Opinie

Vertrouw niet op een thermostaatknop voor de aarde

Klimaat De aarde een graadje lager zetten? Een gevaarlijke illusie, stellen en .

In 2006 publiceerde Paul Crutzen, de Nederlander die in 1995 meedeelde in de Nobelprijs voor de scheikunde, een geruchtmakend artikel. Hij beschreef de ernstige gevolgen van klimaatverandering, stelde vast dat de CO2-emissies maar bleven stijgen en rekende voor dat de aarde zou kunnen worden gekoeld door stratosferische aerosolinjectie, waarbij gelijkend een vulkaanuitbarsting vaste zwavelverbindingen in de lagere stratosfeer een deel van de zonnestraling terug de ruimte in zouden reflecteren. Niettemin concludeerde hij duidelijk niet dat we ermee zouden moeten beginnen – het was bedoeld als een wake-up call.

Sindsdien gaat het steeds vaker over ‘geo-engineering’, zoals onlangs in NRC’s wetenschapsbijlage (20/6). Echter, niet alleen is die term problematisch, het is moreel niet verdedigbaar om serieus te kijken naar stralingsmodificatie terwijl veel andere opties ongebruikt blijven liggen.

Het begrip ‘geo-engineering’ combineert twee totaal verschillende concepten waarvan er één vrijwel onvermijdelijk is – het verwijderen van het broeikasgas CO2 uit de atmosfeer – en de ander juist vermeden zou moeten worden – de stralingsbalans van de aarde bewust wijzigen. Dit is de reden dat het wetenschappelijk VN-klimaatpanel, het IPCC, het begrip inmiddels mijdt. Volgens een recent IPCC-rapport (2018) is CO2-verwijdering op enige schaal onvermijdelijk voor het halen van de temperatuurdoelen van het Akkoord van Parijs uit 2015, en dus voor het voorkomen van de schadelijkste klimaateffecten. Over stralingsbalansmodificatie schrijft het rapport dat het in theorie zou kunnen werken maar grote onzekerheden en kennislacunes heeft, naast substantiële risico’s en institutionele en maatschappelijke beperkingen.

Lees hier de artikelen uit de Wetenschapsspecial over geo-engineering: We kunnen het klimaat ook vertimmeren

Symptoombestrijding

Er zijn vele redenen waarom het IPCC CO2-verwijdering en stralingsbalansmodificatie scherp onderscheidt. We noemen er drie. Ten eerste haalt CO2-verwijdering (ook wel ‘negatieve emissies’ genoemd) netto CO2 uit de atmosfeer, zoals bijvoorbeeld bossen dat doen. Het grijpt in op de oorzaak van klimaatverandering. Aanpassing van de stralingsbalans doet dat niet. Het bestrijdt alleen de symptomen.

Een tweede reden is dat de claim dat die symptoombestrijding gaat werken nog theorie is, in tegenstelling tot CO2-verwijdering. Het is onduidelijk of het middel niet erger is dan de kwaal. Dit geldt met name voor zwavelinjectie. De onzekerheden en risico’s hiervan zijn groot – dat benadrukt de wetenschapsspecial van NRC gelukkig ook. Maar er staat ook dat modelstudies zouden laten zien dat weersextremen in een scenario mét stratosferische aerosolinjectie minder worden. Het eerlijke antwoord is dat we dat simpelweg niet weten, en er dus ook niet op mogen vertrouwen. Stralingsmodificatie bestrijdt overigens ook niet alle gevolgen van CO2-emissie.

Ten derde is er de gevaarlijke ‘beëindigingsshock’ van stratosferische aerosolinjectie – dat je het moet blijven doen, ook als schadelijke gevolgen optreden, omdat stoppen nog meer ellende veroorzaakt. Die bestaat niet voor CO2-verwijdering.

Misplaatst techno-optimisme

Voor zowel CO2-verwijderingsopties als stralingsmodificatie geldt het risico van ‘moral hazard’: ze kunnen afleiden van waar het werkelijk om moet gaan: minder broeikasgassen uitstoten, verduurzamen. Ook kan bij beide technologieën misplaatst techno-optimisme optreden, waardoor technologieën er vaak veelbelovender uitzien dan ze blijken te zijn. Zo zou kernenergie gratis elektriciteit opleveren, of zou het afvangen en opslaan van CO2 goedkoop zijn. De praktijk is om allerlei redenen weerbarstiger. Het is een illusie om te denken dat een technologie ‘op de plank’ kan liggen, om hem te kunnen gebruiken ‘als het heel erg wordt met klimaatverandering’.

Nog wranger wordt het als stralingsbalansmodificatie een morele verantwoordelijkheid wordt genoemd, in het bijzonder jegens de mensen die het hardst geraakt worden door klimaatverandering. Die mensen zitten echt niet te wachten op nog een klimaatexperiment. We weten niet goed genoeg wat er met het klimaat gebeurt als we tonnen zwavel-aerosolen in de stratosfeer zouden brengen. Er ligt ook nog geen acceptabel, laat staan uitvoerbaar, voorstel om te bepalen op welk moment deze technologie ingezet zou mogen worden.

Het zal altijd discutabel blijven welke eventuele nadelige gevolgen (bijvoorbeeld het uitblijven van de moesson in India, waarvan honderden miljoenen mensen afhankelijk zijn voor hun voedselvoorziening) toe te schrijven zijn aan de zwavelinjectie. Net als bij klimaatverandering zelf weten we één ding zeker: de meest kwetsbare landen en de meest kwetsbare mensen zullen de verliezers zijn in zo’n sinister spel.

Lees ook: Wie mag er straks draaien aan de aardse thermostaat?

Klimaatverandering voorkomen

We hebben de verantwoordelijkheid om klimaatverandering te voorkómen, en om de gevolgen van klimaatverandering te bestrijden door ons aan te passen, en anderen daarbij te helpen: door het verminderen van armoede en het helpen versterken van zwakke overheden, maar ook middels betere waarschuwingen voor extreem weer of het verbeteren van watervoorziening. En juist nu kan dat: de biljoenen aan investeringen die plaatvinden om te herstellen van corona bieden de mogelijkheid om groener en sterker uit de crisis te komen.

De thermostaat van de aarde die zo mooi op de omslag van de wetenschapsbijlage stond biedt geen makkelijke uitweg uit het klimaatprobleem. We moeten de ergste gevolgen van klimaatverandering zien te vermijden, om daarmee het gesprek over stralingsbalansmodificatie zo snel mogelijk overbodig te maken.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.