij bij een Nederlands label, en verhuisde hij naar Nederland. Dat was in 1983. Ze zouden tijdelijk in Nederland blijven, maar de drie bandleden kregen er relaties en besloten te blijven.

Robert kreeg vier zonen en één dochter. In 1989 ontmoette hij zijn toekomstige vrouw bij een reggaeconcert. Tot in 1992 verdiende hij zijn brood voornamelijk met muziek. Op momenten waarop hij niet kon optreden, deed hij allerlei kleine baantjes. Maar hij stopte nooit met het maken van muziek.

„Hij hoefde niet veel te bezitten, maar hij wilde wel kunnen genieten van alles wat hij deed”, zegt Lizzy. Robert was een rustige man, die – behalve als het op zijn muziek aankwam – makkelijk in de omgang was. „Hij had een mening over alles, maar je mocht ermee doen wat je wilde”, vertelt zijn zoon Lance.

Robert werd opgenomen op 18 maart 2020. In de eerste dagen in het ziekenhuis, vond hij het allemaal een beetje overtrokken. „Ik wil gewoon naar huis”, zei hij. Hij stond erop dat zijn verzorgers hem zouden vertellen wat ze van plan waren, voor ze het deden. Maar in de laatste dagen was hij zelfs te moe om nog een vraag te stellen. Robert bracht tweeënhalve week in het ziekenhuis door. Zijn familie, verspreid over Jamaica, Engeland en de VS, nam afscheid via Facetime op de telefoon die Lance dichtbij zijn vader hield. Op 3 april overleed hij in Eindhoven. „Papa heeft echt geknokt”, zegt Lance. „Hij mag trots zijn.”